De waarheid over gewichtsverlies: moet je 3500 calorieën verbranden om een halve kilo per week af te vallen?

Geschreven door Nathalie Kerkdijk, Content Specialist bij Personal Body Plan.

In het kort

Jarenlang wordt er in allerlei media en literatuur geroepen dat je met een tekort van 3500 calorieën een pond afvalt. Wanneer je elke dag 500 calorieën minder eet zou dit uitkomen op een pond per week. Voor kilo's valt dit iets hoger uit doordat een pond gelijkstaat aan ongeveer 454 gram in tegenstelling tot de 500 gram wat vaak gedacht wordt. Om die reden moet je, volgens deze theorie, ongeveer 3750 calorieën minder eten om een halve kilogram per week te verliezen.  

Echter is deze regel van het calorietekort van 3500 (of 3750) calorieën niet nauwkeurig, aangezien je lichaam zichzelf aanpast aan je lichaamssamenstelling en dieet. Dit komt doordat je lichaam minder calorieën verbrandt wanneer je voor een langere tijd in een calorietekort verkeerd. Je lichaam is zo geprogrammeerd dat het zich aanpast op het calorietekort en op een gegeven moment minder energie nodig heeft om te functioneren. Je metabolisme vertraagt waardoor je minder snel calorieën verbrandt.

Een risico wat je kunt lopen met extreme afval strategieën is dat je lichaamsgewicht verliest in plaats van lichaamsvet. Dit klinkt in eerste instantie misschien goed, maar kan ervoor zorgen dat je spiermassa verliest waardoor je nog minder snel calorieën zult verbranden. Manieren om dit tegen te gaan is door je eiwitinname te verhogen en te doen aan krachttraining. Op die manier voorkom jij dat je metabolisme vertraagt en je spieren verliest en kun jij op een duurzame manier afvallen.  

Afvallen lijkt soms een raadsel, vooral als je niet precies weet wat nodig is om die overtollige kilo's kwijt te raken. We weten dat je in een calorietekort moet zitten, maar hoeveel calorieën zijn dat eigenlijk? Online vind je talloze berekeningen om een halve kilo per week te verliezen. Volg je deze, dan weet je precies hoeveel calorieën je wekelijks moet verbranden om je doel te bereiken. Maar is het zo simpel? Klopt deze aanpak echt, of zijn er factoren waar je rekening mee moet houden? Ontdek de waarheid achter deze populaire methode!

De 3500 calorieën regel voor gewichtsverlies

Om een halve kilo lichaamsvet te verliezen, wordt er gezegd dat je 3500 calorieën per week moet verliezen. Dit zou neerkomen op 500 calorieën minder per dag zodat je aan het einde van de week een tekort van 3500 calorieën hebt gecreëerd. Deze regel wordt al jaren gebruikt en is in verschillende media en literatuur gepubliceerd. De wetenschapper Max Wishnofsky was de bedenker van deze theorie.  

In 1958 concludeerde hij dat je 3500 calorieën moest verbranden om een halve kilo lichaamsgewicht te verliezen, óf juist 3500 calorieën moest consumeren om een halve kilogram aan te komen [1]. Volgens hem bevat een kilo lichaamsvet dus 3500 calorieën. Met het wetenschappelijk bewijs wat op dat moment beschikbaar was maakte hij deze conclusies, maar tegenwoordig worden zijn woorden nog steeds overgenomen en geciteerd [2] [3] [4].  

Dat een kilo lichaamsvet 3500 calorieën bevat, baseert hij op het onderzoek dat een gram puur vet 9 calorieën bevat. Het gemiddelde lichaamsvetweefsel van de mens zou bestaan uit 87% vet [1]. Aangezien het een buitenlands onderzoek is wordt de pond gebruikt in plaats van een halve kilogram en een pond staat gelijk aan 453,59237 gram. Als ons lichaamsvetweefsel uit 87% puur vet bestaat, zou een pond lichaamsvet bestaan uit 395 gram puur vet. Als je dit vermenigvuldigt met de 9 calorieën per gram vet dan kom je ongeveer uit op de regel van 3500 calorieën per pond.  

Hoe werkt gewichtsverlies?

