Supplementen: wat werkt echt en wat kun je beter laten staan? 

Geschreven door Kirsten Hogendoorn, Expert bij Personal Body Plan.

Supplementen kunnen iets toevoegen, maar lang niet ieder supplement doet wat de verpakking of sociale media beloven. Bovendien betekent het feit dat een stof belangrijk is voor je lichaam nog niet dat je er automatisch meer van moet nemen. 

Voor sommige supplementen is de meerwaarde behoorlijk duidelijk. Creatine kan bijvoorbeeld krachttraining ondersteunen en cafeïne kan bepaalde sportprestaties tijdelijk verbeteren [1–3]. Een eiwitshake kan vooral handig zijn wanneer het met gewone voeding lastig is om voldoende eiwit binnen te krijgen. Bij andere supplementen hangt de meerwaarde veel sterker af van wat je al binnenkrijgt, wat je doel is en of er überhaupt iets aan te vullen valt. 

Dat zie je bijvoorbeeld bij omega 3 en magnesium. Eet je weinig of geen vette vis, dan kan een supplement met EPA en DHA interessant zijn. Daarbij hoef je niet automatisch voor visolie te kiezen: algenolie kan eveneens een goede bron van EPA en DHA zijn [11]. Magnesium kan relevant zijn wanneer je inname laag is, maar extra magnesium is niet automatisch een oplossing voor slecht slapen. En wanneer je magnesium gebruikt, kan de vorm verschil maken voor de opname [5–7]. 

De belangrijkste vraag is daarom niet welke supplementen je allemaal zou kunnen nemen, maar wat je probeert te verbeteren en waar de belangrijkste beperking zit. Kijk eerst of daar een duurzame oplossing voor bestaat in bijvoorbeeld voeding, training, slaap of herstel. Een supplement kan vervolgens zinvol zijn wanneer het gericht iets aanvult, een praktische oplossing biedt of een bewezen extra voordeel geeft. 

Introductie 

Creatine voor je krachttraining, magnesium voor je slaap, omega 3 omdat je weinig vis eet, een pre-workout voor wat extra energie en misschien nog een multivitamine voor de zekerheid. Als je regelmatig sport en bewust met je gezondheid bezig bent, kan het al snel voelen alsof supplementen daar gewoon bij horen. 

Dat is niet zo vreemd. Supplementen bieden namelijk iets aantrekkelijks. Je hoeft maar één kleine handeling toe te voegen aan je dag en het idee is dat je daarmee je gezondheid, herstel of prestaties kunt verbeteren. 

Soms klopt dat ook. 

Maar een supplement kan tegelijkertijd precies doen wat je ervan verwacht, zonder dat het onderliggende probleem verandert. Cafeïne kan vermoeidheid tijdelijk minder voelbaar maken, maar lost slaaptekort niet op. Magnesium kan je magnesiuminname verhogen, maar verandert niet automatisch de gewoontes waardoor je slecht slaapt. En een multivitamine kan vitamines en mineralen leveren, maar maakt een eenzijdig voedingspatroon niet ineens gevarieerd en volwaardig. 

Daarom is het verstandig om niet meteen bij het potje te beginnen. Kijk eerst naar wat je probeert te verbeteren. Waar komt het probleem waarschijnlijk vandaan? Is er iets in je voeding, training, slaap, herstel of dagelijkse omgeving dat duurzamer aangepast kan worden? 

Soms ligt daar de belangrijkste oplossing. Soms blijkt juist dat een supplement een praktische en passende aanvulling is. Een eiwitshake kan bijvoorbeeld helpen om een goed voedingspatroon haalbaar te maken en vitamine B12 is bij een volledig plantaardig voedingspatroon niet iets wat je eerst met allerlei andere leefstijlveranderingen probeert op te lossen. 

De vraag is dus niet of supplementen goed of slecht zijn. De interessantere vraag is: 

Wanneer vult een supplement daadwerkelijk iets aan en wanneer probeer je ermee te compenseren voor iets wat eigenlijk ergens anders opgelost moet worden? Aanvullen of compenseren? 

Een nuttig onderscheid bij supplementen is het verschil tussen aanvullen en compenseren

Stel dat je structureel slecht slaapt en daardoor overdag weinig energie hebt. Cafeïne kan ervoor zorgen dat je die vermoeidheid tijdelijk minder voelt. Dat kan op sommige momenten praktisch zijn. Maar wanneer je steeds meer cafeïne nodig hebt om chronisch slaaptekort op te vangen, gebruik je het vooral om te compenseren voor een probleem dat ergens anders ontstaat. 

Hetzelfde geldt voor voeding. Een multivitamine kan vitamines en mineralen leveren. Wanneer je voedingspatroon erg eenzijdig is, kan er alleen veel meer winst zitten in het verbeteren van dat voedingspatroon. Een tablet levert misschien een aantal vitamines en mineralen, maar niet automatisch de vezels, eiwitten, essentiële vetzuren en andere voedingsstoffen die je uit een gevarieerd voedingspatroon haalt. 

Bij magnesium zien we hetzelfde. Als je weinig magnesium binnenkrijgt, kan het logisch zijn om naar je voeding en eventueel suppletie te kijken. Maar wanneer je magnesium neemt omdat je slecht slaapt, terwijl je iedere avond laat cafeïne gebruikt en structureel te weinig tijd reserveert voor slaap, ligt de belangrijkste winst waarschijnlijk niet in een magnesiumcapsule. 

