Waarom detox werkt (maar niet om de reden die je denkt)

Geschreven door Kirsten Hogendoorn, Expert bij Personal Body Plan.

Detoxprogramma’s lijken te werken doordat ze de energie-inname plotseling verlagen, niet doordat ze afvalstoffen verwijderen. Het lichaam ontgift zichzelf al via lever en nieren en er is geen overtuigend bewijs dat detoxdiëten dit proces versnellen .

De snelle gewichtsafname in de eerste dagen komt vooral door verlies van glycogeen en het bijbehorende vocht, niet door vetverlies. Tegelijk reageert het lichaam actief op het energietekort via adaptieve processen zoals een daling van energiegebruik en spontane beweging (NEAT), en een toename van eetlust via hormonale signalen zoals leptine.

Wanneer dit samenvalt met stress, slaaptekort en mentale belasting, verschuift het systeem verder richting energiebesparing en korte-termijn gedrag. Dit maakt het proces subjectief zwaarder, niet onmogelijk.

De belangrijkste takeaway is dat detox geen fysiologische reset is, maar een tijdelijke interventie die alleen werkt via energiereductie en gedragsstructuur. Duurzaam resultaat ontstaat pas wanneer gedrag aansluit op je belastbaarheid, context en herstelcapaciteit.

Detox, stress en afvallen: wat gebeurt er werkelijk in je lichaam? 

“Je lichaam zit vol afvalstoffen.” 
“Je metabolisme moet gereset worden.” 
“Ontgift eerst, val daarna af.” 

Detoxprogramma’s worden zelden gepresenteerd als simpel calorietekort. Ze worden verkocht als zuivering, als herstel van hormonale balans of als oplossing voor een traag metabolisme. Het verhaal is aantrekkelijk omdat het eenvoudig is. Er is een probleem, er is een boosdoener en er is een oplossing. 

Maar fysiologie is zelden zo lineair. 

Om te begrijpen wat detox werkelijk doet, moeten we kijken naar drie niveaus tegelijk: energie, stressregulatie en gedrag binnen context. 

De fysiologie: je lichaam ontgift al 

Het menselijk lichaam beschikt over geïntegreerde ontgiftingssystemen. De lever zet stoffen om via fase I- en fase II-reacties, waarna ze via gal of urine worden uitgescheiden. De nieren filteren continu het bloed. Ook darmen en longen dragen bij aan uitscheiding. Bij gezonde mensen zonder lever- of nierziekte is er geen overtuigend bewijs dat commerciële detoxdiëten deze processen verbeteren of versnellen [1]. 

Dat betekent niet dat mensen niets ervaren tijdens een detox. Het betekent dat wat zij ervaren waarschijnlijk niet via “ontgifting” verloopt. 

Wanneer iemand start met een detox, daalt de energie-inname vaak abrupt. Dat zet direct een aantal biologische processen in gang. Het lichaam reageert niet passief op een calorietekort. Het past zich actief aan. 

We lopen de belangrijkste processen één voor één door. 

  1. Acute fase: glycogeen, vocht en insuline 

Bij sterke reductie van koolhydraten daalt de insulinespiegel. Insuline stimuleert normaal gesproken glycogeenopslag in lever en spieren. Minder koolhydraten betekent dat deze voorraden worden aangesproken. 

Glycogeen wordt opgeslagen met water in een verhouding van ongeveer 1 gram glycogeen op 3 tot 4 gram water [1]. Wanneer glycogeen afneemt, gaat dat water mee verloren. Dit verklaart de snelle daling van lichaamsgewicht in de eerste dagen van een detox. 

Wat gebeurt er hier biochemisch? 

  • De lever breekt glycogeen af via glycogenolyse om bloedglucose stabiel te houden. 
  • Spierglycogeen wordt gebruikt voor lokale energieproductie. 
  • Het gebonden water wordt uitgescheiden via urine. 

Dit proces heeft niets met toxineverwijdering te maken. Het is een normale reactie op lagere koolhydraatinname. 

  1. Energieverdeling: het brein prioriteert 

Het lichaam werkt volgens een principe van energieallocatie. Het brein verdeelt energie over processen zoals basale functies, immuunfunctie, reproductie, thermoregulatie en beweging. Wanneer de energie-inname daalt, moet er herverdeling plaatsvinden. 

Dit sluit aan bij het concept van adaptieve thermogenese: het lichaam verlaagt het energiegebruik méér dan verwacht op basis van gewichtsverlies alleen [2]. 

Wat gebeurt er concreet? 