Om gewicht te verliezen is het belangrijk om te begrijpen hoe het ‘calorieën in en calorieën uit’ principe werkt. Overtollige calorieën worden namelijk opgeslagen als lichaamsvet. Om vetverlies te stimuleren is het dus eerst belangrijk om te begrijpen wat calorieën zijn. Door het in de gaten houden van je calorie inname, kun je effectief afvallen. Je lichaam dient namelijk meer calorieën te verbranden dan dat je consumeert. Ook kun je calorieën verbranden door je fysieke activiteit te verhogen.

Wat zijn calorieën?  

Calorieën zijn eenheden van energie die je je lichaam kunt geven door middel van voedingsmiddelen óf wat je lichaam gebruikt ter energie. Calorieën geven je dus energie en helpen je lichaam om goed te blijven functioneren. Dit is wanneer het ‘calorieën in en calorieën uit’ principe in balans is. Een chronisch calorie overschot kan juist ongezond zijn voor je lichaam en resulteren in allerlei gezondheidsziekten. Personen die overgewicht hebben, hebben dus voor een te lange periode meer calorieën binnengekregen dan dat ze hebben verbrand. Om af te vallen is het van belang dat je in een negatieve energiebalans raakt en je dus meer energie gebruikt, door onder andere fysieke activiteit, dan dat je binnenkrijgt door voedingsmiddelen.  

Calorieen uit voedingsmiddelen verdelen we onder in de drie belangrijkste macronutriënten: eiwitten, koolhydraten en vetten. Per gram bevatten deze een aantal calorieën:

  • Eiwitten: 4 calorieën per gram;
  • Koolhydraten: 4 calorieën per gram;
  • Vetten: 9.4 calorieën per gram.

Hoeveel calorieën een voedingsmiddel bevat hangt erg af van het soort eten wat er geconsumeerd wordt. Ultra-bewerkt voedsel bevat vaak veel calorieën en weinig tot geen voedingswaarde. Dit kun je ook wel ‘lege calorieën’ noemen aangezien je je lichaam er niet echt mee voedt. Denk hierbij aan fastfood en junkfood, cakes, donuts, snoep en suikerhoudende dranken. Groenten en fruit zijn in tegenstelling tot deze 'lege calorieën’ juist wel goede voedingsbronnen. Ze bevatten vaak weinig calorieën per gram waardoor je er dus veel van kunt eten zonder dat je er snel van in een calorieoverschot belandt. Denk maar eens aan komkommer, wortel, sla of blauwe bessen. Deze bevatten veel goede voedingsvezels en zeer weinig calorieën.  

Wat is lichaamsvet?  

Nu we weten wat calorieën zijn, is het van belang om wat beter te kijken naar lichaamsvet. We willen graag calorieën verbranden zodat we lichaamsvet verliezen, maar wat is dat eigenlijk?  

Lichaamsvet is een type vetweefsel wat in het lichaam opgeslagen ligt. De functie van lichaamsvet is dat je lichaam het kan gebruiken als brandstof wanneer er geen voedsel beschikbaar is. Deze afbraak van vetten levert je lichaam energie op. Vetweefsel fungeert dus als opslagplaats voor energie in de vorm van vetten (triacyglycerolen). Niet al het lichaamsvet is echter hetzelfde: de locatie waar vet wordt opgeslagen bepaalt in grote mate de functie en de impact op de gezondheid.

Zo kan vet onderhuids worden opgeslagen (subcutaan vet), wat voornamelijk dient als energieopslag en bescherming. Daarnaast bestaat er visceraal vet, beter bekend als buikvet, dat diep in de buikholte ligt en de organen omringt. Met name deze vorm van vet wordt in verband gebracht met gezondheidsrisico’s. Daarnaast kan vet ook in kleine hoeveelheden worden opgeslagen in de spiervezels zelf (intramusculair vet), wat bij gezonde hoeveelheden een normaal verschijnsel is.