Andersom kan een supplement juist onderdeel zijn van een duurzame oplossing. Wanneer je volledig plantaardig eet, is vitamine B12 een logische aanvulling. Eet je geen vis, dan kan een kwalitatief goede algenolie een praktische manier zijn om EPA en DHA binnen te krijgen. Heb je door werk, eetlust of je dagelijkse planning moeite om voldoende eiwit te eten, dan kan een eiwitshake je voedingspatroon juist makkelijker vol te houden maken. 

Ook creatine past binnen deze gedachte. Je gebruikt creatine niet om een slechte training te compenseren. Het kan juist een extra voordeel geven boven op een trainingsprikkel die er al is. 

De basis hoeft dus niet perfect te zijn voordat je een supplement gebruikt. Maar het is wel verstandig om jezelf steeds af te vragen: 

Vult dit supplement iets aan wat ik daadwerkelijk nodig heb, maakt het mijn aanpak praktischer of gebruik ik het vooral om een probleem te maskeren waarvoor een duurzamere oplossing bestaat? 

Wat is een supplement eigenlijk? 

Een supplement is bedoeld als aanvulling op je normale voeding. Dat klinkt eenvoudig, maar onder die ene term vallen heel verschillende producten. Vitamine D, magnesium, creatine, cafeïne, omega 3 en eiwitpoeder worden allemaal supplementen genoemd, terwijl ze een totaal andere functie kunnen hebben. 

Daarom zegt de vraag “werken supplementen?” eigenlijk niet zoveel. 

Je kunt een supplement gebruiken omdat je ergens onvoldoende van binnenkrijgt. Denk aan vitamine B12 wanneer je volledig plantaardig eet. Een supplement kan ook vooral praktisch zijn. Een eiwitshake levert uiteindelijk gewoon eiwit, maar kan handig zijn wanneer je weinig tijd hebt of moeite hebt om voldoende eiwitrijke producten te eten. 

En dan zijn er stoffen zoals creatine en cafeïne, die niet alleen bedoeld zijn om een voedingskundig tekort aan te vullen, maar bepaalde sportprestaties kunnen ondersteunen. 

Dat onderscheid is belangrijk. Want iets wat voor de ene persoon heel zinvol is, kan voor iemand anders nauwelijks iets toevoegen. 

Belangrijk voor je lichaam betekent niet automatisch dat je meer nodig hebt 

Bij supplementen ontstaat gemakkelijk een denkfout. 

Magnesium is belangrijk voor je spieren en zenuwstelsel. Vitamine D heeft belangrijke functies in je lichaam. Leucine speelt een rol bij processen rondom spieropbouw. 

Allemaal waar. 

Maar daaruit volgt niet automatisch dat extra magnesium je beter laat herstellen, extra vitamine D je gezonder maakt of losse leucine en BCAA's voor meer spiergroei zorgen. 

Je lichaam heeft van veel voedingsstoffen een bepaalde hoeveelheid nodig. Wanneer er te weinig beschikbaar is, kan aanvullen belangrijk zijn. Zodra er voldoende aanwezig is, levert méér alleen niet automatisch extra resultaat op. 

Je kunt het vergelijken met brandstof in een auto. Zonder brandstof kom je niet ver. Maar wanneer de tank vol zit, gaat de auto niet sneller rijden doordat je er nog een extra jerrycan naast zet. 

Dat klinkt logisch, maar veel supplementenmarketing draait juist om het tegenovergestelde idee: als een stof ergens bij betrokken is, zou extra van die stof het proces verder verbeteren. 

Zo eenvoudig werkt het lichaam meestal niet. 

Creatine: een van de duidelijkste keuzes 

Creatine is een van de best onderzochte sportsupplementen. Het komt van nature voor in je lichaam en in voedingsmiddelen zoals vlees en vis. Een groot deel van de creatine in je lichaam ligt opgeslagen in je spieren, waar het helpt om tijdens korte en intensieve inspanningen snel energie beschikbaar te maken. 

Denk bijvoorbeeld aan een zware set squats. Tijdens zo'n inspanning moet je lichaam in korte tijd veel energie leveren. Creatine helpt om ATP, de direct bruikbare energievorm van je cellen, snel opnieuw beschikbaar te maken. 

Door creatine regelmatig te gebruiken, kunnen de creatinevoorraden in je spieren toenemen. Daardoor kun je tijdens herhaalde intensieve inspanningen soms net iets meer trainingsarbeid leveren. Dat verschil hoeft tijdens één training niet groot te zijn, maar kan over een langere periode wel relevant worden. In combinatie met krachttraining kan creatine bijdragen aan grotere toenames in kracht en vetvrije massa dan krachttraining zonder creatine [1,2]. 

Daarbij is vetvrije massa niet precies hetzelfde als spiermassa. Creatine zorgt er namelijk ook voor dat er meer vocht in de spieren wordt opgeslagen. Een toename in vetvrije massa kunnen we daarom niet één op één vertalen naar nieuw spierweefsel. 

Voor krachtsporters is creatine daarmee een van de supplementen waarvoor de meerwaarde relatief goed is onderbouwd. Daarvoor heb je geen bijzondere of dure creatinevariant nodig. Creatinemonohydraat is de vorm die verreweg het meest is onderzocht. 

Creatine en je hersenen 

Creatine speelt niet alleen een rol in je spieren. Ook je hersenen gebruiken creatine binnen hun energievoorziening. Daardoor is er de laatste jaren steeds meer aandacht gekomen voor de vraag of creatine ook iets kan betekenen voor het cognitief functioneren. 

Daar is het verhaal een stuk minder duidelijk dan bij krachttraining. 

Onder normale omstandigheden kunnen we niet simpelweg zeggen dat creatine je geheugen, concentratie of denkvermogen verbetert. Sommige onderzoeken vinden kleine positieve effecten op bepaalde cognitieve functies, terwijl andere onderzoeken weinig of geen verschil vinden [16]. 

