
Geschreven door Kirsten Hogendoorn, Expert bij Personal Body Plan.
Veel mensen denken dat blijvende verandering vooral afhankelijk is van motivatie, discipline of wilskracht. Toch blijkt uit de gedragswetenschap dat een groot deel van ons dagelijkse gedrag wordt gestuurd door routines en gewoontes. Wanneer gedrag vaak genoeg wordt herhaald in een herkenbare context, hoeft het brein er steeds minder bewust over na te denken. Het gedrag verloopt dan grotendeels automatisch.
Dat is belangrijk, omdat motivatie voortdurend fluctueert. Iedereen heeft dagen waarop gezond eten, sporten of op tijd naar bed gaan makkelijk voelt, maar ook dagen waarop dit veel lastiger is. Juist op die momenten maken routines het verschil.
Routines zijn echter geen magische oplossing. Ze ontstaan door een samenspel van neurologische processen, gedrag, omgeving, emoties, stress, slaap en eerdere ervaringen. Daarom lukt het sommige mensen makkelijker om gezonde gewoontes vol te houden dan anderen.
De belangrijkste les is dat duurzame verandering meestal niet ontstaat door harder je best te doen, maar door gedrag zo vaak en zo consistent mogelijk te herhalen binnen een omgeving die dat gedrag ondersteunt.
Bijna iedereen heeft wel eens gedacht:
"Vanaf morgen ga ik het echt anders doen."
Misschien ging het om gezonder eten, vaker sporten, eerder naar bed gaan of minder tijd op social media. Vaak lukt dat een tijdje goed. Tot er een drukke week komt, stress ontstaat of het leven simpelweg tussendoor komt.
Veel mensen trekken dan de conclusie dat ze te weinig discipline hebben. Of dat ze simpelweg niet gemotiveerd genoeg zijn.
Toch laat onderzoek zien dat een groot deel van ons dagelijks gedrag helemaal niet voortkomt uit bewuste keuzes. Gedrag wordt voor een belangrijk deel gestuurd door gewoontes en routines die zich in de loop van de tijd hebben gevormd [1,2].
Dat betekent dat de vraag niet alleen is hoe gemotiveerd iemand is, maar vooral welke patronen het brein heeft geleerd.
In de vorige blog hebben we gekeken naar de automatische piloot en waarom mensen vaak terugvallen in bekende patronen. In deze blog kijken we naar de andere kant van het verhaal: hoe kun je routines gebruiken om gezond gedrag juist makkelijker, voorspelbaarder en duurzamer te maken?
We onderzoeken waarom routines vaak belangrijker zijn dan motivatie, hoe ze mentale energie besparen en hoe ze kunnen bijdragen aan gezondheid, prestaties en welzijn.
Na het lezen van deze blog kun je:
Een routine is een vaste volgorde van handelingen die regelmatig terugkomt in je dagelijks leven. Denk aan een ochtendroutine, een vast eetpatroon, een trainingsmoment of een avondroutine voor het slapen gaan.
Het doel van een routine is niet om iedere dag precies hetzelfde te doen. Het doel is om structuur te creëren. Die structuur maakt gezond gedrag vaak makkelijker uitvoerbaar, vooral op dagen waarop motivatie, energie of concentratie lager zijn [1,2].
Veel mensen vertrouwen op motivatie om gezonde keuzes te maken. Routines verminderen juist de noodzaak om steeds opnieuw te moeten beslissen [1,2].
Routines maken gedrag voorspelbaar.
Dat klinkt misschien saai, maar voorspelbaarheid heeft belangrijke voordelen voor zowel lichaam als brein.
Een stabiel ritme van eten, bewegen, slapen en herstellen ondersteunt onder andere het circadiaanse ritme, cognitief functioneren, welzijn en gezondheid [6,7]. Een consistente leefstijl kan daardoor bijdragen aan betere prestaties en meer stabiliteit in het dagelijks leven.
Daarnaast verminderen routines de hoeveelheid keuzes die iemand dagelijks moet maken.
