
Geschreven door Kirsten Hogendoorn, Expert bij Personal Body Plan.
Body positivity en body neutrality proberen allebei ruimte te maken voor een andere relatie met je lichaam, maar doen dat op een andere manier. Bij body positivity ligt de nadruk meer op acceptatie en waardering van je lichaam, ook als het niet voldoet aan het heersende schoonheidsideaal. Body neutrality verschuift de aandacht juist van hoe je lichaam eruitziet naar wat het kan, doet en nodig heeft. Het ene is daarbij niet beter dan het andere. Je kunt je lichaam mooi vinden, je kunt ergens ontevreden over zijn en je kunt iets aan je lichaam willen veranderen. Belangrijker is hoeveel invloed je uiterlijk krijgt op hoe je jezelf beoordeelt en hoe je voor jezelf zorgt. Je lichaam hoeft namelijk niet eerst aan een ideaal te voldoen voordat het goede zorg verdient.
Je moet gewoon leren om van je lichaam te houden.
Het klinkt als een mooie boodschap. Zeker in een wereld waarin we behoorlijk veel aandacht besteden aan uiterlijk. We vergelijken onszelf met anderen, zien dagelijks zorgvuldig geselecteerde lichamen op sociale media en krijgen bewust en onbewust allerlei ideeën mee over hoe een aantrekkelijk, fit of gezond lichaam eruit zou moeten zien.
Misschien merk je dat zelf ook. Je kijkt in de spiegel en ziet niet eerst je hele lichaam, maar meteen die buik waar je niet tevreden over bent. Op een foto valt je oog direct op je benen. Of je stapt op de weegschaal en het getal dat verschijnt heeft vervolgens invloed op hoe je je die dag voelt.
Het is dan verleidelijk om te denken dat de oplossing precies het tegenovergestelde moet zijn. In plaats van je lichaam afwijzen, moet je het leren liefhebben. In plaats van denken 'mijn buik is niet mooi', zou je moeten leren denken 'mijn buik is prachtig zoals hij is'.
Dat idee herkennen we onder andere vanuit body positivity. En daar zit een waardevolle boodschap in. Een lichaam hoeft niet aan één schoonheidsideaal te voldoen om geaccepteerd en gerespecteerd te worden.
Maar wat als je dat simpelweg niet voelt?
Als je jarenlang onzeker bent geweest over je buik, kan de stap van 'ik haat mijn buik' naar 'ik vind mijn buik prachtig' behoorlijk groot zijn. Misschien voelt het zelfs alsof er een nieuwe opdracht bijkomt. Niet alleen moet je stoppen met onzeker zijn, je moet je lichaam nu óók nog mooi vinden.
Daar biedt body neutrality een ander perspectief.
Je hoeft namelijk niet per se te denken:
Ik vind mijn buik mooi.
Je zou ook kunnen denken:
Ik hoef mijn buik vandaag niet mooi te vinden om mijn lichaam wel goed te verzorgen.
Dat verschil lijkt misschien klein, maar verandert de vraag behoorlijk. Het gaat niet langer alleen over hoe positief je naar je uiterlijk kunt kijken, maar over hoeveel invloed dat uiterlijk eigenlijk moet hebben op hoe je met jezelf omgaat.
Body positivity is ontstaan als reactie op beperkte schoonheidsidealen en de manier waarop bepaalde lichamen maatschappelijk meer worden gewaardeerd dan andere. De beweging benadrukt dat lichamen in allerlei vormen, maten en verschijningen bestaan en dat je lichaam niet aan één ideaalbeeld hoeft te voldoen om mooi, waardevol of respectabel te zijn.
Dat kan een belangrijke tegenreactie zijn op een omgeving waarin uiterlijk voortdurend wordt beoordeeld.
Wanneer je bijvoorbeeld jarenlang hebt gedacht dat je armen eerst dunner moeten worden voordat je een mouwloos shirt kunt dragen, kan een body-positive gedachte zijn:
Mijn armen hoeven niet aan dat ideaal te voldoen. Ik mag ze laten zien en mooi vinden zoals ze zijn.
Het interessante aan een positief lichaamsbeeld is bovendien dat het niet simpelweg betekent dat iemand zichzelf aantrekkelijk vindt. In de wetenschappelijke literatuur wordt een positief lichaamsbeeld veel breder beschreven. Het gaat onder andere over acceptatie, respect en waardering voor het lichaam en het kunnen omgaan met onrealistische schoonheidsidealen [1].