Interessant is dat creatine mogelijk relevanter wordt wanneer de energievoorziening van de hersenen extra onder druk staat. Slaaptekort is daar een voorbeeld van. 

Bij slaapdeprivatie gaan onder andere aandacht, geheugen en reactiesnelheid achteruit. Verschillende onderzoeken laten inmiddels zien dat creatine onder zulke omstandigheden een deel van die achteruitgang mogelijk kan beperken [19–22]. Recent onderzoek suggereert zelfs dat een eenmalige, relatief hoge dosis creatine tijdens slaaptekort binnen enkele uren invloed kan hebben op bepaalde cognitieve prestaties [19,20]. 

Dat is opvallend, want zo kennen we creatine niet vanuit krachttraining. 

Voor de fysieke effecten werkt creatine namelijk niet zoals cafeïne. Je neemt het niet vlak voor je training om een paar uur later ineens sterker te zijn. Het gaat vooral om het verhogen en vervolgens op peil houden van de creatinevoorraad in je spieren. Daarom is regelmatig gebruik belangrijker dan het exacte moment waarop je creatine neemt

Er is inmiddels één kleine studie verschenen waarin een eenmalige dosis vóór krachttraining wel een acuut voordeel voor kracht leek te geven [23]. Die studie heeft echter belangrijke beperkingen en is onvoldoende om onze praktische aanbevelingen te veranderen. Op dit moment is er dus geen goede reden om creatine als acute pre-workout te behandelen. 

De nieuwe bevindingen rondom slaaptekort zijn interessanter, maar vragen eveneens om nuance. Ze betekenen niet dat iedereen creatine kan nemen om scherper te denken. En ze betekenen al helemaal niet dat creatine een oplossing is voor structureel te weinig slaap. 

Dat laatste sluit juist aan bij hoe we naar supplementen willen kijken. Stel dat je na een slechte nacht met creatine iets beter zou kunnen presteren. Dan heeft het supplement mogelijk effect, maar is het slaaptekort daarmee niet opgelost. 

Kun je structureel meer en beter slapen, dan is dat de duurzamere oplossing. Creatine kan onder specifieke omstandigheden misschien iets van de gevolgen beperken, maar vervangt slaap niet. 

Cafeïne: het werkt, maar kijk ook naar de rest van je dag 

Cafeïne is eveneens goed onderzocht en kan verschillende sportprestaties tijdelijk verbeteren [3]. 

Het werkt onder andere doordat het de werking van adenosine in je hersenen tegenwerkt. Adenosine bouwt gedurende de dag op en speelt een rol bij het ontstaan van slaperigheid. Door die werking tijdelijk te blokkeren kun je je alerter voelen en inspanning anders ervaren. 

Dat kan tijdens een training handig zijn. 

Maar stel dat je om acht uur 's avonds traint en daarvoor een flinke pre-workout neemt. Je voelt je scherper, hebt meer zin om te trainen en haalt misschien net wat meer uit je training. 

Dan werkt de cafeïne. Alleen is je dag daarna nog niet voorbij. 

Cafeïne kan namelijk nog uren in je lichaam aanwezig blijven en bij sommige mensen de slaap verstoren, zeker wanneer het later op de dag wordt gebruikt [8]. 

Daar ontstaat een interessante afweging. Misschien levert cafeïne je die avond een betere training op, maar slaap je daarna slechter. Dan moet je niet alleen kijken naar wat het supplement tijdens die ene training doet, maar naar het totale effect op je herstel en leefstijl. 

Ook verschilt de gevoeligheid sterk per persoon. De één drinkt in de namiddag koffie en merkt 's avonds weinig. Een ander merkt veel eerder dat slaap of onrust wordt beïnvloed. 

Effectief betekent dus niet automatisch verstandig op ieder moment. 

Eiwitpoeder: handig, maar geen magisch poeder 

Eiwitpoeder staat in veel keukenkastjes naast de supplementen, maar eigenlijk kun je het beter zien als een praktische voedingsbron. 

Je lichaam heeft eiwit nodig en voor mensen die aan krachttraining doen is voldoende eiwit belangrijk voor spierherstel en spieropbouw [9]. 

Maar dat eiwit hoeft niet uit een shake te komen. Zuivel, eieren, vlees, vis, soja, peulvruchten en andere eiwitrijke producten kunnen precies dezelfde functie vervullen. 

De meerwaarde van een eiwitshake zit daarom vooral in gemak. 

Misschien krijg jij met gewone voeding zonder moeite voldoende eiwit binnen. Dan hoef je geen shake toe te voegen omdat je denkt dat poeder op zichzelf beter is voor spiergroei. 

Maar misschien heb je 's ochtends weinig eetlust, ben je veel onderweg of vind je het lastig om voldoende eiwitrijke producten in je voedingspatroon te verwerken. Dan kan een shake juist heel handig zijn. 

Het product is hetzelfde. De situatie bepaalt de waarde.  

Omega 3: vis, visolie of toch algenolie? 

Bij omega 3 wordt het iets ingewikkelder. 

Omega 3 is namelijk niet één enkele stof. Voor dit onderwerp zijn vooral EPA en DHA interessant. Deze vetzuren hebben verschillende functies in het lichaam en maken onder andere deel uit van celmembranen. 

Vette vis is een belangrijke voedingsbron van EPA en DHA. Eet je regelmatig vette vis, dan kun je deze vetzuren dus rechtstreeks uit voeding binnenkrijgen. 

Eet je weinig of geen vette vis, dan kan suppletie interessant worden. 

Maar dan ontstaat meteen de volgende vraag: moet dat per se visolie zijn? 