Iedere keuze kost namelijk aandacht, energie en cognitieve capaciteit [4,5]. Wanneer gedrag automatisch verloopt, hoeft het brein minder beslissingen te nemen.
Dat verklaart ook waarom veel succesvolle sporters, ondernemers en andere professionals werken met vaste routines. Niet omdat ze obsessief zijn, maar omdat routine mentale ruimte creëert voor andere zaken.
Veel mensen starten met gezonde gewoontes op momenten dat de motivatie hoog is. Je voelt je energiek, hebt een duidelijk doel en bent gemotiveerd om veranderingen door te voeren.
Maar motivatie is niet constant.
Iedereen krijgt te maken met drukke werkdagen, slechte nachten, stressvolle periodes, vakanties of momenten waarop gezondheid even minder prioriteit heeft. Juist op die momenten wordt zichtbaar hoe afhankelijk gedrag is van motivatie.
Routines bieden hier een voordeel. Ze zorgen ervoor dat bepaald gedrag al een vaste plek heeft gekregen in het dagelijks leven. Daardoor hoeft niet iedere keer opnieuw besloten te worden of je iets wel of niet gaat doen [1,2].
Een training die standaard op dinsdagavond gepland staat vraagt vaak minder mentale energie dan iedere week opnieuw bedenken wanneer je gaat sporten. Hetzelfde geldt voor een vast ontbijt, een vaste bedtijd of een dagelijkse wandeling.
Routines nemen niet alle weerstand weg, maar ze maken gezond gedrag vaak makkelijker uitvoerbaar wanneer motivatie tijdelijk lager is [1,2,4].
Iedere dag maken mensen honderden kleine keuzes. Wat ga je eten? Wanneer ga je sporten? Ga je wandelen of op de bank zitten? Wanneer ga je naar bed?
Al die keuzes vragen aandacht en energie.
Wanneer bepaalde gedragingen onderdeel worden van een routine, hoeft het brein minder vaak een beslissing te nemen [1,2]. Dat betekent niet dat iemand nooit meer hoeft na te denken, maar wel dat gezond gedrag minder afhankelijk wordt van motivatie of wilskracht [1,2,4].
Een voorbeeld is iemand die iedere maandag, woensdag en vrijdag na werk sport. Op dat moment hoeft er nauwelijks nog onderhandeld te worden met zichzelf. De keuze is al gemaakt.
Daardoor kunnen routines mentale ruimte vrijmaken voor andere zaken zoals werk, studie, gezin of herstel.
Binnen sport, voeding en leefstijl ontstaat resultaat meestal niet door één perfecte keuze. Gezondheid wordt veel vaker bepaald door de optelsom van kleine keuzes die weken, maanden of zelfs jaren worden herhaald.
Eén gezonde maaltijd verandert weinig wanneer de rest van de week volledig anders verloopt. Eén training zorgt zelden voor zichtbaar resultaat. En één goede nacht slaap compenseert meestal geen maanden van slaaptekort.
Het lichaam reageert namelijk vooral op patronen [6,7].
Spieren passen zich aan wanneer training regelmatig wordt herhaald. Conditie verbetert wanneer voldoende bewegingsprikkels blijven terugkomen [6,7,8]. Herstel wordt ondersteund door een consistent slaapritme. Ook voedingsgewoontes hebben vaak meer invloed op de lange termijn dan incidentele uitschieters.
Routines helpen om die herhaling mogelijk te maken. Ze zorgen ervoor dat gezond gedrag minder afhankelijk wordt van dagelijkse motivatie en daardoor vaker wordt uitgevoerd.
Dat betekent niet dat iedere dag perfect hoeft te zijn. Juist wanneer een routine voldoende stevig is opgebouwd, kan iemand makkelijker omgaan met een minder gezonde maaltijd, een gemiste training of een drukke week zonder dat het hele systeem direct instort.
Motivatie is belangrijk.
Zonder motivatie komt gedrag meestal niet op gang [9].
Het probleem is dat motivatie fluctueert.
Stress, slaaptekort, emoties, werkdruk, ziekte of andere omstandigheden kunnen motivatie tijdelijk verminderen.
