Waarom weten wat gezond is, vaak niet genoeg is

Geschreven door Kirsten Hogendoorn, Expert bij Personal Body Plan.

Veel mensen weten eigenlijk best goed wat gezond gedrag is. 

Meer bewegen. Vaker groenten eten. Minder snacken. Op tijd naar bed gaan. Minder stress ervaren. Regelmatig sporten. 

Toch blijkt het in de praktijk vaak lastig om dit gedrag langdurig vol te houden. 

Misschien herken je het zelf wel. Je begint vol motivatie aan een nieuwe routine, maar na een paar weken merk je dat oude gewoontes langzaam terugkomen. Je weet precies wat je zou willen doen, maar toch lukt het niet altijd om dat gedrag uit te voeren. 

Dat roept vaak frustratie op. Veel mensen trekken vervolgens de conclusie dat ze onvoldoende discipline hebben, te weinig motivatie bezitten of simpelweg niet sterk genoeg zijn. 

Maar wat als het probleem helemaal niet ligt bij een gebrek aan wilskracht? 

Gedrag is complexer dan we vaak denken 

Gezond gedrag wordt vaak voorgesteld als een simpele keuze. 

Je weet wat goed voor je is, dus hoef je het alleen nog maar te doen. 

De werkelijkheid is meestal ingewikkelder. 

Ons gedrag ontstaat namelijk niet vanuit één losse beslissing. Het wordt beïnvloed door een voortdurende samenwerking tussen ons brein, lichaam en de omgeving waarin we leven [1][2][25]. 

Slaap, stress, emoties, energie, gewoontes, sociale situaties, werkdruk, opvoeding, eerdere ervaringen en lichamelijke signalen spelen allemaal een rol [1][2][4][25]. 

Wanneer één van deze factoren verandert, heeft dat vaak invloed op de rest van het systeem. 

Denk bijvoorbeeld aan een drukke werkweek. Je slaapt wat minder, voelt je vermoeider en hebt minder energie. Daardoor wordt sporten lastiger, neem je sneller gemakskeuzes rondom voeding en reageer je misschien emotioneler op situaties die normaal geen probleem zouden zijn [4][12][27]. 

Dat betekent niet dat je ineens minder gemotiveerd bent geworden. Het betekent vooral dat het systeem waarbinnen je keuzes maakt is veranderd. 

Je brein probeert voortdurend vooruit te kijken 

Een interessant inzicht uit de moderne neurowetenschap is dat je brein niet alleen reageert op wat er gebeurt. 

Het probeert voortdurend te voorspellen wat er gaat gebeuren [5]. 

De hele dag door verzamelt je brein informatie uit je lichaam en uit de omgeving. Op basis van eerdere ervaringen probeert het vervolgens te voorspellen hoeveel energie nodig is, hoe alert je moet zijn, welke emoties passend zijn en welk gedrag waarschijnlijk verstandig of veilig is [5][6]. 

Dat gebeurt grotendeels automatisch. 

Je denkt misschien dat je bewust besluit om een koekje te pakken wanneer je thuiskomt na een lange werkdag. In werkelijkheid zijn er vaak al talloze processen aan dat moment voorafgegaan. 

Je energieniveau is lager. Je hebt minder herstel gehad. Je ervaart meer stress. Je brein zoekt naar een snelle manier om comfort, ontspanning of energie te verkrijgen [4][5]. 

Het koekje is dan vaak niet de oorzaak van het probleem, maar een logisch gevolg van wat eraan voorafging. 

Waarom stress zoveel invloed heeft 

Stress wordt vaak gezien als iets mentaals. 

In werkelijkheid beïnvloedt stress vrijwel het hele lichaam [4][15]. 

Wanneer stress tijdelijk is, vormt dat meestal geen probleem. Sterker nog, ons lichaam is juist ontworpen om zich aan te passen aan uitdagingen. 

Problemen ontstaan vooral wanneer belasting langdurig hoger blijft dan herstel. 

Het lichaam probeert voortdurend een balans te bewaren tussen wat er van ons gevraagd wordt en wat we aankunnen. Dit proces wordt allostase genoemd [4]. 

Wanneer de belasting langdurig hoog blijft, kan het systeem steeds harder moeten werken om die balans te behouden. 

Dat kan zich uiten in vermoeidheid, slechter herstel, meer honger, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, meer behoefte aan comfort en ontspanning en minder zelfbeheersing [4][15][27]. 

Langdurige stress wordt bovendien in verband gebracht met veranderingen in gedrag, gezondheid, herstelvermogen en emotieregulatie [4][15][27]. 

Veel mensen ervaren deze signalen als persoonlijke tekortkomingen. 

Maar vaak zijn het juist normale reacties van een systeem dat langdurig onder druk staat. 