Nee. 

Visolie is niet automatisch hetzelfde als goede omega 3 

EPA en DHA zijn meervoudig onverzadigde vetzuren. Door hun structuur zijn ze relatief gevoelig voor oxidatie. De kwaliteit van een omega-3-product hangt daarom niet alleen af van hoeveel EPA en DHA erin zit, maar ook van productie, verwerking, opslag en versheid. 

Onderzoeken naar commerciële omega-3-supplementen laten zien dat de kwaliteit tussen producten behoorlijk kan verschillen. Bij sommige producten zijn hogere oxidatiewaarden gevonden of bleek de werkelijke samenstelling niet goed overeen te komen met wat je op basis van het etiket zou verwachten [10]. 

Dat betekent niet dat visolie per definitie vervuild of geoxideerd is. Er bestaan ook kwalitatief goede producten. De betere conclusie is dat je bij omega 3 kritischer moet kijken naar kwaliteit dan alleen naar de grote letters 'fish oil' op de voorkant. 

Kijk bijvoorbeeld naar hoeveel EPA en DHA een product daadwerkelijk levert. Een capsule met 1.000 milligram visolie bevat namelijk niet automatisch 1.000 milligram EPA en DHA. 

Algenolie is een volwaardig alternatief 

Voor mensen die geen vis eten, wordt vaak algenolie geadviseerd. Maar algenolie is niet alleen interessant voor vegetariërs en veganisten. 

Microalgen kunnen zelf EPA en DHA produceren. In de mariene voedselketen zijn zij uiteindelijk ook een belangrijke oorspronkelijke bron van deze vetzuren. Vis krijgt omega 3 dus via de voedselketen binnen. 

Door EPA en DHA rechtstreeks uit microalgen te halen, kun je die tussenstap overslaan. 

En belangrijker: het lichaam kan daar ook daadwerkelijk iets mee. Recent onderzoek waarin microalgenolie rechtstreeks werd vergeleken met visolie laat zien dat EPA en DHA uit algenolie vergelijkbaar beschikbaar kunnen komen in het lichaam [11]. 

Algenolie kan daarmee een volwaardige bron van EPA en DHA zijn. 

Wel moet je het etiket blijven lezen. Sommige algenproducten leveren voornamelijk DHA en relatief weinig of geen EPA. Andere leveren beide. Welke variant passend is, hangt dus ook af van wat je probeert aan te vullen. 

En ook algenolie kan oxideren. Het blijft tenslotte een olie die rijk is aan kwetsbare meervoudig onverzadigde vetzuren. 'Uit algen' is daarom geen automatische kwaliteitsgarantie. 

De keuze is dus niet simpelweg visolie goed of algenolie goed. Een kwalitatief goede visolie en een kwalitatief goede algenolie kunnen beide een prima manier zijn om EPA en DHA aan te vullen. 

Eet je geen of nauwelijks vis, dan kun je natuurlijk eerst kijken of vis binnen je voedingspatroon past. Wil of kun je geen vis eten, dan hoeft suppletie geen tijdelijke noodoplossing te zijn. Een kwalitatief goede visolie of algenolie kan juist een praktische structurele manier zijn om EPA en DHA aan te vullen. 

Magnesium: een belangrijk mineraal is nog geen slaapmiddel 

Magnesium is een mooi voorbeeld van hoe een correcte fysiologische claim langzaam kan veranderen in een veel grotere belofte. 

Magnesium is een essentieel mineraal. Het is betrokken bij veel processen in het lichaam, waaronder spierfunctie, zenuwfunctie en energiehuishouding. 

Vervolgens zie je online al snel de volgende stap: magnesium ontspant je zenuwstelsel, dus magnesium zorgt voor een betere nachtrust. 

Die conclusie is te eenvoudig. 

Extra magnesium lijkt bij sommige mensen met slaapproblemen een klein voordeel te kunnen hebben, maar het effect is niet groot en de uitgangssituatie lijkt belangrijk [5]. Iemand die weinig magnesium binnenkrijgt bevindt zich waarschijnlijk in een andere situatie dan iemand die via voeding al ruim voldoende binnenkrijgt. 

Daarom zou de eerste vraag niet moeten zijn: welke magnesium moet ik voor het slapen nemen? 

De eerste vraag is: heb ik überhaupt iets aan extra magnesium? 

En welke vorm neem je dan? 

Wanneer je besluit magnesium te gebruiken, wordt ook de vorm relevant. Niet alles wat je inslikt wordt namelijk even goed opgenomen. De hoeveelheid magnesium die uiteindelijk beschikbaar komt voor je lichaam noemen we de biologische beschikbaarheid. 

Daar bestaan verschillen tussen magnesiumverbindingen. Magnesiumcitraat behoort tot de vormen waarvoor relatief goede aanwijzingen bestaan dat het goed wordt opgenomen, terwijl magnesiumoxide over het algemeen een lagere biologische beschikbaarheid heeft [6,7]. 

Magnesiumbisglycinaat is de laatste jaren erg populair geworden en wordt regelmatig verkocht als een van de best opneembare vormen. Die claim is minder stevig onderbouwd dan je op basis van sociale media en supplementenmarketing zou verwachten. Onderzoek bij mensen naar de opname van bisglycinaat is beperkt en de resultaten zijn niet volledig consistent. We kunnen daarom niet stellen dat bisglycinaat beter wordt opgenomen dan bijvoorbeeld magnesiumcitraat. 