Wanneer gedrag volledig afhankelijk is van motivatie, ontstaat vaak een patroon van starten en stoppen [4,9].
Routines werken anders.
Wanneer gedrag voldoende geautomatiseerd raakt, wordt motivatie minder belangrijk. Het gedrag wordt dan onderdeel van het dagelijkse patroon.
Dat betekent niet dat motivatie onbelangrijk wordt, maar wel dat routines gedrag stabieler maken op momenten waarop motivatie tijdelijk ontbreekt.
De invloed van stress, slaap en omgeving
Stress beïnvloedt aandacht, besluitvorming en zelfregulatie [4,5]. Chronische stress kan leiden tot een afname van cognitieve bandbreedte, waardoor het moeilijker wordt om bewust keuzes te maken.
Slaap speelt eveneens een belangrijke rol. Slechte slaapkwaliteit beïnvloedt energie, concentratie, stemming en impulscontrole [7].
Ook de omgeving heeft grote invloed.
Voeding die zichtbaar aanwezig is wordt vaker gegeten. Sociale situaties beïnvloeden gedrag. Beschikbaarheid van voedsel, tijdsdruk, werkbelasting en sociale normen spelen allemaal een rol [10,11].
Daarom is gedragsverandering vaak niet alleen een kwestie van willen veranderen, maar ook van het aanpassen van omstandigheden.
Onderzoek laat consequent zien dat gewoontes een belangrijke voorspeller zijn van langdurig gedrag [1,2].
Gedrag dat regelmatig wordt uitgevoerd binnen een stabiele context heeft een grotere kans om geautomatiseerd te raken. Daardoor wordt het minder afhankelijk van motivatie of bewuste inspanning [1,2].
Daarnaast tonen onderzoeken naar neuroplasticiteit aan dat herhaalde ervaringen daadwerkelijk leiden tot veranderingen in neurale verbindingen. Veelgebruikte verbindingen worden sterker, terwijl minder gebruikte verbindingen kunnen verzwakken [3].
Ook onderzoek naar zelfregulatie laat zien dat factoren zoals stress, slaap en omgeving sterke invloed hebben op gedragskeuzes [4,5].
De wetenschap ondersteunt daarmee het idee dat duurzame gedragsverandering vooral ontstaat door consistente herhaling binnen een ondersteunende omgeving, en niet uitsluitend door wilskracht.
Een veelvoorkomende misvatting is dat een terugval betekent dat een nieuwe gewoonte of routine nooit echt een gewoonte is geworden. In werkelijkheid werkt gedragsverandering meestal niet zo zwart-wit.
Het brein werkt namelijk niet als een computer waarin oude programma's worden verwijderd zodra er een nieuw programma wordt geïnstalleerd. Wanneer je jarenlang bepaald gedrag hebt herhaald, ontstaan er sterke verbindingen in het brein. Als je vervolgens nieuw gedrag aanleert, worden er nieuwe verbindingen opgebouwd, maar de oude verdwijnen meestal niet zomaar [3].
Daardoor kunnen oude en nieuwe gedragspatronen jarenlang naast elkaar bestaan.
Stel dat iemand jarenlang iedere avond op de bank zat met snacks. Vervolgens ontwikkelt die persoon een nieuwe routine waarbij hij na het avondeten een wandeling maakt. Na verloop van tijd voelt die wandeling steeds normaler en vanzelfsprekender. Het kost minder moeite en minder bewuste aandacht. De routine is dan daadwerkelijk onderdeel geworden van het dagelijks leven.
Toch kan er een moment komen waarop die persoon terugvalt in het oude gedrag. Bijvoorbeeld tijdens een drukke periode op het werk, na meerdere nachten slecht slapen, tijdens een vakantie of wanneer er sprake is van veel stress of emotionele belasting.
Dat betekent niet dat de wandelroutine geen echte routine was.
Het betekent vooral dat gedrag altijd afhankelijk blijft van de context waarin het plaatsvindt.