Vetweefsel bevat naast vetten ook andere componenten zoals water en eiwitten. Onderzoek wijst uit dat vetweefsel voor ongeveer 87,5% uit vetten triacyglycerolen) bestaat [18]. Naast dat het een opslagplaats is voor energie, heeft het nog een aantal belangrijke functies:

  • Bescherming en isolatie: lichaamsvet houdt je lichaam warm en kan daardoor heel nuttig zijn als overlevingsstrategie. Daarnaast beschermt lichaamsvet je tegen stoten van buitenaf en beschermt het je organen. Visceraal vet, beter bekend als buikvet, ligt diep in de buikholte en bevindt zich rondom de organen;
  • Opslag: een andere functie van lichaamsvet is dat het de opslagplaats is voor de brandstof in ons lichaam. Suikers en vetten worden hier opgeslagen en gebruikt voor energie wanneer dit nodig is. Dit zorgt ervoor dat andere organen kunnen blijven functioneren;  
  • Hormoonregulatie: daarnaast speelt lichaamsvet een belangrijke rol in de hormoonregulatie, waarbij dit bij vrouwen extra zichtbaar is.

Vetten worden dus vaak als 'slecht’ bestempeld, maar het hebben van een gezond percentage vet is essentieel voor allerlei processen in je lichaam. Wanneer je een extreem laag vetpercentage hebt, kunnen er allerlei problemen optreden zoals het uitblijven van de menstruatie bij vrouwen of het in de war schoppen van de hormoonregulatie. Aan de andere kant wordt met name een grote hoeveelheid visceraal vet (buikvet) in verband gebracht met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Wat is het effect van een calorietekort op vetverlies?

Zoals je waarschijnlijk weet, zal een calorietekort leiden tot vetverlies. Dit komt doordat je lichaam opgeslagen vetreserves gaat gebruiken als brandstof omdat het niet genoeg calorieën meer binnenkrijgt. Vetverlies is echter geen lineair proces waarbij het lichaam 100% van de energie uit lichaamsvet haalt. Dat komt doordat het lichaam ook andere bronnen van energie opgeslagen heeft zoals koolhydraten en eiwitten.  

Naast vetverlies heeft een calorietekort ook andere effecten op het lichaam. Zo kan het invloed hebben op het hormoon leptine, dat een rol speelt bij verzadiging en energiebalans. Ook kan het leiden tot veranderingen in de afgifte van cortisol, een hormoon dat betrokken is bij de regulatie van stress en energiebeschikbaarheid. Bij een langdurig calorietekort kan daarnaast het metabolisme zich aanpassen en kan de lichaamssamenstelling veranderen, waarbij niet alleen vetmassa, maar mogelijk ook spiermassa verloren gaat. Het getal op de weegschaal vertelt daarom niet het hele verhaal. Het is zelfs mogelijk dat het lichaamsgewicht gelijk blijft of toeneemt, terwijl iemand er slanker uitziet, doordat vetmassa afneemt en spiermassa toeneemt.  

Invloed van verschillende factoren op energiegebruik

Je hoeft niet alleen maar fysieke inspanning te leveren om calorieën te verbranden. Dit zou het anders wel heel moeilijk maken om in een calorietekort te belanden.  In rust verbrandt jouw lichaam ook calorieën. Dit heet het rustmetabolisme, oftewel het basaal metabolisme. Dit is de energie die je lichaam gebruikt voor essentiële lichaamsfuncties zoals je hartslag en ademhaling. Hoeveel calorieën je lichaam hiervoor gebruikt is afhankelijk van je lichaamssamenstelling, fysieke activiteit, beschikbare energie, slaap, hormonen en andere componenten.  

Naast de calorieën die je lichaam gebruikt tijdens fysieke activiteit en je rustmetabolisme, bestaat er ook nog het thermische effect van eten. Yep, je leest het goed ;) door te eten verbrandt je lichaam ook energie. Dit wordt gedaan door middel van de verwerking en opname van voedingsmiddelen in je lichaam en hangt af van maaltijdsamenstelling en hydratatie. Ook hier kan het weer erg verschillen hoeveel energie je lichaam hiervoor gebruikt. Factoren zoals lichaamssamenstelling en beschikbare energie zijn bepalend.

Dan is er ook nog thermogenese zonder inspanning. Dit is fysieke activiteit wat zo licht is dat je het eigenlijk niet door hebt. Dit is dus niet te vergelijken met de fysieke activiteit door middel van sporten maar het zijn de dagelijkse manieren waarop je je lichaam beweegt. Denk aan de stappen die je onbewust zet, friemelen, typen achter je laptop op werk en soortgelijke lichamelijke bezigheden. Hoeveel energie je lichaam hiermee gebruikt is grotendeels afhankelijk van de energie die er beschikbaar is.  