Dat betekent niet dat magnesiumbisglycinaat een slechte vorm is. Er is bijvoorbeeld onderzoek waarin suppletie met magnesiumbisglycinaat een klein positief effect liet zien bij volwassenen die slecht sliepen [5]. Maar daaruit volgt niet dat dit kwam doordat bisglycinaat beter werd opgenomen of dat deze vorm beter werkt voor slaap dan andere magnesiumvormen. 

Een goed opneembare vorm is bovendien niet automatisch een effectiever supplement. Eerst moet er een reden zijn om extra magnesium te gebruiken. Daarna kun je kijken naar dosering en vorm. En vervolgens moet nog blijken of die suppletie daadwerkelijk invloed heeft op het resultaat dat je probeert te verbeteren. 

BCAA's: logisch op papier, minder interessant in de praktijk 

BCAA's bestaan uit drie aminozuren: leucine, isoleucine en valine. 

Vooral leucine is interessant omdat het betrokken is bij de signalering rondom spiereiwitsynthese. Daardoor klinkt het logisch dat losse BCAA's zouden helpen bij spiergroei. 

Alleen heeft je lichaam voor het daadwerkelijk opbouwen van nieuw spiereiwit meer nodig dan deze drie aminozuren. 

Wanneer je voldoende volwaardig eiwit binnenkrijgt, krijg je zowel BCAA's als de andere essentiële aminozuren binnen die nodig zijn voor spieropbouw. 

Daarom zien we bij mensen met een goede totale eiwitinname weinig overtuigend bewijs dat losse BCAA's daar nog betekenisvol iets bovenop zetten. Mogelijk kunnen ze in sommige situaties spierpijn wat verminderen, maar duidelijke voordelen voor kracht, spiergroei of sportprestaties zijn niet overtuigend aangetoond [12,13]. 

Dat maakt BCAA's niet letterlijk waardeloos. Bij een volledig plantaardig voedingspatroon vraagt de eiwitkwaliteit bijvoorbeeld wat extra aandacht. Verschillende plantaardige eiwitbronnen verschillen in de hoeveelheid en verhouding van essentiële aminozuren die ze leveren. Toch zijn losse BCAA's ook dan niet automatisch de beste oplossing. Voor het opbouwen van nieuw spiereiwit heeft je lichaam namelijk alle essentiële aminozuren nodig. 

Het is daarom meestal zinvoller om eerst te kijken naar je totale eiwitinname en de kwaliteit en variatie van je eiwitbronnen. Krijg je voldoende eiwit en essentiële aminozuren binnen, dan is de kans klein dat losse BCAA's daar nog veel aan toevoegen. Zeker wanneer je budget beperkt is, zijn er dan waarschijnlijk onderdelen van je voeding, training of andere supplementen waar meer winst te behalen valt. 

Beta-alanine: niet zo zwart-wit als vaak wordt gedacht 

Beta-alanine heeft jarenlang op veel lijstjes met 'bewezen sportsupplementen' gestaan. 

En daar zit een logisch mechanisme achter. Beta-alanine kan de hoeveelheid carnosine in je spieren verhogen. Carnosine speelt een rol bij het bufferen van veranderingen die optreden tijdens intensieve inspanning. 

Maar opnieuw geldt: een mechanisme is nog geen eindresultaat. 

Recente analyses laten bijvoorbeeld geen duidelijk voordeel zien voor herhaalde sprintprestaties [14]. Eerder onderzoek vond bij bepaalde intensieve inspanningen wel kleine voordelen. 

En hoe zit het met pre-workouts? 

Een pre-workout is eigenlijk geen afzonderlijk supplement, maar een mengsel van verschillende stoffen. 

Op het etiket staan soms tien of twintig ingrediënten. Dat ziet er indrukwekkend uit, maar meer ingrediënten betekent niet automatisch meer effect. 

Bij veel pre-workouts is cafeïne waarschijnlijk een van de belangrijkste stoffen die je daadwerkelijk merkt. Andere ingrediënten kunnen in een te lage hoeveelheid aanwezig zijn of hebben op zichzelf al weinig overtuigend bewijs voor een relevant effect. 

Daarom is het slim om niet alleen naar de voorkant van de verpakking te kijken, maar naar wat er daadwerkelijk in zit en hoeveel. 

Een tintelend gevoel, een pomp of het idee dat een product 'hard aankomt' is bovendien niet hetzelfde als aantoonbaar betere trainingsprogressie. 

Vitamines en mineralen: aanvullen waar iets ontbreekt 

Bij vitamines en mineralen is de vraag meestal niet of ze belangrijk zijn. 

Natuurlijk is vitamine D belangrijk. Natuurlijk heeft je lichaam ijzer nodig. Natuurlijk is vitamine B12 essentieel. 

De interessantere vraag is of jij er extra van nodig hebt. 

Voor sommige groepen bestaan duidelijke suppletieadviezen. Bij een volledig plantaardig voedingspatroon is vitamine B12 bijvoorbeeld een belangrijk aandachtspunt. Voor vitamine D gelden eveneens adviezen voor specifieke groepen. 

Bij ijzer is voorzichtigheid extra belangrijk. Een ijzertekort kan klachten geven en prestaties beïnvloeden, maar daaruit volgt niet dat iedere sporter preventief ijzer zou moeten slikken. 

Wanneer je vermoedt dat je ergens een tekort aan hebt, is gericht kijken naar je voeding, situatie en waar nodig bloedonderzoek meestal zinvoller dan willekeurig meerdere supplementen toevoegen. 

Een multivitamine voor de zekerheid? 

Een multivitamine voelt voor veel mensen als een soort verzekering. 

Je weet niet precies of je alles voldoende binnenkrijgt, dus neem je voor de zekerheid een tablet waar van alles in zit. 

Dat klinkt logisch, maar ook hier geldt dat meer niet automatisch beter is. 