Onderzoek laat zien dat body appreciation, oftewel waardering voor het eigen lichaam, samenhangt met verschillende gunstige uitkomsten rondom psychologisch welzijn, lichaamsbeeld en eetgedrag [2].
Body positivity hoeft dus zeker niet iets te zijn waar we vanaf moeten.
Toch zit er een mogelijke beperking in de manier waarop de boodschap soms wordt geïnterpreteerd. Als de nadruk vooral komt te liggen op 'ieder lichaam is mooi', blijft uiterlijk nog steeds een belangrijke maatstaf. Alleen proberen we het oordeel van negatief naar positief te veranderen.
En misschien hoeft dat niet altijd.
Je lichaamsbeeld is namelijk niet iedere dag hetzelfde. De ene dag kijk je in de spiegel en ben je behoorlijk tevreden. Een paar dagen later voel je je opgeblazen, ben je moe, zit je kleding anders en zie je ineens van alles waar je minder blij mee bent.
Dat maakt je niet meteen body negative.
Het laat vooral zien dat hoe we ons lichaam ervaren kan veranderen.
Body neutrality maakt daar ruimte voor. Je hoeft niet iedere negatieve beoordeling te bestrijden met een positieve beoordeling. Soms kun je het oordeel ook minder belangrijk maken.
Stel dat je denkt:
Mijn benen zien er vandaag niet uit zoals ik zou willen.
Een body-positive reactie zou kunnen zijn:
Mijn benen zijn mooi zoals ze zijn.
Een body-neutrale reactie kan zijn:
Ik ben vandaag niet tevreden over hoe mijn benen eruitzien, maar met deze benen kan ik wel wandelen, trainen, werken en spelen met mijn kinderen.
De eerste gedachte richt zich meer op acceptatie en waardering van het uiterlijk. De tweede verschuift de aandacht naar functionaliteit.
Geen van beide hoeft beter te zijn.
Misschien voelt de eerste gedachte vandaag oprecht. Prima. Misschien voelt de tweede veel realistischer. Ook prima.
Je hoeft dus niet te kiezen of je voortaan body positive óf body neutral bent.
We zijn zo gewend om naar lichamen te kijken dat we soms vergeten hoeveel een lichaam gedurende een normale dag doet.
Je benen zijn niet alleen dun, dik, gespierd of ongespierd. Ze brengen je van de ene plek naar de andere. Met je armen draag je boodschappen, werk je, train je of omhels je iemand. Je ogen stellen je in staat om deze tekst te lezen. Je spijsverteringsstelsel verwerkt je voeding en je zenuwstelsel helpt voortdurend om informatie uit je lichaam en omgeving te verwerken.
In onderzoek wordt dit brede geheel body functionality genoemd: alles wat het lichaam kan en doet. Wanneer mensen waardering ervaren voor die mogelijkheden, wordt gesproken over functionality appreciation [3].
Dat gaat dus nadrukkelijk niet alleen over sportprestaties.
Anders zouden we het ene lichaamsideaal alleen vervangen door het andere. Eerst moet een lichaam mooi zijn en vervolgens moet het ineens sterk, fit en optimaal functionerend zijn.
Dat is niet de bedoeling.
Een lichaam kan pijn doen. Een lichaam kan ziek zijn. Je kunt een blessure hebben of een lichamelijke beperking waardoor dingen die vroeger vanzelfsprekend waren ineens niet meer lukken. In zo'n situatie kan iemand zelfs behoorlijk boos of verdrietig zijn over het lichaam.
Ook dat mag er zijn.
Body neutrality betekent niet dat je dankbaar móét zijn voor je lichaam. Soms is een veel neutralere gedachte passender:
Dit is mijn lichaam vandaag en ik probeer er binnen mijn mogelijkheden goed voor te zorgen.
Body neutrality klinkt inmiddels als een behoorlijk gevestigd begrip, maar wetenschappelijk moeten we daar wat voorzichtig mee zijn. Body neutrality als complete filosofie is nog relatief beperkt rechtstreeks onderzocht.
Er is wel steeds meer onderzoek naar de onderdelen die er nauw mee samenhangen, zoals een positief lichaamsbeeld, body appreciation, body functionality en functionality appreciation.
Een systematische review en meta-analyse uit 2023 vond bijvoorbeeld dat waardering voor wat het lichaam kan en doet samenhangt met minder problemen rondom lichaamsbeeld en eetstoornissymptomen en met beter psychologisch welzijn [3]. Daarbij moeten we wel bedenken dat een groot deel van het beschikbare onderzoek observationeel is. Dat laat samenhang zien, maar bewijst niet automatisch dat functionality appreciation deze positieve uitkomsten veroorzaakt.