Het totale dagelijkse energiegebruik bestaat dus uit vier componenten: thermogenese als gevolg van lichamelijke activiteit (EAT), niet-bewegingsgebonden adaptieve thermogenese (NEAT), het thermische effect van voeding (TEF) en rustmetabolisme (RMR). In figuur 1 worden deze verschillen nog eens visueel weergegeven. Hieruit kun je dus opmaken dat de totale verbranding van calorieën per dag, van veel verschillende factoren afhankelijk is. Je lichaam gebruikt dus niet alleen energie (calorieën) door middel van sporten maar ook bij heel veel andere factoren.  

Figuur 1: Het totale dagelijkse energiegebruik

Kritiek op de 3500 calorieën regel

Als we even teruggaan naar de 3500 calorieën regel en hier kritisch naar kijken, zien we dat dit op een aantal vlakken al niet klopt. Ten eerste worden deze onderzoeken allemaal berekend naar ponden en zou je met een tekort van 3500 calorieën dus een pond lichaamsvet verbranden. Als een pond gelijk zou staan aan een halve kilogram dan zou dit dus 500 gram moeten zijn. Hier gaat het al mis aangezien een pond gelijkstaat aan 453,59237 gram, afgerond 454 gram en dus niet 500 gram. Een tekort van 3500 calorieën zou dan ook niet gelijkstaan aan een halve kilogram gewichtsverlies. Je zou dus een hoger tekort moeten creëren om die halve kilogram te verliezen. Een tekort van 3750 calorieën komt meer in de buurt [1].  

Onderzoek laat zien dat vetweefsel niet alleen uit vet bestaat, maar ook water en eiwitten bevat. Ongeveer 87% van het vetweefsel bestaat uit triglyceriden (vet), terwijl de overige 13% uit water en eiwitten bestaat. Hierdoor schatten experts dat het daadwerkelijke energietekort dat nodig is om één kilogram vetweefsel te verliezen rond de 8260 kcal ligt, en dus hoger is dan de vaak genoemde 7000 kcal.  
Volgens deze berekening zou het theoretisch gezien ongeveer 16-17 dagen duren om 1 kilogram lichaamsvet te verliezen met een dagelijks calorietekort van 500 kcal.

De indicatie van 8260 kcal per kilogram is gebaseerd op een formule van Hall uit 2008 [19], die het energieverschil berekent dat nodig is voor gewichtsverlies, rekening houdend met zowel de energiedichtheid van vet als van vetvrije lichaamsmassa.

Onderzoek naar de effectiviteit van de 3500 kcal regel  

Als we de 3500 calorieën regel moeten geloven, zou je elke dag 500 calorieën minder moeten eten om een halve kilogram gewicht te verliezen per week. Los van dat deze berekening niet klopt, en het tekort meer in de buurt van 3750 calorieën ligt, kun je deze methode niet hanteren voor gewichtsverlies. Dit komt doordat gewichtsverlies erg afhankelijk is van verschillende factoren zoals onze stofwisseling en genetica. Het resultaat wat iemand bereikt met het eten van 3500 calorieën minder per week, zal van persoon tot persoon verschillen. De samenstelling van het lichaam bepaalt mede hoe ons lichaam vet verbrandt, maar ook opslaat.

De 3500 calorieën regel overschat het vetverlies wat met deze regel kan optreden aanzienlijk [5] [6] [7]. Bovendien houdt de methode er geen rekening mee dat veranderingen in de calorie inname automatisch leiden tot veranderingen in het caloriegebruik. Je lichaam past zich namelijk aan op veranderingen in je lichaamssamenstelling en dieet, ook wel metabole adaptatie genoemd [5]. In wetenschappelijke literatuur noemt men dit adaptieve thermogenese. Een persoon met meer lichaamsvet zal meer energie gebruiken om vet te verbranden, terwijl een persoon met minder lichaamsvet minder energie nodig heeft en dus ook minder calorieën verbrandt.  

Op korte termijn lijkt de 3500 calorieën regel dan ook goed te werken bij mensen met overgewicht of obesitas. Dit komt doordat deze personen veel lichaamsvet hebben en er in eerste instantie veel vet verbrandt kan worden. Een persoon zal aanzienlijk gewicht verliezen door elke dag 500 calorieën minder te eten, maar op een gegeven moment zal het lichaam zich gaan aanpassen. Het metabolisme wordt vertraagd en er worden minder calorieën verbrand. Het gewichtsverlies zal dan verminderen terwijl je nog wel elke dag 500 calorieën minder eet. Dit komt doordat er compenserende metabole reacties optreden die het energietekort afzwakken [6].  