Een multivitamine kan bepaalde vitamines en mineralen aanvullen, maar vervangt geen volwaardig voedingspatroon. Voeding levert namelijk veel meer dan micronutriënten alleen. Denk aan eiwitten, essentiële vetzuren, vezels en allerlei andere stoffen. 

Daarnaast kun je vitamines en mineralen ook stapelen

Stel dat je een multivitamine gebruikt. Daarnaast neem je losse vitamine D, magnesium en zink. Misschien gebruik je ook een sportdrank of eiwitproduct waaraan vitamines zijn toegevoegd. 

Dan kijk je misschien naar ieder product afzonderlijk, terwijl je lichaam uiteindelijk de totale hoeveelheid binnenkrijgt. 

Voor verschillende vitamines en mineralen bestaan daarom veilige bovengrenzen. Langdurig te veel binnenkrijgen kan wel degelijk nadelige gevolgen hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor vitamine A, vitamine B6, vitamine D, ijzer, selenium en zink [15]. 

Dat risico ontstaat meestal niet doordat je een keer veel groente eet. 

Het ontstaat vooral wanneer hoge doseringen uit verschillende supplementen en verrijkte producten langere tijd boven op elkaar worden gebruikt. 

Daarom is “voor de zekerheid” niet altijd zo veilig als het klinkt. 

Een multivitamine in een normale dosering hoeft geen probleem te zijn, maar kijk ook naar wat je daarnaast gebruikt. En wanneer je gericht een bepaalde voedingsstof nodig hebt, kan het soms logischer zijn om juist die voedingsstof aan te vullen in plaats van van alles tegelijk te nemen. 

Waarom lijkt bijna ieder supplement bewezen? 

Als je lang genoeg zoekt, kun je voor bijna ieder supplement wel een positief onderzoek vinden. 

Dat betekent nog niet dat het supplement daadwerkelijk goed werkt. 

Een onderzoek kan bijvoorbeeld maar twintig deelnemers hebben. Het kan slechts een paar weken duren. Misschien werd het uitgevoerd bij mensen die vooraf ergens een tekort aan hadden. Of er veranderde een bloedwaarde, terwijl er helemaal geen verschil was in gezondheid, spiergroei of prestaties. 

Daarnaast speelt bij supplementenonderzoek mee dat positieve resultaten aantrekkelijk zijn. Een onderzoek waarin een nieuw product iets lijkt te doen krijgt nu eenmaal meer aandacht dan een onderzoek waarin niets gebeurt. 

Ook financiering kan een rol spelen. Dat betekent niet dat ieder onderzoek dat door een fabrikant wordt betaald automatisch fout is. Het betekent wel dat we naar het totale bewijs moeten kijken in plaats van naar één opvallende studie. 

Daarom is de zin “wetenschappelijk bewezen” op een verpakking eigenlijk veel minder informatief dan hij klinkt. 

Een mechanisme is nog geen resultaat 

Misschien is dit wel de belangrijkste regel bij het beoordelen van supplementen. 

Een supplement kan de vetoxidatie tijdelijk verhogen. Dat betekent dat je lichaam op dat moment meer vet als energiebron gebruikt, maar niet automatisch dat je daardoor ook lichaamsvet verliest. Vetoxidatie en vetverlies zijn namelijk twee verschillende dingen. 

Hetzelfde geldt voor andere processen. Een stof kan een signaalroute activeren die betrokken is bij spiergroei, zonder dat dit automatisch leidt tot meer spiermassa. En een supplement kan een hormoonwaarde veranderen zonder dat daarmee is aangetoond dat je sterker, gezonder of energieker wordt. 

Daarom is een interessant werkingsmechanisme nog geen bewijs dat een supplement in de praktijk het gewenste resultaat oplevert. 

Een biologisch mechanisme vertelt ons hoe iets mogelijk zou kunnen werken

Daarna moet nog blijken of het ook iets verandert aan het resultaat waar je uiteindelijk om geeft. 

Dat verschil wordt in marketing regelmatig overgeslagen. 

Ook kwaliteit en veiligheid horen bij de vraag of iets 'werkt' 

Bij supplementen kijken we vaak alleen naar effectiviteit. Maar een supplement dat mogelijk iets doet, moet natuurlijk ook veilig en van goede kwaliteit zijn. 

Dat speelt bijvoorbeeld bij omega 3, waar oxidatie en productkwaliteit aandachtspunten zijn. Maar ook bij andere supplementen kan de werkelijke inhoud afwijken van wat je op basis van het etiket verwacht. 

Voor wedstrijdsporters komt daar nog een extra risico bij. Supplementen kunnen verontreinigd zijn met stoffen die volgens de dopingregels verboden zijn. Een onafhankelijk geteste batch verkleint dat risico, maar kan het nooit volledig uitsluiten. 

Ook kunnen supplementen wisselwerken met medicijnen en kunnen hoge doseringen van bepaalde vitamines en mineralen schadelijk zijn. 

Dat iets zonder recept te koop is, betekent dus niet automatisch dat het noodzakelijk, effectief of risicoloos is. 

Begin bij het probleem, niet bij het supplement 

Wanneer je een supplement overweegt, begin dan niet met de vraag welk product je moet kopen. Begin met wat je probeert te verbeteren. 

Ben je vaak moe? Dan is de eerste vraag waarom je moe bent. Slaap je te weinig, eet je onvoldoende, is je belasting hoog of speelt er mogelijk iets anders? Pas daarna wordt interessant of cafeïne, ijzer of een ander supplement überhaupt bij het probleem past. 