Waarom motivatie niet altijd de oplossing is 

Veel mensen wachten op motivatie. 

Ze hopen dat ze zich op een dag weer gemotiveerd voelen om te sporten, gezonder te eten of beter voor zichzelf te zorgen. 

Het probleem is dat motivatie geen constante eigenschap is. 

Motivatie verandert voortdurend onder invloed van energie, emoties, stress, slaap en omstandigheden [13][16][25]. 

Op dagen waarop je uitgerust bent, overzicht hebt en weinig stress ervaart, voelt gezond gedrag vaak relatief makkelijk. 

Op dagen waarop je slecht hebt geslapen, veel werkdruk ervaart of emotioneel belast bent, kost hetzelfde gedrag ineens veel meer moeite [12][27]. 

Dat betekent niet dat je veranderd bent als persoon. 

Het betekent dat de omstandigheden waarin je keuzes maakt veranderd zijn. 

Daarom is motivatie vaak minder belangrijk dan structuur. 

Mensen die langdurig gezond gedrag volhouden, vertrouwen meestal niet uitsluitend op motivatie. Ze bouwen routines, gewoontes en een omgeving die gezond gedrag ondersteunen [11][21][25][26]. 

Gewoontes bepalen een groot deel van ons gedrag 

Een groot deel van wat we dagelijks doen gebeurt vrijwel automatisch [11][21]. 

We denken niet bewust na over tandenpoetsen, autorijden of het openen van onze telefoon. 

Hetzelfde geldt voor veel voedings- en leefstijlgewoontes. 

Je brein houdt van efficiëntie. Gedrag dat vaak genoeg wordt herhaald kost na verloop van tijd steeds minder mentale energie [11]. 

Dat is handig wanneer het gaat om gewenste gewoontes. 

Maar hetzelfde mechanisme werkt ook voor gedrag dat je misschien liever zou veranderen. 

Wanneer je jarenlang iedere avond snacks eet tijdens het televisie kijken, ontstaat er een sterke koppeling tussen ontspanning, de bank, televisie en eten. 

Op een gegeven moment ontstaat de behoefte soms al voordat je bewust hebt besloten iets te nemen. 

Dat maakt duidelijk waarom gedragsverandering vaak niet draait om meer wilskracht, maar om het creëren van nieuwe patronen die vaak genoeg worden herhaald [11][14][21][25]. 

Zelfbeeld speelt een grotere rol dan veel mensen denken 

Veel mensen denken dat zelfbeeld vanzelf verbetert zodra het lichaam verandert. 

Maar zo werkt het vaak niet. 

Iemand kan afvallen, fitter worden of sterker worden en zich toch nog steeds onzeker voelen. 

Dat komt doordat zelfbeeld niet alleen wordt bepaald door hoe je eruitziet. 

Zelfbeeld ontstaat uit ervaringen, herinneringen, sociale vergelijking, opvoeding, cultuur en de betekenis die je brein geeft aan alles wat je meemaakt [6][24][29]. 

Wanneer iemand zichzelf jarenlang heeft gezien als "onsportief", "niet goed genoeg" of "iemand die altijd faalt", verdwijnen die overtuigingen meestal niet automatisch zodra het gewicht verandert. 

Nieuwe overtuigingen ontstaan vooral door nieuwe ervaringen. 

Door herhaaldelijk succeservaringen op te doen kan het brein langzaam nieuwe voorspellingen gaan maken over wie je bent en wat je kunt [7]. 

Waarom emotie-eten vaak logisch gedrag is 

Emotie-eten wordt vaak gezien als een gebrek aan discipline. 

Maar voeding heeft voor veel mensen meer functies dan alleen energie leveren. 

Eten kan gekoppeld raken aan ontspanning, gezelligheid, veiligheid, troost of beloning [8]. 

Wanneer iemand veel stress ervaart of emotioneel belast is, kan het brein automatisch teruggrijpen naar patronen die eerder hebben geholpen om tijdelijk rust of comfort te ervaren [8][15][28]. 

Daarnaast kunnen stress en slaaptekort invloed hebben op hongersignalen, impulscontrole, cravings en zelfregulatie [4][12][15][27][28]. 

Ook voeding zelf speelt een rol. Onderzoek laat zien dat ultra-bewerkte voeding in sommige situaties kan leiden tot een hogere energie-inname doordat deze vaak energiedicht en zeer smakelijk is [10]. 

Dat betekent niet dat iemand zwak is. 

Het betekent meestal dat voeding op dat moment een bepaalde functie vervult. 

De vraag wordt dan niet: 

"Waarom heb ik geen discipline?" 

Maar eerder: 

"Welke behoefte probeer ik met dit gedrag te vervullen?" 