Het rustmetabolisme daalt deels doordat er minder lichaamsmassa onderhouden hoeft te worden. 

Daarnaast daalt het energiegebruik soms extra via hormonale aanpassingen, waaronder veranderingen in leptine, schildklierhormonen en sympathische activiteit [2]. 

Dit is geen defect mechanisme. Het is een beschermingsreactie tegen energietekort. 

  1. NEAT: onbewuste energiebesparing 

Een van de meest onderschatte processen is de daling van Non-Exercise Activity Thermogenesis (NEAT). 

NEAT omvat alle spontane bewegingen: houdingsveranderingen, friemelen, lopen, staan, subtiele spierspanning. Onderzoek toont dat NEAT sterk varieert tussen individuen en significant kan dalen bij calorierestrictie [3]. 

Waarom gebeurt dit? 

Het centrale zenuwstelsel detecteert energietekort via hormonale signalen zoals dalende leptinespiegels. Dit beïnvloedt de hypothalamus, die betrokken is bij energiehomeostase. Het resultaat is een subtiele verlaging van spontane activiteit. 

Dit gebeurt grotendeels onbewust. 

Het gevoel van “minder energie hebben” tijdens een detox is dus deels een weerspiegeling van deze energieherverdeling. 

  1. Hormonale signalering: leptine en eetlust 

Leptine wordt geproduceerd door vetweefsel en fungeert als signaal van energiebeschikbaarheid. Bij energietekort dalen leptinespiegels relatief snel [2]. Dalende leptine: 

  • Verhoogt eetlust 
  • Verlaagt energiegebruik 
  • Stimuleert energiebesparing 

Dit is evolutionair logisch. Het lichaam interpreteert een calorietekort als potentieel risico. 

Belangrijk: dit betekent niet dat het lichaam “weigert” om vet te verliezen. Vetverlies blijft mogelijk zolang er een negatieve energiebalans is [4]. Maar het systeem probeert het tekort te verkleinen via gedrags- en metabole aanpassingen. 

  1. Eiwitinname en spiermassa 

Veel detoxprogramma’s bevatten relatief weinig eiwit. Bij onvoldoende eiwitinname en een energietekort neemt het risico op verlies van vetvrije massa toe. 

Onderzoek toont dat adequate eiwitinname en weerstandstraining spierverlies tijdens gewichtsverlies beperken [5]. 

Wanneer spiermassa daalt: 

  • Daalt het rustmetabolisme verder 
  • Neemt functionele belastbaarheid af 

Dit is een van de redenen waarom extreme restrictie vaak niet optimaal is voor lichaamssamenstelling. 

  1. Waarom voelt een detox als een “reset”? 

Subjectief ervaren mensen vaak: 

  • Minder opgeblazen gevoel 
  • Snelle gewichtsafname 
  • Gevoel van controle 
  • Dit is te verklaren door: 
  • Verlies van vocht 
  • Verminderde zoutinname 
  • Verminderde ultra-bewerkte voeding 
  • Verminderde calorische dichtheid 

Daarnaast zorgt een strak protocol voor minder keuzestress. Minder keuzes verlaagt cognitieve belasting, wat tijdelijk als rust kan voelen. 

Maar fysiologisch is er geen resetknop. Het metabolisme wordt niet “schoon” of herstart. Het past zich aan, aan de energie-inname. 

  1. Waarom vertraagt het gewichtsverlies daarna? 

Na de initiële vochtverliezen blijft vooral vetmassa over als energiebron. Vetverlies verloopt trager omdat: 

1 kilogram vet bevat ongeveer 7.000–9.000 kcal opgeslagen energie. 

Dat tekort moet daadwerkelijk gerealiseerd worden via een aanhoudende negatieve energiebalans. 

Tegelijkertijd: 

  • NEAT kan dalen 
  • Rustmetabolisme daalt deels 
  • Honger neemt toe 

Dit maakt het proces subjectief zwaarder. 

Waar stress binnenkomt: een diepere fysiologische en gedragsmatige laag 

Veel mensen starten een detox vanuit een gevoel van onrust: vermoeidheid, gewichtstoename, mentale overbelasting of het idee controle kwijt te zijn. Dat is relevant, omdat het startpunt al een verhoogde allostatische belasting kan impliceren. 

Allostase en energieverdeling 

Allostase verwijst naar het vermogen van het lichaam om stabiliteit te behouden via verandering. Het brein anticipeert voortdurend op toekomstige energiebehoeften en past hormonale, autonome en gedragsmatige processen daarop aan [6]. 