Er is daarnaast experimenteel onderzoek waarin mensen specifiek leerden om meer aandacht te besteden aan lichaamsfunctionaliteit. In het programma Expand Your Horizon schreven deelnemers bijvoorbeeld over wat hun lichaam allemaal kan en mogelijk maakt. Daarna werden onder andere verbeteringen gevonden in verschillende aspecten van het lichaamsbeeld [4].
De wetenschappelijke basis is dus sterker voor begrippen als lichaamswaardering en functionaliteitswaardering dan voor de uitspraak dat iedereen 'body neutral' zou moeten worden.
En dat is eigenlijk ook helemaal niet nodig.
De praktische boodschap is eenvoudiger: je kunt leren om je lichaam breder te bekijken dan alleen door de bril van uiterlijk.
Dat we zoveel aandacht aan ons uiterlijk besteden, ontstaat niet zomaar.
Van jongs af aan krijgen we boodschappen mee over lichamen. Misschien kreeg je thuis opmerkingen over gewicht. Misschien werd je op school gepest. Misschien merkte je dat mensen anders op je reageerden nadat je was afgevallen. Of misschien vergelijk je jezelf regelmatig met anderen op sociale media.
Daaruit kunnen langzaam overtuigingen ontstaan.
Dun zijn betekent dat ik goed bezig ben.
Als ik gespierder ben, ben ik aantrekkelijker.
Als ik afval, krijg ik meer zelfvertrouwen.
Als mijn buik weg is, durf ik eindelijk naar het strand.
Op dat moment gaat een lichamelijk doel niet meer alleen over je lichaam. Er komt een andere betekenis onder te liggen.
Dat is belangrijk, omdat lichaamsbeeld en eigenwaarde elkaar kunnen beïnvloeden zonder hetzelfde te zijn. Je kunt ontevreden zijn over je buik zonder als persoon minder waard te zijn. Toch kan dat onderscheid vervagen.
Dan wordt:
Ik ben aangekomen
langzaam:
Ik heb gefaald.
Of:
Ik vind mijn lichaam vandaag niet mooi
wordt:
Ik ben niet goed genoeg.
Body positivity en body neutrality kunnen allebei helpen om daar ruimte tussen te creëren. De eerste door meer acceptatie en waardering tegenover afwijzing te zetten. De tweede door uiterlijk minder centraal te zetten.
De invloed van lichaamsbeeld wordt vooral zichtbaar wanneer je er dingen door gaat vermijden.
Misschien ga je niet zwemmen omdat je eerst wilt afvallen. Je wilt niet op de foto. Je koopt bepaalde kleding niet. Je stelt daten uit. Of je vermijdt de sportschool omdat je bang bent dat anderen naar je lichaam kijken.
Het probleem is dan niet alleen dat je ontevreden bent over je uiterlijk. Die ontevredenheid begint invloed te krijgen op het leven dat je leidt.
Stel dat je denkt:
Als ik eerst tien kilo afval, durf ik weer met mijn kinderen te zwemmen.
Dan kun je natuurlijk aan gewichtsverlies werken. Maar er is ook een andere interessante vraag:
Misschien is 'ik vind mijn lichaam prachtig in zwemkleding' op dit moment totaal niet geloofwaardig.
Een body-neutralere gedachte kan dan veel beter aansluiten:
Ik voel me onzeker in zwemkleding en ik wil toch met mijn kinderen zwemmen.
De onzekerheid hoeft daarvoor niet eerst weg.
Dat is een belangrijk verschil. Het doel is niet om jezelf ervan te overtuigen dat je iets mooi vindt wat je niet mooi vindt. Je probeert vooral te voorkomen dat die beoordeling automatisch bepaalt wat je jezelf toestaat.
Daarbij moeten we ook niet doen alsof lichaamsbeeld alleen ontstaat door hoe iemand zelf denkt. Onze omgeving heeft veel invloed.
We vergelijken onszelf voortdurend met anderen en sociale media maken dat bijzonder makkelijk. Alleen vergelijken we ons dagelijkse lichaam daarbij regelmatig met een geselecteerd moment uit het leven van iemand anders: goed licht, een gunstige houding, passende kleding, een pomp na de training, filters of simpelweg de beste foto uit een serie.
Ook maatschappelijke ideeën over lichaamsgewicht spelen mee. Gewichtsstigma is niet alleen onaangenaam; onderzoek brengt het in verband met verschillende negatieve psychologische en gedragsmatige uitkomsten [5].
