Doelen stellen die je wel volhoudt

Geschreven door Kirsten Hogendoorn, Expert bij Personal Body Plan.

Doelen werken alleen als ze aansluiten op hoe je systeem functioneert. Gedrag wordt niet bepaald door wilskracht alleen, maar door een samenspel van energie, stress, slaap en context. Wanneer doelen beter afgestemd zijn op deze factoren en gekoppeld worden aan concreet gedrag, ontstaat er meer stabiliteit en consistentie. De belangrijkste takeaway is dat duurzaam resultaat niet begint bij harder proberen, maar bij beter afstemmen.

Bijna iedereen weet wat hij wil veranderen. Meer energie, minder gewicht, sterker worden, minder stress, betere gezondheid of meer grip op gedrag. Toch lopen veel veranderingen vast, niet omdat mensen ongemotiveerd zijn, maar omdat doelen vaak worden gesteld zonder rekening te houden met hoe het menselijk systeem daadwerkelijk functioneert.

De mens kan worden gezien als een geïntegreerd systeem waarin brein, lichaam, psyche en leefstijl continu op elkaar inwerken. Gedrag staat nooit op zichzelf. Het vermogen om doelen te stellen en vol te houden is afhankelijk van beschikbare energie, herstel, stressbelasting en context, niet alleen van intentie of wilskracht.

Doelen vervullen binnen dit systeem een regulerende functie. Ze geven richting aan gedrag en aandacht, helpen energie doelgericht in te zetten en dragen bij aan het gevoel van competentie [1,2,9]. Onderzoek laat zien dat specifieke en uitdagende doelen leiden tot meer inzet, betere focus en groter doorzettingsvermogen dan vage intenties of het ontbreken van doelen [1,8]. Het behalen van doelen kan daarnaast het zelfvertrouwen versterken, wat bijdraagt aan psychologisch welzijn [2].

Tegelijkertijd werkt het brein niet los van het lichaam. Vanuit het allostase-model weten we dat het brein voortdurend voorspelt hoeveel energie nodig is om toekomstige eisen het hoofd te bieden. Elke gedragsverandering zoals trainen, gezonder eten, beter slapen, vraagt een extra investering. Wanneer de belasting structureel hoger is dan de draagkracht, schakelt het systeem terug om schade te voorkomen [10].

Stress speelt hierin een centrale rol. Acute stress kan functioneel zijn, maar chronische stress houdt het lichaam langdurig in een sympathische activatiestand, met verhoogde cortisolproductie. Dit onderdrukt herstelprocessen, verstoort hormonale regulatie en vermindert het vermogen om consistent gedrag vol te houden [4]. Onderzoek laat zien dat hoge psychologische stress samenhangt met minder krachttoename, slechter herstel en een verhoogd blessurerisico, zelfs wanneer trainingsbelasting gelijk blijft [3].

Slaap is daarbij een cruciale randvoorwaarde. Slaaptekort vermindert cognitieve functies zoals zelfcontrole en besluitvaardigheid, verhoogt stressgevoeligheid en verstoort energieregulatie. Studies tonen aan dat onvoldoende slaap leidt tot een ongunstigere lichaamssamenstelling, verminderde eiwitsynthese en een verschuiving richting vetmassa in plaats van vetvrij weefsel tijdens gewichtsverlies [5,6]. Daarnaast verstoort slaaptekort het hormonale en fysiologische herstel dat nodig is voor o.a. motivatie. Dit verklaart waarom doelen die op papier vaak logisch zijn, maar in de praktijk vaak niet vol te houden zijn. Het probleem zit niet in het doel op zich, maar in de mismatch tussen doel en systeemcapaciteit.

Discipline is geen fundament, maar een gevolg

Veel mensen verklaren het niet-volhouden van doelen door een gebrek aan discipline. Alsof discipline een persoonlijke eigenschap is die je hebt of niet hebt. Vanuit de motivatiepsychologie en het neurobiopsychosociale perspectief klopt dat beeld niet. Discipline is geen fundament, maar een gevolg.

Discipline ontstaat wanneer motivatie van voldoende kwaliteit is. Binnen de Self-Determination Theory wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van motivatie, afhankelijk van de mate waarin gedrag autonoom wordt uitgevoerd. Gedrag dat voortkomt uit plezier, interesse of een persoonlijke overtuiging dat iets belangrijk is, kost relatief weinig energie om vol te houden. Deze vormen van motivatie ondersteunen autonomie en competentie en vormen daarmee een stabiele basis voor consistent gedrag [9].