Routines maken gedrag makkelijker, maar ze maken mensen niet immuun voor veranderingen in hun omgeving of belastbaarheid. Wanneer stress toeneemt, slaap afneemt of de dagelijkse structuur wegvalt, verandert ook de manier waarop het brein voorspellingen doet en keuzes aanstuurt. Juist op zulke momenten kan het brein teruggrijpen op oudere, sterk ingesleten patronen die jarenlang zijn geoefend.
Vanuit een neurobiopsychosociaal perspectief is dat logisch. Gedrag wordt namelijk niet alleen bepaald door gewoontes. Ook factoren zoals energie, herstel, emoties, motivatie, sociale omgeving en dagelijkse omstandigheden spelen een rol. Wanneer meerdere van deze factoren tegelijk veranderen, kan ook gedrag tijdelijk veranderen.
Een terugval is daarom meestal geen teken van falen. Het is vaak een signaal dat de omstandigheden zijn veranderd.
Misschien is er sprake van meer stress. Misschien is de slaapkwaliteit afgenomen. Misschien is de omgeving veranderd of vraagt het leven tijdelijk meer energie dan normaal. In zulke situaties wordt het moeilijker om nieuw gedrag uit te voeren, zelfs wanneer dat gedrag al grotendeels geautomatiseerd is.
Het goede nieuws is dat een terugval meestal niet betekent dat alle vooruitgang verloren is gegaan.
Onderzoek naar neuroplasticiteit laat zien dat eerdere leerervaringen invloed blijven houden op toekomstige keuzes en gedragingen [3]. De verbindingen die horen bij de nieuwe routine zijn nog steeds aanwezig. Daardoor lukt het veel mensen vaak sneller om terug te keren naar gewenst gedrag dan toen zij voor het eerst begonnen.
Dat zie je bijvoorbeeld bij iemand die jarenlang regelmatig heeft gesport. Na een blessure, vakantie of drukke periode kan die persoon tijdelijk uit het ritme raken. Toch lukt het vaak relatief snel om de draad weer op te pakken. Niet omdat er meer motivatie aanwezig is, maar omdat het gedrag eerder al onderdeel is geweest van het systeem.
Misschien is dat wel de belangrijkste nuance rondom routines.
Het doel van een routine is niet om nooit meer terug te vallen. Het doel is om gezond gedrag zo stevig mogelijk te verankeren in het dagelijks leven, zodat het makkelijker wordt om er steeds weer naar terug te keren wanneer omstandigheden tijdelijk minder gunstig zijn.
Wanneer terugval ontstaat, kijken veel mensen vooral naar het zichtbare gedrag. Ze vragen zich af waarom ze minder discipline hebben, waarom de motivatie verdwenen is of waarom ze hun routine niet hebben volgehouden. Vaak ligt de verklaring echter dieper.
Achter gedrag liggen biologische en psychologische processen die voortdurend invloed uitoefenen op de keuzes die we maken. Factoren zoals slaap, stress, energiebeschikbaarheid, emoties, overtuigingen, zelfbeeld en eerdere ervaringen bepalen mede hoe makkelijk of moeilijk het is om een routine vol te houden.
Een terugval is daardoor vaak niet alleen een gedragsmatig probleem, maar een signaal dat er ergens in het systeem iets veranderd is. Misschien is de belastbaarheid afgenomen, is de stress toegenomen of zijn er psychologische factoren die meer aandacht vragen.
Dat laat tegelijkertijd de beperking van routines zien. Hoewel routines gezond gedrag makkelijker kunnen maken, verklaren ze niet volledig waarom mensen doen wat ze doen. Om gedrag echt te begrijpen, moeten we verder kijken dan gewoontes alleen.
Gedrag ontstaat namelijk uit een voortdurend samenspel tussen brein, lichaam, gedachten, emoties en omgeving. Routines zijn daar slechts één onderdeel van. Juist die onderliggende biologische en psychologische processen bepalen vaak waarom dezelfde routine voor de ene persoon jarenlang standhoudt, terwijl iemand anders steeds opnieuw vastloopt.