Dat is relevant omdat schaamte soms ten onrechte als motivatie wordt gebruikt.
Je moet afvallen, want zo kun je toch niet doorgaan.
Misschien zet zo'n boodschap iemand tijdelijk aan tot actie. Dat betekent nog niet dat het een goede basis vormt voor duurzame gedragsverandering.
Iemand die voor het lichaam zorgt vanuit 'mijn lichaam is niet goed genoeg en moet veranderen' vertrekt vanuit een heel andere positie dan iemand die denkt 'mijn gezondheid is belangrijk voor mij en daarom wil ik hier goed voor zorgen'.
Gedrag kan er aan de buitenkant hetzelfde uitzien, terwijl de betekenis ervan heel anders is.
Dit is misschien een van de grootste misverstanden rondom zowel body positivity als body neutrality.
Acceptatie betekent niet automatisch dat je niets meer mag veranderen.
Je kunt je huidige lichaam accepteren en tegelijkertijd willen afvallen. Je kunt tevreden zijn met jezelf en toch spiermassa willen opbouwen. Je kunt je lichaam respecteren en tegelijkertijd een esthetisch doel nastreven.
Je mag zelfs gewoon denken dat je er met iets meer spiermassa mooier uit zou zien.
De vraag is niet of zo'n voorkeur 'goed' of 'fout' is.
Interessanter is wat er gebeurt wanneer je dat doel niet bereikt.
Stel dat je vijf kilo wilt afvallen. Als dat niet lukt, ben je dan teleurgesteld omdat je een doel niet hebt behaald? Of wordt de conclusie:
Zie je wel, ik kan ook helemaal niets.
Dat tweede zegt niet alleen iets over lichaamsgewicht. Je fysieke resultaat is dan een maatstaf voor je waarde als persoon geworden.
Body neutrality kan helpen om dat uit elkaar te trekken:
Ik mag graag vijf kilo willen afvallen. Maar of dat lukt, bepaalt niet hoeveel ik waard ben.
Dat betekent ook dat je tijdens het proces goed voor je huidige lichaam kunt blijven zorgen, in plaats van pas tevreden te mogen zijn wanneer je een bepaald resultaat hebt bereikt.
Nee.
Ook hier hoeven we niet van het ene uiterste naar het andere te gaan.
Lichaamsgewicht en vetmassa kunnen in bepaalde situaties relevant zijn voor gezondheid en samenhangen met het risico op verschillende aandoeningen. Tegelijkertijd kun je gezondheid niet betrouwbaar samenvatten in één getal op de weegschaal.
Je gezondheid wordt beïnvloed door een veel groter systeem. Denk aan beweging, cardiorespiratoire fitheid, spierkracht, voeding, slaap, stress, roken, alcoholgebruik, genetische aanleg, leeftijd, medicatie, mentale gezondheid en sociale en economische omstandigheden. Cardiorespiratoire fitheid is bijvoorbeeld op zichzelf een belangrijke gezondheidsindicator [6].
Vanuit Brain, Body, Mind en Life bekeken is dat logisch. Je lichaam staat niet los van je gedrag, je psychologische toestand of de omgeving waarin je leeft. Slechte slaap kan invloed hebben op hoe je je voelt en eet. Stress kan je herstel en gedrag beïnvloeden. Je sociale omgeving kan bewegen makkelijker of juist moeilijker maken. En je lichamelijke gezondheid beïnvloedt op haar beurt weer wat je kunt doen en hoe je je voelt.
Daarom zijn zowel 'gewicht bepaalt je gezondheid' als 'gewicht doet er helemaal niet toe' te simpel.
De relevantere vraag is: welke factoren zijn voor jou op dit moment belangrijk om aan je gezondheid en welzijn te werken?
Gewichtsverlies kan daar onderdeel van zijn. Het hoeft alleen niet de enige maatstaf voor vooruitgang te zijn.
Misschien zit hierin de belangrijkste praktische les.
Vraag jezelf eens af hoeveel van je gedrag voortkomt uit het beoordelen van je lichaam.
Ik moet trainen omdat mijn buik weg moet.
Ik mag dit niet eten, want ik ben aangekomen.
Ik ga niet zwemmen totdat ik dunner ben.
En kijk vervolgens wat er gebeurt wanneer je de vraag verandert.
Niet:
Hoe krijg ik mijn lichaam zo snel mogelijk zoals ik het wil?
Maar:
Wat heeft mijn lichaam nodig om het leven te kunnen leiden dat voor mij belangrijk is?