Het calorietekort dat je hanteert is op een gegeven moment niet meer groot genoeg om verder af te vallen. Je lichaam past zich aan een calorietekort aan door het basaalmetabolisme te verlagen en bovendien lokt een lage energie inname intern signalen uit die eten uitlokken. Zo wordt je hongergevoel vergroot terwijl het punt van verzadiging lastiger bereikt wordt. Daarnaast neemt op de andere onderdelen van het metabolisme je energiegebruik ook af, én zul je als gevolg van minder energie hoogstwaarschijnlijk minder bewegen. Hoe extreem je lichaam hiermee omgaat en dit calorietekort afzwakt, is per persoon verschillend [6] [8].  

Stel je eens voor dat de regel wel klopt, dan kan iemand door het structureel minder eten van 3500 calorieën per week, wel 78 kilogram verliezen in een periode van drie jaar.  Stel een 30-jarige vrouw van gemiddelde lengte met een vooral zittende leefstijl weegt 68 kilogram en eet elke dag 500 calorieën minder, dan zou er volgens de theorie na 3 jaar niks meer van haar overblijven en zou ze dus niet meer bestaan? Je begrijpt hoe gek dit klinkt en dat verklaart dan ook waarom de 3500 calorieën regel simpelweg niet klopt en dit met een korreltje zout moet worden genomen.

Het risico op het verliezen van spiermassa bij gewichtsverlies

Naast dat je een plateau kan bereiken in je gewichtsverlies met de 3500 calorieën regel, bestaat er een risico dat je spiermassa verliest [9]. Wanneer je samen met het lichaamsvet ook spiermassa verliest zul je ook minder calorieën verbranden. Spieren hebben namelijk brandstof nodig, ook in de rust. Dit zorgt er dus voor dat je meer calorieën verbrandt wanneer je lichaam meer spiermassa bevat. Bovendien geven spieren jou die mooie shape. Om te voorkomen dat je spiermassa verliest zijn er een aantal dingen die je kunt doen, waaronder krachttraining en je eiwit inname verhogen. Hoe en waarom je dit moet doen leggen we hieronder verder uit.  

De manier om duurzaam af te vallen  

De 3500 calorieën regel gaat er dus vanuit dat alle componenten in je lichaam hetzelfde blijven wanneer je afvalt. Dit is echter niet waar. Door middel van adaptieve thermogenese, of ook wel metabole adaptatie, zal je lichaam slim omgaan met deze veranderingen die optreden als gevolg van het calorietekort. Je lichaam doet dit als soort van beschermingsmechanisme maar dat kan wel frustrerend zijn. Jij doet er voor je gevoel alles aan om af te vallen maar ineens beland je op een soort plateau. Gelukkig kun je dit voorkomen en zijn er manieren waardoor je lichaam op een duurzame manier kunt afvallen. Wanneer je begrijpt welke factoren afhankelijk zijn voor het verliezen van lichaamsvet, en welke dit juist tegen kunnen werken, word je afvalproces een stuk leuker en realistischer.  

Gewichtsverlies vs. vetverlies

Iets wat veel mensen nog wel eens vergeten is dat gewichtsverlies heel wat anders is dan vetverlies. Vetverlies is wat we willen bereiken. Door het verbranden van vet kun jij dat vervelende buikje wegwerken, behoud je je mooie gespierde benen en kun jij effectief afvallen. Gewichtsverlies daarentegen kan juist averechts werken doordat je er spiermassa mee kunt verliezen en je metabolisme kan vertragen wat leidt tot een plateau effect in het afvallen. Je lichaamsgewicht bestaat uit meer dan alleen vet. Gewicht is afkomstig uit verschillende bronnen in ons lichaam zoals botten, spiermassa, en ja, ook lichaamsvet. Om duurzaam af te vallen is het belangrijk dat je alleen lichaamsvet verliest en vetvrije massa behoudt, dus geen spiermassa verliest.