Bij chronische stress wordt het stressresponssysteem herhaaldelijk geactiveerd: 

  • Verhoogde activiteit van de HPA-as (hypothalamus–hypofyse–bijnier-as) 
  • Verhoogde cortisolafgifte 
  • Verhoogde sympathische activiteit 

Cortisol zelf is geen “vetopslaghormoon” in simplistische zin. Het effect hangt af van context, insuline, energiebeschikbaarheid en gevoeligheid van weefsels. Observatiestudies tonen echter dat chronische psychosociale stress geassocieerd is met meer abdominale vetopslag [7]. Dat is een correlatie, geen direct bewezen lineaire causaliteit. 

Waarom kan dit gebeuren? 

  1. Cortisol kan de voorkeur voor energierijk voedsel verhogen. 
  1. Stress beïnvloedt prefrontale controlemechanismen, wat impulscontrole kan verlagen. 
  1. Chronische stress kan slaap verstoren, wat op zichzelf energie-inname beïnvloedt. 

Wanneer we zeggen dat cortisol de voorkeur voor energierijk voedsel kan verhogen, bedoelen we niet dat één hormoon simpelweg trek in suiker veroorzaakt. Het gaat om een systeemrespons. Onder stress worden hormonale signalen, beloningsnetwerken in het brein en prefrontale controlemechanismen tegelijk beïnvloed. Als energierijke voeding in het verleden tijdelijke stressverlichting gaf, kan die koppeling worden versterkt. 

De verhoogde voorkeur voor snelle energie ontstaat dus uit een interactie tussen stressfysiologie, beloningsverwerking en leerprocessen. Het is geen hormoonverhaal, maar een verschuiving in regulatieprioriteit: onder belasting krijgt onmiddellijke energiezekerheid voorrang boven lange termijn balans.  

Hier ontstaat een systeemverschuiving: het lichaam en brein verschuiven prioriteit naar onmiddellijke energiezekerheid. 

Stress en eetgedrag 

De relatie tussen stress en eten is niet uniform. Sommige mensen eten minder onder acute stress, anderen meer. Meta-analyses tonen dat vooral chronische stress samenhangt met verhoogde consumptie van calorierijke voeding bij een deel van de populatie. 

Belangrijk: dit effect is gedragsmatig én neurobiologisch. 

Onder stress neemt activiteit in beloningsgerelateerde hersengebieden toe bij blootstelling aan energierijke voeding. Tegelijk kan activiteit in prefrontale controlegebieden verminderen. Dat vergroot de kans op impulsief eetgedrag. 

Dit is geen zwakte. Het is een voorspelbare verschuiving in neurale prioritering onder belasting. 

Slaaptekort als versterker 

Slaaprestrictie beïnvloedt eetlustregulerende hormonen. Experimentele studies tonen dat beperkte slaap leidt tot: 

  • Daling van leptine 
  • Stijging van ghreline 
  • Toename van subjectieve honger [8] 

Een meta-analyse laat zien dat slaaptekort gemiddeld gepaard gaat met verhoogde energie-inname, vaak zonder proportionele stijging in energiegebruik [9]. 

Mechanistisch zijn er meerdere factoren: 

  1. Verhoogde waakuren → meer eetmomenten 
  1. Verhoogde beloningsgevoeligheid voor calorierijke voeding 
  1. Verminderde executieve controle 

Slaaptekort werkt dus als multiplier van stressbelasting. 

Stress, adaptatie en gewichtsverlies 

Wanneer iemand onder chronische stress staat en vervolgens een streng calorietekort introduceert via detox, stapelen twee vormen van belasting zich op: 

  1. Psychosociale stress 
  1. Fysiologische energierestrictie 

Beide activeren adaptieve responsen. 

Bij energietekort daalt leptine, stijgt honger en kan NEAT dalen. Bij stress stijgt cortisol, kan slaap verslechteren en kan impulscontrole dalen. 

Deze systemen interacteren. Het resultaat is geen blokkade van vetverlies, maar een verhoogde subjectieve moeilijkheidsgraad van het proces. 

Dat is een belangrijk onderscheid. 

Er is geen overtuigend bewijs dat stress vetverlies onmogelijk maakt zolang er een negatieve energiebalans is. Wel is er sterk bewijs dat stress gedragsmatige consistentie ondermijnt. 

Impulscontrole en cognitieve bandbreedte 

Onder schaarste of mentale belasting daalt cognitieve bandbreedte [13]. Dit betekent dat het brein minder capaciteit heeft voor lange-termijnplanning. 