Misschien betekent goed voor je lichaam zorgen vandaag trainen. Morgen kan het juist rust betekenen. Soms betekent het een voedzame maaltijd maken en op een ander moment betekent het zonder schuldgevoel uit eten gaan met vrienden.
Body neutrality geeft daar geen vaste regels voor. Het is geen nieuw lijstje waaraan je moet voldoen.
Je probeert vooral iets minder tijd te besteden aan het voortdurend beoordelen van je lichaam en iets meer aandacht te hebben voor hoe je ermee wilt leven.
Misschien hoef je uiteindelijk helemaal niet te kiezen tussen body positivity en body neutrality.
Je kunt op maandag in de spiegel kijken en denken:
Ik zie er vandaag goed uit.
Daar is niets mis mee.
Je kunt op donderdag naar hetzelfde lichaam kijken en denken:
Vandaag voel ik dat helemaal niet.
Ook dat hoeft geen probleem te zijn.
De vraag is vooral wat er daarna gebeurt.
Moet je lichaam op zo'n dag worden gestraft met minder eten? Sla je een sociale activiteit over? Vind je jezelf ineens minder waard? Of kun je erkennen dat je vandaag niet tevreden bent over je uiterlijk en alsnog keuzes maken die passen bij wat jij belangrijk vindt?
Dat is waar beide perspectieven elkaar kunnen aanvullen.
Body positivity kan ruimte geven om schoonheid breder te zien en je lichaam meer te accepteren. Body neutrality kan helpen op de dagen waarop positief denken te ver weg voelt door het oordeel over uiterlijk simpelweg minder centraal te zetten.
Je hoeft dus niet iedere dag te denken:
Ik hou van mijn lichaam.
Soms is dit voldoende:
Dit is mijn lichaam vandaag.
Misschien vind ik niet alles eraan mooi.
Maar het is wel het lichaam waarmee ik mijn leven leef.
En daar mag je goed voor zorgen.
Body positivity en body neutrality gaan uiteindelijk niet over het vinden van de perfecte manier om naar je lichaam te kijken.
Body positivity benadrukt dat een lichaam niet aan één schoonheidsideaal hoeft te voldoen om geaccepteerd en gewaardeerd te worden. Body neutrality voegt daar een ander perspectief aan toe: je hoeft je lichaam niet eens altijd mooi te vinden om het te kunnen respecteren.
Dat kan vooral waardevol zijn wanneer je merkt dat uiterlijk veel invloed krijgt op je eigenwaarde, gedrag of welzijn.
Je mag onzeker zijn. Je mag je lichaam mooi vinden. Je mag ergens ontevreden over zijn. En je mag een fysiek doel hebben.
De belangrijkste vraag is misschien niet:
Vind ik mijn lichaam mooi genoeg?
Maar:
Kan ik goed voor mijn lichaam zorgen en mijn leven leiden, ook op de dagen dat het antwoord daarop nee is?
Je lichaam hoeft namelijk niet eerst dunner, gespierder, fitter of mooier te worden voordat het goede zorg verdient.
[1] Tylka, T. L., & Wood-Barcalow, N. L. (2015). What is and what is not positive body image? Conceptual foundations and construct definition. Body Image, 14, 118–129. https://doi.org/10.1016/j.bodyim.2015.04.001
[2] Linardon, J., Anderson, C., & Messer, M. (2022). Body appreciation and its psychological correlates: A systematic review and meta-analysis. Body Image, 42, 287–296. https://doi.org/10.1016/j.bodyim.2022.07.003
[3] Linardon, J., Messer, M., & Tylka, T. L. (2023). Functionality appreciation and its correlates: Systematic review and meta-analysis. Body Image, 45, 65–72. https://doi.org/10.1016/j.bodyim.2023.02.002
[4] Alleva, J. M., Martijn, C., Van Breukelen, G. J. P., Jansen, A., & Karos, K. (2015). Expand Your Horizon: A programme that improves body image and reduces self-objectification by training women to focus on body functionality. Body Image, 15, 81–89. https://doi.org/10.1016/j.bodyim.2015.07.001
[5] Puhl, R. M., Himmelstein, M. S., & Pearl, R. L. (2020). Weight stigma as a psychosocial contributor to obesity. American Psychologist, 75(2), 274–289. https://doi.org/10.1037/amp0000538
[6] Ross, R., Blair, S. N., Arena, R., et al. (2016). Importance of assessing cardiorespiratory fitness in clinical practice: A case for fitness as a clinical vital sign. Circulation, 134(24), e653–e699. https://doi.org/10.1161/CIR.0000000000000461