Krachttraining voor vetverlies

Onderzoek toont aan dat krachttraining kan helpen om spiermassa te behouden terwijl je wel calorieën blijft verbranden. Een onderzoek uit 2008 vergeleek 3 groepen vrouwen die allemaal hetzelfde calorielage dieet volgden [10]. Naast dit dieet combineerde de eerste groep dit met krachttraining, de tweede groep met cardio oefeningen en de derde groep deed er geen sport naast. Hieruit bleek dat de groep die aan krachttraining deed hun spiermassa, krachtniveaus en stofwisseling behield. Dit terwijl de groepen die aan cardio deden of niet sportten hun spiermassa juist verloren én een vermindering zagen in de stofwisseling [10].  

Het belang van eiwitten bij vetverbranding

Een andere manier om te voorkomen dat je ook spiermassa verliest is door genoeg eiwitten te eten. Wanneer je dit doet, zal je lichaam minder geneigd zijn om spieren af te breken voor energie. Dit resulteert er vervolgens in dat jouw metabolisme beter werkt waardoor je meer afvalt. Daarnaast biedt het eten van voldoende eiwitten nog veel meer voordelen als het gaat om afvallen, doordat het je een voller en langer verzadigd gevoel kan geven en je calorie-inname kan verminderen. Daarnaast kunnen eiwitten je 'cravings’ om 's avonds laat te gaan snacken onderdrukken [11] [12].

Gewichtsverlies door middel van slaapkwaliteit

Een goede nachtrust is belangrijker dan mensen vaak denken. Slechte slaapkwaliteit kan er namelijk voor zorgen dat jij gedurende de dag minder goed bestand bent tegen hongerbuien en meer wilt gaan snacken. Dat komt doordat slaaptekort ervoor zorgt dat de hypothalamus minder gevoelig wordt voor leptine, het hormoon wat verantwoordelijk is voor verzadiging. Daarentegen neemt de gevoeligheid ghreline juist toe, het hormoon verantwoordelijk voor het hongergevoel [13] [14] [15].  

Daarnaast kan slaaptekort leiden tot spierverlies en wordt de mogelijkheid om vet te verliezen juist drastisch verlaagt [16]. Je lichaam herstelt namelijk tijdens de slaap dus een slaap van goede kwaliteit is essentieel om fit en gezond te blijven. We functioneren het meest optimaal wanneer je leeft en slaapt volgens het circadiaans ritme. De richtlijnen voor voldoende slaap voor volwassenen zijn:

  • 18-69 jaar: 7-9 uur slaap per nacht;
  • 65+: 7-8 uur slaap per nacht [17].

Kiezen voor de juiste voeding bij gewichtsverlies

Zoals bekend dien je in een calorietekort te verkeren als je gewicht wil verliezen. Dit betekent dat je lichaam meer calorieën gebruikt dan dat het binnenkrijgt. Dit kun je stimuleren door fysieke activiteit maar ligt vooral aan je dieet. Het is daarom van belang om te begrijpen wat calorieën zijn en hoeveel calorieën bepaalde voedingsmiddelen bevatten. Ook is het belangrijk om te kijken wat er in zo'n voedingsmiddel zit, aangezien voedingsmiddelen met veel voedingsvezels je langer vol houden en je daarmee kunnen helpen om af te vallen. Een hoog gehalte aan eiwitten, calcium, vezels en vitamine A en D én een laag gehalte aan suikers, verzadigd vet en natrium is iets waar je op moet letten. Twee voedingsmiddelen kunnen namelijk wel precies dezelfde hoeveelheid calorieën bevatten maar twee hele andere effecten uitlokken in je lichaam. Vermijd daarom voedingsmiddelen waar hoge hoeveelheden suikers of verzadigd vet in zitten. Het tracken van je voeding kan je hierbij helpen.  

Conclusie: waarom de 3500 calorieën regel misleidend is

Als we de 3500 calorieën regel moeten geloven, zou je elke week een halve kilogram afvallen als je elke dag 500 calorieën minder eet. De regel gaat ervanuit dat alle componenten in je lichaam hetzelfde blijven wanneer je afvalt. Dit is echter niet waar. Als je minder calorieën eet dan voorheen, blijf je niet voor altijd in een calorietekort. Je lichaam past zich aan zodra je lichaamsgewicht vermindert en zal de dagelijkse energie uitgave verminderen.  