Afvallen vraagt: 

  • Consistente zelfregulatie 
  • Planning 
  • Uitgestelde beloning 

Chronische stress vermindert de beschikbaarheid van deze functies. 

Een detox lost die cognitieve belasting niet op. Het kan deze zelfs verhogen door rigiditeit en sociale beperkingen toe te voegen. 

Waarom dit relevant is voor detox 

Wanneer stress hoog is, is het lichaam al bezig met energieherverdeling en herstelprioritering. 

Een streng detoxprotocol voegt daar een extra energietekort aan toe. 

Het lichaam reageert dan adaptief: 

  • Honger neemt toe 
  • Energie daalt 
  • Impulsgevoeligheid stijgt 

Niet omdat het metabolisme “stuk” is, maar omdat het systeem meerdere belastingen tegelijk moet reguleren. 

Daarom bemoeilijkt stress afvallen niet via één hormoon, maar via een netwerk van: 

  • Energieallocatie 
  • Eetlustregulatie 
  • Slaap 
  • Cognitieve controle 
  • Motivatiekwaliteit 

Dat is een systeemmodel, geen hormoonmodel. 

Detox en motivatie: waarom houden mensen het niet vol? 

Detoxprogramma’s geven duidelijke regels. Ze reduceren keuzestress. Ze creëren een beginpunt. Dat voelt als controle. 

Volgens de zelfdeterminatietheorie ontstaat duurzame gedragsverandering wanneer drie psychologische basisbehoeften vervuld worden: autonomie, competentie en verbondenheid [10]. 

Detox voelt vaak als autonomie, maar is meestal sterk extern gestuurd: vaste schema’s, verboden lijsten, opgelegde regels. Dat activeert gecontroleerde motivatie in plaats van autonome motivatie. 

Meta-analyses tonen dat autonome motivatie sterker samenhangt met langdurige gedragsvolharding dan gecontroleerde motivatie [11]. 

Zodra de externe structuur verdwijnt, valt men terug in oude patronen. Niet omdat discipline ontbreekt, maar omdat het gedrag niet geïntegreerd was in de eigen identiteit en context. 

Detox, motivatie en zelfcompassie: waarom gedragsverandering strandt zonder regulatie 

Detoxprogramma’s werken vaak in het begin. Ze bieden duidelijke regels, verminderen keuzestress en creëren een scherp afgebakend startpunt. Dat geeft richting. En richting activeert motivatie. 

Maar motivatie is geen statisch gegeven. Het is een regulatiesysteem. 

Om te begrijpen waarom detox zelden duurzaam is, moeten we kijken naar de kwaliteit van motivatie, niet alleen naar de aanwezigheid ervan. 

Volgens de zelfdeterminatietheorie ontstaat duurzame gedragsverandering wanneer drie psychologische basisbehoeften vervuld worden: autonomie, competentie en verbondenheid [10,15]. 

Autonomie betekent dat gedrag wordt ervaren als vrijwillig en congruent met persoonlijke waarden. Competentie gaat over het gevoel effectief te zijn. Verbondenheid betreft sociale veiligheid en steun. 

Detoxprogramma’s activeren vaak gecontroleerde motivatie. Dat kan externe druk zijn (“ik moet dit doen”), maar ook geïnternaliseerde druk (“ik mag niet falen”, “ik moet schoon eten”). Binnen de organismische integratietheorie wordt dit gezien als externe of geïntrojecteerde regulatie [10]. 

Meta-analyses tonen aan dat autonome motivatie sterker samenhangt met langdurige gedragsvolharding dan gecontroleerde motivatie [11,16]. 

In de eerste dagen van een detox zien mensen vaak snelle veranderingen op de weegschaal. Dat versterkt de verwachting van succes. Dopamine speelt een centrale rol in beloningsverwachting en gedragsrichting [17,18]. 

Belangrijk is dat dopamine vooral stijgt bij de verwachting van beloning, niet bij de beloning zelf [18]. De eerste snelle resultaten zorgen dus voor sterke gedragsbekrachtiging. 

Maar wanneer het gewichtsverlies vertraagt en fysiologische adaptaties optreden, neemt de beloningsverwachting af. Motivatie zakt mee. 

Chronische stress verlaagt cognitieve bandbreedte en vergroot impulsgevoeligheid [13]. Tegelijkertijd beïnvloedt slaaptekort eetlustregulatie via leptine en ghreline [8,9]. 