Om duurzame gedragsverandering beter te begrijpen, is het daarom belangrijk om ook naar die diepere lagen van menselijk gedrag te kijken.
Routines kunnen gezond gedrag makkelijker maken, maar ze zijn geen garantie voor succes. Menselijk gedrag is namelijk veel complexer dan het simpelweg herhalen van een handeling.
Mensen verschillen onderling in factoren zoals persoonlijkheid, levensfase, gezondheid, stressniveau, belastbaarheid, sociale omgeving en eerdere ervaringen. Daardoor kan dezelfde routine voor de ene persoon heel goed werken, terwijl iemand anders veel meer moeite heeft om hetzelfde gedrag vol te houden.
Daarnaast wordt gedrag niet alleen beïnvloed door gewoontes. Ook biologische en psychologische processen spelen een belangrijke rol. Factoren zoals slaap, energiebeschikbaarheid, herstel, emoties, motivatie, overtuigingen en zelfbeeld beïnvloeden voortdurend hoe makkelijk of moeilijk bepaald gedrag aanvoelt.
Ook bestaan er grote verschillen in hoe snel gedrag automatiseert. Sommige gewoontes voelen na enkele weken al vanzelfsprekend, terwijl andere gedragingen maanden van herhaling vragen voordat ze onderdeel worden van het dagelijkse patroon [1].
Bovendien verloopt gedragsverandering zelden volledig lineair. Vrijwel iedereen krijgt te maken met periodes waarin routines tijdelijk minder goed worden uitgevoerd. Een terugval betekent echter niet automatisch dat alle vooruitgang verloren is gegaan.
Onderzoek naar neuroplasticiteit laat zien dat eerder gevormde neurale verbindingen niet zomaar verdwijnen [3]. Daardoor kunnen eerder aangeleerde routines vaak relatief snel opnieuw worden opgepakt wanneer de omstandigheden weer gunstiger worden.
Menselijk gedrag is daarom geen aan-uitknop. Het ontstaat uit een voortdurend samenspel tussen brein, lichaam, gedachten, emoties en omgeving. Juist die complexiteit verklaart waarom gedragsverandering voor iedereen anders verloopt en waarom duurzame verandering meestal vraagt om meer dan alleen motivatie of discipline.
Wie een nieuwe routine wil ontwikkelen, hoeft meestal niet groter te denken maar juist kleiner.
Veel mensen proberen hun leven in één keer om te gooien. Ze willen vaker sporten, gezonder eten, eerder slapen en meer ontspannen. Vaak werkt dat maar kort.
Een duurzamere aanpak is om te beginnen met één gedraging die makkelijk uitvoerbaar is. Bijvoorbeeld iedere avond tien minuten wandelen na het eten. Of iedere ochtend eerst een glas water drinken voordat de telefoon wordt gepakt.
Wanneer zo'n kleine actie onderdeel wordt van het dagelijks ritme, ontstaat een fundament waarop later andere gewoontes kunnen worden gebouwd [1,2].
Er bestaat geen perfecte routine voor iedereen.
Wat werkt hangt af van onder andere:
Een ochtendroutine kan voor de één ideaal zijn, terwijl iemand anders beter functioneert in de avond.
De beste routine is daarom niet de meest indrukwekkende routine, maar de routine die duurzaam past binnen iemands leven.
Routines laten goed zien hoe gezondheid en gedrag ontstaan uit een samenspel van verschillende factoren.
Vanuit Brain probeert het brein voortdurend energie te besparen door gedrag efficiënter te maken. Hoe vaker bepaald gedrag wordt uitgevoerd, hoe minder bewuste aandacht daarvoor nodig is.
Vanuit Body spelen factoren zoals slaap, herstel, energiebeschikbaarheid en lichamelijke belastbaarheid een rol. Wanneer iemand vermoeid is of veel stress ervaart, wordt het vaak moeilijker om bewust keuzes te maken.
Vanuit Mind beïnvloeden motivatie, emoties, overtuigingen en eerdere ervaringen hoe iemand naar gedrag kijkt. Deze factoren bepalen mede welke routines aantrekkelijk of juist lastig voelen.