Wil je beter herstellen van training? Kijk dan eerst naar je trainingsbelasting, energie- en eiwitinname, slaap en totale herstelmogelijkheden. Een supplement kan daarna misschien iets toevoegen, maar hoeft niet de beperkende factor te zijn. 

Wil je gezonder eten? Kijk dan naar je voedingspatroon voordat je mogelijke gaten probeert af te dekken met een multivitamine. 

Wil je sterker worden en train je al structureel? Dan kan creatine juist een logische aanvulling zijn, omdat je daarmee niet een probleem probeert te corrigeren, maar een extra voordeel probeert toe te voegen aan een basis die al werkt. 

Hetzelfde geldt voor eiwitpoeder. Wanneer je regelmatig moeite hebt om voldoende eiwit binnen te krijgen en een shake dat praktisch oplost, hoeft normale voeding niet per definitie de betere oplossing te zijn. Een duurzame oplossing moet namelijk niet alleen theoretisch optimaal zijn, maar ook passen binnen je dagelijkse leven. 

Soms kom je dus uit bij een verandering in voeding, slaap, training of omgeving. Soms is verder onderzoek verstandig. En soms blijkt een supplement simpelweg de meest praktische oplossing. 

Een supplement is daarom niet automatisch het startpunt van de oplossing. Het is één van de middelen die je kunt inzetten zodra je begrijpt wat je probeert te verbeteren. 

Hetzelfde supplement kan voor twee mensen een andere keuze zijn 

Daarom bestaat er ook geen ideale supplementenlijst voor iedereen. 

Een veganist heeft andere voedingskundige aandachtspunten dan iemand die regelmatig dierlijke producten eet. Iemand die geen vis eet kijkt anders naar algenolie dan iemand die wekelijks vette vis eet. Een wedstrijdsporter kan iets hebben aan een sportspecifiek supplement dat voor iemand die drie keer per week recreatief krachttraining doet nauwelijks relevant is. 

Ook timing en leefstijl maken verschil. Cafeïne om acht uur 's ochtends is niet dezelfde keuze als cafeïne om acht uur 's avonds. 

Zelfs bij creatine, een supplement met een sterke onderbouwing, blijft het effect uiteindelijk een aanvulling op wat iemand verder doet. 

Dat is precies waarom supplementadvies altijd context nodig heeft. 

Conclusie 

Supplementen zijn niet per definitie zinvol en ook niet per definitie onzin. Hun waarde hangt vooral af van wat je ermee probeert te bereiken en van je uitgangssituatie. 

Sommige supplementen hebben een duidelijke plaats. Creatine is voor krachtsporters een van de best onderbouwde opties. Cafeïne kan bepaalde sportprestaties ondersteunen wanneer het op het juiste moment en in een passende situatie wordt gebruikt. Eiwitpoeder kan vooral praktisch zijn. En wanneer je weinig EPA en DHA binnenkrijgt, kan een kwalitatief goede visolie of algenolie een zinvolle aanvulling zijn. 

Bij andere supplementen is het verhaal veel afhankelijker van de situatie. Magnesium kan relevant zijn, maar is geen universeel slaapmiddel. BCAA's voegen bij een goede eiwitinname waarschijnlijk weinig toe. Beta-alanine kan in specifieke sportsituaties interessant zijn, maar staat voor de gemiddelde krachtsporter meestal lager op de prioriteitenlijst. 

Ook bij vitamines en mineralen blijft de uitgangssituatie belangrijk. Een tekort of onvoldoende inname aanvullen kan belangrijk zijn. Steeds meer innemen omdat een voedingsstof belangrijk is voor je gezondheid, levert daarentegen niet automatisch extra gezondheidswinst op en kan bij hoge doseringen zelfs nadelig zijn. 

De centrale vraag is daarom niet: 

Welke supplementen moet ik allemaal nemen? 

Maar: 

Wat probeer ik te verbeteren, waar zit de belangrijkste beperking en kan een supplement daar daadwerkelijk iets zinvols aan toevoegen? 

Soms ligt de beste oplossing in je voeding, training, slaap, herstel of dagelijkse omgeving. Dan is het meestal zinvoller om daar aan een duurzame oplossing te werken dan een supplement te gebruiken om het probleem te maskeren. 

Maar soms is een supplement juist onderdeel van de duurzame oplossing. Vitamine B12 bij een volledig plantaardig voedingspatroon is daar een duidelijk voorbeeld van. Een eiwitshake kan een druk voedingspatroon praktisch haalbaar maken. Algenolie kan een passende keuze zijn wanneer je geen vis eet. En creatine kan boven op een goed trainingsprogramma een extra voordeel bieden. 

Voor de meeste mensen blijft de grootste winst uiteindelijk zitten in voldoende en volwaardig eten, regelmatig bewegen en trainen, goed slapen en voldoende herstellen. Supplementen kunnen die basis ondersteunen, maar horen meestal niet het fundament te vormen. 

Een goed gekozen supplement ondersteunt een duurzame aanpak. Het vervangt die aanpak niet. 

Bronnen

[1] Ashtary-Larky, D., Mohammadi, S., Hajizadeh, L., Mousavi, S. A. H., Forbes, S. C., Candow, D. G., & Antonio, J. (2025). Creatine supplementation and resistance training: A comparison between novice and experienced lifters—A systematic review and dose-response meta-analysis. Journal of the International Society of Sports Nutrition, 22(Suppl. 1), 2586523. 

[2] Gu, J., Li, Y., Xiao, J., & Zhang, Y. (2026). Creatine supplementation in young men under resistance versus non-resistance training: A systematic review and meta-analysis of strength, performance, and lean mass. Frontiers in Nutrition, 13, 1800546. 