Wanneer iemand al onder verhoogde allostatische belasting staat, is gecontroleerde motivatie extra kwetsbaar. Rigiditeit bovenop stress vergroot de kans op terugval. 

In recente literatuur wordt zelfcompassie steeds vaker gekoppeld aan duurzame gedragsregulatie. Zelfcompassie verwijst naar een houding van mildheid tegenover eigen fouten, gecombineerd met het besef dat imperfectie menselijk is [19]. 

Zelfcompassie bestaat uit drie componenten: zelfvriendelijkheid in plaats van zelfkritiek, gemeenschappelijkheid in plaats van isolatie, en mindfulness in plaats van overidentificatie met falen [19]. 

Onderzoek laat zien dat zelfcompassie samenhangt met gezonder eetgedrag en minder disfunctionele eetpatronen, wat relevant is in contexten van restrictie en terugval [20,21]. 

Detox creëert vaak een zwart-witsysteem. Eén afwijking kan worden geïnterpreteerd als mislukking. Zelfkritiek vergroot stress, en stress vergroot de kans op impulsief gedrag. Zonder zelfcompassie wordt een kleine afwijking een complete terugval. Met zelfcompassie wordt een afwijking een regulatiemoment. 

Detox kan een startpunt zijn. Maar zonder autonomie, competentie, verbondenheid én zelfcompassie blijft het vaak een tijdelijke interventie. 

De rol van marketing en influencers 

Detoxmarketing maakt gebruik van simplificatie. Complexe multifactoriele processen worden teruggebracht tot één oorzaak: toxines. 

Daarnaast wordt morele taal gebruikt. Voeding wordt “schoon” of “vies”. Dat activeert emotionele besluitvorming. 

Influencers versterken dit door sociale bewijskracht. Snelle transformaties, voor- en nafoto’s en persoonlijke verhalen creëren de indruk van causaliteit. Maar individuele energiebehoefte varieert sterk op basis van lichaamssamenstelling, genetische predispositie en activiteitsniveau [2]. 

Wat werkt voor één persoon onder specifieke omstandigheden, is geen universele fysiologische wet. 

Restrictie en compensatie 

Zeer restrictieve diëten kunnen bij kwetsbare individuen het risico op eetbuien verhogen [12]. Het patroon wordt dan cyclisch: 

Restrictie → fysiologische en psychologische compensatie → schuld → nieuwe restrictie. 

Chronische stress verlaagt bovendien cognitieve bandbreedte, waardoor impulscontrole afneemt [13]. In die context is langdurige extreme restrictie biologisch en psychologisch moeilijk vol te houden. 

Het probleem is zelden wilskracht. Het is systeemdruk. 

Wat werkt wel duurzaam? 

Onderzoek naar langdurige gewichtsregulatie wijst consistent op: 

– Een matig en vol te houden calorietekort 
– Voldoende eiwitinname ter behoud van vetvrije massa 
– Krachttraining 
– Slaapoptimalisatie 
– Stressregulatie 
– Integratie in dagelijkse context 

Gewichtsverlies van 5–10 procent lichaamsgewicht gaat gepaard met verbetering in cardiometabole risicofactoren [14]. Dat effect is niet uniek voor detox, maar verbonden aan gewichtsverlies via energiebalans. 

De energiebalans blijft het kader. De psychologie bepaalt of iemand het kader kan volhouden. 

Detox werkt niet doordat het toxines verwijdert. 

Het werkt, als het werkt, via: 

– Acute energiereductie 
– Verandering in waterbalans 
– Tijdelijke gedragsstructuur 
– Snelle visuele feedback 

Stress bemoeilijkt afvallen niet via één hormoon en niet via een mysterieuze spaarstand, maar via een netwerk van slaap, energieverdeling, impulsregulatie en motivatiekwaliteit. 

Gezondheid vraagt geen zuivering. Het vraagt regulatie van energie, herstel en gedrag binnen context. 

De vraag is dus niet of detox werkt. De vraag is of het gedrag dat je tijdens een detox uitvoert, geïntegreerd kan worden in je dagelijkse leven zonder dat je stress toeneemt en je autonomie afneemt. 

Duurzame verandering ontstaat niet uit ontgiften. Ze ontstaat uit afstemmen. 