De valkuil zit hem er dus in dat mensen denken dat hun calorie uitgave hetzelfde blijft als ze hun calorie inname verminderen. In werkelijkheid is het ‘calorieën in en calorieën uit’ principe dynamisch en met elkaar verbonden. Wanneer je gewicht verliest zal je basaal metabolisme verminderen. Je lichaam heeft minder calorieën nodig om dat lagere lichaamsgewicht te onderhouden. Je zal dan ook minder calorieën verbranden door het thermische effect van eten omdat je minder bent gaan eten. Daarnaast kost fysieke activiteit je minder energie met een lager gewicht, waardoor je op den duur minder calorieën verbrandt. De calorieën die je lichaam gebruikt voor thermogenese zonder inspanning zullen ook verminderen doordat dit je lichaam minder energie kost.  

Het kan daarnaast zo zijn dat sommige mensen minder bewegen als ze gewicht verliezen. Of dat er sprake is van metabole adaptatie waardoor je stofwisseling vertraagt. Je lichaam past zich aan een calorietekort aan door het metabolisme te verlagen en intern signalen uit te lokken die eten uitlokken.  

Gelukkig zijn er manieren om dit plateau in afvallen zo veel mogelijk te voorkomen en daarbij is krachttraining en het eten van genoeg eiwitten ontzettend belangrijk. Voorkom dat je spiermassa verliest door je eiwitinname hoog te houden en zorg dat je je lichaam blootstelt aan het heffen van gewichten. Zorg daarnaast voor een goede nachtrust en let op met wat je eet. Voeding met veel nuttige voedingsmiddelen zal je een langer verzadigd gevoel geven en maakt het makkelijker om in een calorietekort te verkeren. De sleutel tot lang termijn beheer van gewichtsverlies is niet zo eenvoudig als het navolgen van een simpel rekensommetje voor het verliezen van kilo's lichaamsgewicht. Het ligt een stuk gecompliceerder en is afhankelijk van meerdere factoren. Stel dan ook realistische doelen en verwacht geen lange termijn resultaten wanneer je het tekort van 3500 calorieën blijft aanhouden en hier verder niks aan verandert.  

Heb je handvaten nodig voor het bereiken van een duurzaam gewichtsverlies? Wij bieden meerdere plannen aan die geschikt zijn voor verschillende doelen. Met een gebalanceerde aanpak van body, mind & life kunnen wij je helpen je doelen te bereiken.  