Wanneer gedrag daarentegen vooral wordt aangestuurd door externe druk, verwachtingen van anderen, schuldgevoel of angst voor falen, ontstaat een ander effect. Dit type motivatie kan gedrag tijdelijk activeren, maar verhoogt tegelijkertijd de stressbelasting en vraagt voortdurend zelfcontrole. Het gedrag kost structureel meer energie dan het oplevert. Hoe lager de kwaliteit van motivatie, hoe groter de behoefte aan discipline en hoe kleiner de kans dat deze discipline langdurig beschikbaar blijft.

Discipline is daarmee geen kwestie van harder proberen, maar van betere afstemming. Wanneer doelen aansluiten bij wat iemand intrinsiek belangrijk vindt, wanneer autonomie intact blijft en kleine successen worden ervaren, ontstaat stabiliteit in gedrag zonder dat dit als forceren voelt. Discipline volgt dan vanzelf, als logisch gevolg van een systeem dat klopt.

Doelen die passen bij het systeem

Daarom werkt het beter om doelen te formuleren als concrete gedragsdoelen in plaats van abstracte uitkomstdoelen. De SMART-methode helpt hierbij door doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden te maken. Dit vermindert cognitieve belasting en maakt voortgang zichtbaar, wat motivatie en zelfregulatie ondersteunt [1].

Omdat gedrag altijd plaatsvindt binnen wisselende omstandigheden, is het belangrijk om weerstand vooraf mee te nemen. Implementatie-intenties, zoals uitgewerkt in de WOOP-methode, helpen hierbij. Door vooraf vast te leggen wat je doet wanneer een obstakel zich voordoet, verklein je het aantal beslismomenten op momenten van hoge stress of vermoeidheid [7].

Schaalbaarheid is daarbij belangrijk. Doelen moeten kunnen worden aangepast aan fluctuaties in stress, slaap en herstel zonder dat de intentie verdwijnt. Weerstand, twijfel en terugval zijn signalen dat het systeem tijdelijk overbelast is. Door gedrag te verkleinen in plaats van te stoppen, blijft je actief en wordt integratie mogelijk gemaakt.

Terugval is geen falen, maar informatie over de huidige balans tussen belasting en draagkracht. Door terugval functioneel te analyseren, context, stressniveau en herstel, kan het doel beter worden afgestemd op het leven dat iemand daadwerkelijk leidt.

Binnen het neurobiopsychosociale model zijn doelen daarom geen eindpunt, maar een middel tot ontwikkeling. Ze werken alleen duurzaam wanneer er rekening wordt gehouden met stress, slaap, energie en leefstijl.

Bronnen

1. Locke, E. A., & Latham, G. P. (1991). A Theory of Goal Setting & Task Performance.

Academy of Management Review, 16(2), 212–247.

https://doi.org/10.2307/258875

2. Cast, A. D., & Burke, P. J. (2002). A theory of self-esteem.

Social Forces, 80(3), 1041–1068.

https://doi.org/10.1353/sof.2002.0003

3. Bartholomew, J. B., et al. (2008). Exercise and stress interactions.

Journal of Sport & Exercise Psychology, 30(1), 1–15.

https://doi.org/10.1123/jsep.30.1.1

4. Björntorp P. Hormonal control of regional fat distribution. Hum Reprod. 1997 Oct;12 Suppl 1:21-5. doi: 10.1093/humrep/12.suppl_1.21. PMID: 9403318.Hormonal control of regional fat distribution - PubMed

5. Nedeltcheva, A. V., et al. (2010). Insufficient sleep undermines dietary efforts.
Annals of Internal Medicine, 153(7), 435–441.
https://doi.org/10.7326/0003-4819-153-7-201010050-00006

6. Wang, X., et al. (2018). Sleep restriction and body composition.
Obesity Reviews, 19(1), 28–38.
https://doi.org/10.1111/obr.12610

7. Oettingen, G., & Reininger, K. M. (2016). The power of prospection: Mental contrasting and behavior change.
Social and Personality Psychology Compass, 10(11), 591–604.
https://doi.org/10.1111/spc3.12271

8. McCaul, K. D., Hinsz, V. B., & McCaul, H. S. (1987).
The effects of commitment to performance goals on effort.
Journal of Applied Social Psychology, 17(5), 437–452.
https://doi.org/10.1111/j.1559-1816.1987.tb00318.x

9. Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000).
The “what” and “why” of goal pursuits.
Psychological Inquiry, 11(4), 227–268.
https://selfdeterminationtheory.org/SDT/documents/2000_DeciRyan.pdf

10. McEwen, B. S. (1998).
Stress, adaptation, and disease: Allostasis and allostatic load.
Annals of the New York Academy of Sciences, 840, 33–44.
https://doi.org/10.1111/j.1749-6632.1998.tb09546.x

Misschien vind je dit ook interessant

Personal Body Plan

Je personal trainer, coach en voedingsdeskundige in één.
Hoe werkt het?