Bronnen

  1. Klein AV, Kiat H. Detox diets for toxin elimination and weight management: a critical review. J Hum Nutr Diet. 2015;28(6):675–686. 
    https://doi.org/10.1111/jhn.12286 
  1. Hall KD, Heymsfield SB, Kemnitz JW, et al. Energy balance and its components: implications for body weight regulation. Am J Clin Nutr. 2012;95(4):989–994. 
    https://doi.org/10.3945/ajcn.112.036350 
  1. Olsson KE, Saltin B. Variation in total body water with muscle glycogen changes in man. Acta Physiol Scand. 1970;80(1):11–18. 
    https://doi.org/10.1111/j.1748-1716.1970.tb04764.x 
  1. Levine JA, Eberhardt NL, Jensen MD. Role of nonexercise activity thermogenesis in resistance to fat gain. Science. 1999;283(5399):212–214. 
    https://doi.org/10.1126/science.283.5399.212 
  1. Dulloo AG, Jacquet J, Montani JP, Schutz Y. Adaptive thermogenesis in human body weight regulation. Int J Obes. 2015;39(10):1499–1509. 
    https://doi.org/10.1038/ijo.2015.147 
  1. McEwen BS. Protective and damaging effects of stress mediators. N Engl J Med. 1998;338:171–179. 
    https://doi.org/10.1056/NEJM199801153380307 
  1. Epel ES, McEwen B, Seeman T, et al. Stress and body fat distribution. Psychosom Med. 2000;62(5):623–632. 
    https://doi.org/10.1097/00006842-200009000-00006 
  1. Spiegel K, Tasali E, Penev P, Van Cauter E. Sleep curtailment affects leptin and ghrelin. Ann Intern Med. 2004;141:846–850. 
    https://doi.org/10.7326/0003-4819-141-11-200412070-00008 
  1. Al Khatib HK, Harding SV, Darzi J, Pot GK. Sleep deprivation and energy intake: meta-analysis. Eur J Clin Nutr. 2017;71:614–620. 
    https://doi.org/10.1038/ejcn.2016.221 
  1. Deci EL, Ryan RM. The “what” and “why” of goal pursuits: self-determination theory. Psychol Inquiry. 2000;11(4):227–268. 
    https://doi.org/10.1207/S15327965PLI1104_01 
  1. Teixeira PJ, Carraça EV, Markland D, Silva MN, Ryan RM. Self-determination theory and weight control. Int J Behav Nutr Phys Act. 2012;9:22. 
    https://doi.org/10.1186/1479-5868-9-22 
  1. Mitchison D, Hay P. Eating disorder prevalence and dieting behaviour. Curr Opin Psychiatry. 2014;27(4):305–310. 
    https://doi.org/10.1097/YCO.0000000000000074 
  1. Mullainathan S, Shafir E. Scarcity and cognitive function. Science. 2013;338(6107):682–685. 
    https://doi.org/10.1126/science.1222426 
  1. Wing RR, Lang W, Wadden TA, et al. Benefits of modest weight loss. Diabetes Care. 2011;34(7):1481–1486. 
    https://doi.org/10.2337/dc10-2415 
  1. Ryan RM, Deci EL. Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. Am Psychol. 2000;55(1):68–78. 
    https://doi.org/10.1037/0003-066X.55.1.68 
  1. Ng JYY, Ntoumanis N, Thøgersen-Ntoumani C, et al. Self-Determination Theory Applied to Health Contexts: A Meta-Analysis. Perspect Psychol Sci. 2012;7(4):325–340. 
    https://doi.org/10.1177/1745691612447309 
  1. Kelley AE, Baldo BA, Pratt WE, Will MJ. Corticostriatal-hypothalamic circuitry and food motivation. Physiol Behav. 2005;86(5):773–795. 
    https://doi.org/10.1016/j.physbeh.2005.08.066 
  1. Schultz W. Dopamine reward prediction error coding. Annu Rev Neurosci. 2016;39:105–125. 
    https://doi.org/10.1146/annurev-neuro-070815-013920 
  1. Neff KD. Self-compassion: An alternative conceptualization of a healthy attitude toward oneself. Self Identity. 2003;2(2):85–101. 
    https://doi.org/10.1080/15298860309032 
  1. Mason AE, Adams L, Irons C, et al. Self-compassion and eating behavior: A systematic review. Appetite. 2016;107:1–12. 
    https://doi.org/10.1016/j.appet.2016.07.029 
  1. Braun TD, Park CL, Gorin A. Self-compassion, body image, and disordered eating: A review. Body Image. 2016;17:117–131. 
    https://doi.org/10.1016/j.bodyim.2016.03.003 

Misschien vind je dit ook interessant

Personal Body Plan

Je personal trainer, coach en voedingsdeskundige in één.
Hoe werkt het?