Vanuit Life speelt de omgeving een belangrijke rol. Werk, gezin, sociale contacten, beschikbaarheid van voeding en dagelijkse structuur beïnvloeden voortdurend welk gedrag makkelijker of moeilijker wordt.
Routines ontstaan precies op het snijvlak van deze factoren. Daarom is een goede routine niet automatisch de meest productieve of indrukwekkende routine. Een goede routine is een routine die past bij het leven, de doelen en de belastbaarheid van de persoon die haar uitvoert.
Routines zijn daardoor geen losse truc om productiever te worden, maar een manier waarop het gehele systeem van brein, lichaam, gedrag en omgeving samenwerkt om gedrag voorspelbaar en duurzaam te maken.
Routines zijn niet waardevol omdat ze gedrag automatiseren. Ze zijn waardevol omdat ze gezonde keuzes makkelijker maken op dagen waarop het leven druk, chaotisch of vermoeiend is.
Motivatie zal altijd fluctueren. Energie, stress en omstandigheden veranderen voortdurend. Routines bieden juist stabiliteit binnen die veranderende omstandigheden.
Daarom ontstaat langdurig succes meestal niet uit één grote beslissing, maar uit kleine gedragingen die zo vaak worden herhaald dat ze onderdeel worden van het dagelijks leven.
[1] Lally, P., van Jaarsveld, C. H. M., Potts, H. W. W., & Wardle, J. (2010). How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998-1009. https://doi.org/10.1002/ejsp.674
[2] Gardner, B., Phillips, L. A., & Judah, G. (2016). Habitual instigation and habitual execution: Definition, measurement, and effects on behaviour frequency. British Journal of Health Psychology, 21(3), 613-630. https://doi.org/10.1111/bjhp.12189
[3] Draganski, B., Gaser, C., Busch, V., Schuierer, G., Bogdahn, U., & May, A. (2004). Neuroplasticity: Changes in grey matter induced by training. Nature, 427(6972), 311-312. https://doi.org/10.1038/427311a
[4] Inzlicht, M., Schmeichel, B. J., & Macrae, C. N. (2014). Why self-control seems difficult but is not impossible. Trends in Cognitive Sciences, 18(3), 127-133. https://doi.org/10.1016/j.tics.2013.12.009
[5] Baumeister, R. F., & Vohs, K. D. (2016). Strength model of self-regulation as limited resource: Assessment, controversies, update. Advances in Experimental Social Psychology, 54, 67-127. https://doi.org/10.1016/bs.aesp.2016.04.001
[6] World Health Organization. (2020). WHO guidelines on physical activity and sedentary behaviour. Geneva: World Health Organization.
[7] Watson, N. F., Badr, M. S., Belenky, G., Bliwise, D. L., Buxton, O. M., Buysse, D., et al. (2015). Recommended amount of sleep for a healthy adult: A joint consensus statement of the American Academy of Sleep Medicine and Sleep Research Society. Sleep, 38(6), 843-844. https://doi.org/10.5665/sleep.4716
[8] American College of Sports Medicine. (2021). ACSM's Guidelines for Exercise Testing and Prescription (11th ed.). Philadelphia: Wolters Kluwer.
[9] Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2020). Intrinsic and extrinsic motivation from a self-determination theory perspective: Definitions, theory, practices, and future directions. Contemporary Educational Psychology, 61, 101860. https://doi.org/10.1016/j.cedpsych.2020.101860
[10] Hollands, G. J., Carter, P., Anwer, S., King, S. E., Jebb, S. A., Ogilvie, D., & Shemilt, I. (2019). Altering the availability or proximity of food, alcohol, and tobacco products to change their selection and consumption. Cochrane Database of Systematic Reviews, 9, CD012573. https://doi.org/10.1002/14651858.CD012573.pub3
[11] Marteau, T. M., Hollands, G. J., & Fletcher, P. C. (2012). Changing human behavior to prevent disease: The importance of targeting automatic processes. Science, 337(6101), 1492-1495. https://doi.org/10.1126/science.1226918