[3] Guest, N. S., VanDusseldorp, T. A., Nelson, M. T., Grgic, J., Schoenfeld, B. J., Jenkins, N. D. M., et al. (2021). International Society of Sports Nutrition position stand: Caffeine and exercise performance. Journal of the International Society of Sports Nutrition, 18, 1. 

[4] Khalafi, M., Habibi Maleki, A., Symonds, M. E., Rosenkranz, S. K., Ehsanifar, M., & Mohammadi Dinani, S. (2025). The combined effects of omega-3 polyunsaturated fatty acid supplementation and exercise training on body composition and cardiometabolic health in adults: A systematic review and meta-analysis. Clinical Nutrition ESPEN, 66, 151–159. 

[5] Schuster, J., Cycelskij, I., Lopresti, A., & Hahn, A. (2025). Magnesium bisglycinate supplementation in healthy adults reporting poor sleep: A randomized, placebo-controlled trial. Nature and Science of Sleep, 17, 2027–2040. 

[6] Merschmann, R., Burgmer, C., Eckert, G. P., & Wagner, A. E. (2025). Bioavailability of magnesium and potassium salts used as potential substitutes for sodium chloride in human nutrition: A review. Molecular Nutrition & Food Research, 69(22), e70227. 

[7] Pardo, M. R., Garicano Vilar, E., San Mauro Martín, I., & Camina Martín, M. A. (2021). Bioavailability of magnesium food supplements: A systematic review. Nutrition, 89, 111294. 

[8] Kocak, A., Georgousopoulou, E., Knight-Agarwal, C. R., Matthews, R., & Minehan, M. (2025). The effect of consuming caffeine before late afternoon/evening training or competition on sleep: A systematic review with meta-analysis. Sports, 13(9), 317. 

[9] Morton, R. W., Murphy, K. T., McKellar, S. R., Schoenfeld, B. J., Henselmans, M., Helms, E., et al. (2018). A systematic review, meta-analysis and meta-regression of the effect of protein supplementation on resistance training-induced gains in muscle mass and strength in healthy adults. British Journal of Sports Medicine, 52(6), 376–384. 

[10] Bannenberg, G., Mallon, C., Edwards, H., Yeadon, D., Yan, K., Johnson, H., & Ismail, A. (2017). Omega-3 long-chain polyunsaturated fatty acid content and oxidation state of fish oil supplements in New Zealand. Scientific Reports, 7, 1488. 

[11] Bailey, E., et al. (2025). Comparative bioavailability of DHA and EPA from microalgal and fish oil in adults. International Journal of Molecular Sciences, 26(19), 9343. 

[12] Julea, M., & Saleh, S. N. (2025). The effect of oral pure branched-chain amino acid supplementation on exercise performance and body composition: A systematic review. Cureus, 17(11), e96017. 

[13] Del Guerra, G. C., et al. (2026). Branched-chain amino acid supplementation and endurance performance: Reporting guidelines and systematic review of biochemical vs clinical evidence. The Physician and Sportsmedicine, 54(3), 180–191. 

[14] Liang, W., Kong, D., Wang, Y., Yu, T., Chen, M., & Huang, W. (2026). No ergogenic effect of β-alanine on repeated sprint ability: A systematic review and multilevel meta-analysis of randomized controlled trials. Frontiers in Nutrition, 13, 1818755. 

[15] Voedingscentrum. (2026). Is te veel vitamines of mineralen slikken schadelijk? 

[16] Xu, C., Bi, S., Zhang, W., & Luo, L. (2024). The effects of creatine supplementation on cognitive function in adults: A systematic review and meta-analysis. Frontiers in Nutrition, 11, 1424972. https://doi.org/10.3389/fnut.2024.1424972  

[17] Eckert, I., Lima, J., & Dariva, A. A. (2025). Creatine supplementation for treating symptoms of depression: A systematic review and meta-analysis. British Journal of Nutrition, 134(11), 947–959. https://doi.org/10.1017/S0007114525105588  

[18] Vietor, F. I., Sticher, K., & Ashraf, K. H. (2025). The pathophysiology of traumatic brain injuries and the rationale behind creatine supplementation as a potential therapy: A review. Missouri Medicine, 122(1), 60–66. 

[19] Gordji-Nejad, A., Matusch, A., Hengstler, L., et al. (2026). Single-dose creatine reduces sleep deprivation-induced deterioration in cognitive performance. Nutrients, 18(8), 1192. 

[20] Gordji-Nejad, A., Matusch, A., Kleedörfer, S., et al. (2024). Single dose creatine improves cognitive performance and induces changes in cerebral high energy phosphates during sleep deprivation. Scientific Reports, 14(1), 4937. 

[21] McMorris, T., Harris, R. C., Swain, J., et al. (2006). Effect of creatine supplementation and sleep deprivation, with mild exercise, on cognitive and psychomotor performance, mood state, and plasma concentrations of catecholamines and cortisol. Psychopharmacology, 185(1), 93–103. 

[22] Cook, C. J., Crewther, B. T., Kilduff, L. P., Drawer, S., & Gaviglio, C. M. (2011). Skill execution and sleep deprivation: Effects of acute caffeine or creatine supplementation—A randomized placebo-controlled trial. Journal of the International Society of Sports Nutrition, 8, 2. 

[23] Ben Maaoui, K., Delleli, S., Jebabli, A., et al. (2026). Acute creatine ingestion before resistance training enhances strength performance more than ingestion during or after training: A randomized crossover pilot trial. Nutrients, 18(11), 1789. 

Misschien vind je dit ook interessant

Personal Body Plan

Je personal trainer, coach en voedingsdeskundige in één.
Hoe werkt het?