Bronnen

  1. Wishnofsky, M. (1958). Caloric equivalents of gained or lost weight. the American Journal of Clinical Nutrition, 6(5), 542–546. https://doi.org/10.1093/ajcn/6.5.542
  1. Devenny, J. J., Godonis, H. E., Harvey, S. J., Rooney, S., Cullen, M. J., & Pelleymounter, M. A. (2012). Weight loss induced by chronic dapagliflozin treatment is attenuated by compensatory hyperphagia in Diet‐Induced Obese (DIO) rats. Obesity, 20(8), 1645–1652. https://doi.org/10.1038/oby.2012.59
  1. Byrne, N. M., Wood, R. E., Schütz, Y., & Hills, A. P. (2012). Does metabolic compensation explain the majority of less-than-expected weight loss in obese adults during a short-term severe diet and exercise intervention? International Journal of Obesity, 36(11), 1472–1478. https://doi.org/10.1038/ijo.2012.109
  1. Pope, L., Harvey-Berino, J., Savage, P. D., Bunn, J. Y., Ludlow, M., Oldridge, N., & Ades, P. (2011). The impact of High-Calorie-Expenditure exercise on quality of life in older adults with coronary heart disease. Journal of Aging and Physical Activity, 19(2), 99–116. https://doi.org/10.1123/japa.19.2.99
  1. Egan, A. M., & Collins, A. (2021). Dynamic changes in energy expenditure in response to underfeeding: a review. Proceedings of the Nutrition Society, 81(2), 199–212. https://doi.org/10.1017/s0029665121003669
  1. Casanova, N., Beaulieu, K., Finlayson, G., & Hopkins, M. (2019). Metabolic adaptations during negative energy balance and their potential impact on appetite and food intake. Proceedings of the Nutrition Society, 78(3), 279–289. https://doi.org/10.1017/s0029665118002811
  1. Nunes, C. L., Jesus, F., Francisco, R., Matias, C. N., Heo, M., Heymsfield, S. B., Bosy‐Westphal, A., Sardinha, L. B., Martins, P., Minderico, C. S., & Silva, A. M. (2021). Adaptive thermogenesis after moderate weight loss: magnitude and methodological issues. European Journal of Nutrition, 61(3), 1405–1416. https://doi.org/10.1007/s00394-021-02742-6
  1. Johannsen, D. L., Knuth, N. D., Huizenga, R., Rood, J., Ravussin, É., & Hall, K. D. (2012). Metabolic Slowing with Massive Weight Loss despite Preservation of Fat-Free Mass. the Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism/Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 97(7), 2489–2496. https://doi.org/10.1210/jc.2012-1444
  1. Chaston, T. B., Dixon, J., & O’Brien, P. E. (2006). Changes in fat-free mass during significant weight loss: a systematic review. International Journal of Obesity, 31(5), 743–750. https://doi.org/10.1038/sj.ijo.0803483
  1. Hunter, G. R., Byrne, N. M., Sirikul, B., Fernández, J. R., Zuckerman, P. A., Darnell, B. E., & Gower, B. A. (2008). Resistance training conserves fat‐free mass and resting energy expenditure following weight loss. Obesity, 16(5), 1045–1051. https://doi.org/10.1038/oby.2008.38
  1. Leidy, H. J., Tang, M., Armstrong, C., Martin, C. B., & Campbell, W. W. (2011). The effects of consuming frequent, higher protein meals on appetite and satiety during weight loss in Overweight/Obese men. Obesity, 19(4), 818–824. https://doi.org/10.1038/oby.2010.203
  1. Weigle, D. S., Breen, P. A., Matthys, C. C., Callahan, H. S., Meeuws, K. E., Burden, V. R., & Purnell, J. Q. (2005). A high-protein diet induces sustained reductions in appetite, ad libitum caloric intake, and body weight despite compensatory changes in diurnal plasma leptin and ghrelin concentrations. the American Journal of Clinical Nutrition, 82(1), 41–48. https://doi.org/10.1093/ajcn.82.1.41
  1. Danguir J and Nicolaidis S . Dependence of sleep on nutrients' availability. Physiol Behav. 1979;22:735-40. [PMID: 225752]https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/225752/
  1. Ahima RS , Saper CB , Flier JS , and Elmquist JK . Leptin regulation of neuroendocrine systems. Front Neuroendocrinol. 2000;21:263-307. [PMID: 10882542]https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10882542/
  1. McNeil J, Drapeau V, Gallant AR, Tremblay A, Doucet E, Chaput JP. Short sleep duration is associated with a lower mean satiety quotient in overweight and obese men. Eur J Clin Nutr. 2013 Dec;67(12):1328-30. doi: 10.1038/ejcn.2013.204. Epub 2013 Oct 16. PMID: 24129360.https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24129360/
  1. Nedeltcheva AV, Kilkus JM, Imperial J, Schoeller DA, Penev PD. Insufficient sleep undermines dietary efforts to reduce adiposity. Ann Intern Med. 2010 Oct 5;153(7):435-41. doi: 10.7326/0003-4819-153-7-201010050-00006. PMID: 20921542; PMCID: PMC2951287.https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20921542/
  1. Hirshkowitz, M., Whiton, K., Albert, S. M., Alessi, C. A., Bruni, O., DonCarlos, L. L., Hazen, N., Herman, J. H., Katz, E. S., Gozal, D., Neubauer, D. N., O’Donnell, A. E., Ohayon, M. M., Peever, J., Rawding, R., Sachdeva, R., Setters, B., Vitiello, M. V., Ware, J. C., & Hillard, P. J. A. (2015). National Sleep Foundation’s sleep time duration recommendations: methodology and results summary. Sleep Health, 1(1), 40–43. https://doi.org/10.1016/j.sleh.2014.12.010
  1. Hall, Kevin D. “What is the required energy deficit per unit weight loss?.” International Journal of Obesity 32.3 (2008): 573-576.
  1. Hall, K. D. (2007). What is the required energy deficit per unit weight loss? International Journal Of Obesity, 32(3), 573–576. https://doi.org/10.1038/sj.ijo.0803720

Misschien vind je dit ook interessant

Personal Body Plan

Je personal trainer, coach en voedingsdeskundige in één.
Hoe werkt het?
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.
We change lives. Not just bodies.