Die vraag leidt vaak tot veel meer inzicht dan simpelweg proberen harder je best te doen. 

De kracht van kleine veranderingen 

Een van de grootste valkuilen bij gedragsverandering is denken dat alles tegelijk moet veranderen. 

Meer sporten. Gezonder eten. Vroeger naar bed. Meer water drinken. Minder stress. Afvallen. 

Vaak is dat simpelweg te veel. 

Duurzame verandering ontstaat meestal niet door radicale veranderingen, maar door kleine stappen die lang genoeg worden volgehouden [11][21][25][26]. 

Een dagelijkse wandeling van twintig minuten. 

Een vaste bedtijd. 

Een regelmatig ontbijt. 

Eén extra portie groenten. 

Een moment van ontspanning gedurende de dag. 

Deze kleine veranderingen lijken misschien onbelangrijk, maar juist door herhaling kunnen ze nieuwe gewoontes vormen en uiteindelijk grote veranderingen veroorzaken [11][14][21][25]. 

De belangrijkste les 

Gezond gedrag draait zelden om discipline alleen. 

Ons gedrag ontstaat uit een complex samenspel van brein, lichaam en omgeving [1][2][25]. 

Stress, slaap, emoties, gewoontes, zelfbeeld, energie, sociale factoren en eerdere ervaringen beïnvloeden voortdurend de keuzes die we maken [1][4][6][25][27]. 

Dat betekent niet dat je geen verantwoordelijkheid hebt voor je gedrag. 

Maar het betekent wel dat gedragsverandering vaak beter lukt wanneer je probeert te begrijpen waarom gedrag ontstaat, in plaats van jezelf te veroordelen wanneer het niet lukt. 

Duurzame verandering ontstaat meestal niet doordat je harder tegen jezelf bent. 

Ze ontstaat wanneer je leert samenwerken met hoe het menselijk systeem daadwerkelijk werkt. 

En precies daar begint vaak echte vooruitgang. 

Bronnen

[1] Wade, D. T., & Halligan, P. W. (2017). The biopsychosocial model of illness: A model whose time has come. Clinical Rehabilitation, 31(8), 995–1004. https://doi.org/10.1177/0269215517709890 

[2] Davies, W., & Roache, R. (2017). Reassessing biopsychosocial psychiatry. British Journal of Psychiatry, 210(1), 3–5. https://doi.org/10.1192/bjp.bp.116.194753 

[4] McEwen, B. S. (1998). Protective and damaging effects of stress mediators. New England Journal of Medicine, 338(3), 171–179. https://doi.org/10.1056/NEJM199801153380307 

[5] Friston, K. (2010). The free-energy principle: A unified brain theory? Nature Reviews Neuroscience, 11(2), 127–138. https://doi.org/10.1038/nrn2787 

[6] Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. 

[7] Doidge, N. (2007). The Brain That Changes Itself. Viking Press. 

[8] Sinha, R. (2018). Role of addiction and stress neurobiology on food intake and obesity. Biological Psychology, 131, 5–13. 

[10] Hall, K. D., et al. (2019). Ultra-processed diets cause excess calorie intake and weight gain: An inpatient randomized controlled trial of ad libitum food intake. Cell Metabolism, 30(1), 67–77.e3. https://doi.org/10.1016/j.cmet.2019.05.008 

[11] Wood, W., & Rünger, D. (2016). Psychology of habit. Annual Review of Psychology, 67, 289–314. https://doi.org/10.1146/annurev-psych-122414-033417 

[12] Lowe, C. J., Safati, A., & Hall, P. A. (2017). The neurocognitive consequences of sleep restriction: A meta-analytic review. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 80, 586–604. https://doi.org/10.1016/j.neubiorev.2017.07.010 

[13] Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268. https://doi.org/10.1207/S15327965PLI1104_01 

[14] Gardner, B., Lally, P., & Wardle, J. (2012). Making health habitual: The psychology of habit formation. British Journal of General Practice, 62(605), 664–666. https://doi.org/10.3399/bjgp12X659466 

[15] McEwen, B. S., & Akil, H. (2020). Revisiting the stress concept: Implications for affective disorders. Journal of Neuroscience, 40(1), 12–21. https://doi.org/10.1523/JNEUROSCI.0733-19.2019 

[16] Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2020). Intrinsic and extrinsic motivation from a self-determination theory perspective: Definitions, theory, practices, and future directions. Contemporary Educational Psychology, 61, 101860. https://doi.org/10.1016/j.cedpsych.2020.101860 

[21] Lally, P., van Jaarsveld, C. H. M., Potts, H. W. W., & Wardle, J. (2010). How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998–1009. https://doi.org/10.1002/ejsp.674 

[24] Neff, K. D. (2003). Self-compassion: An alternative conceptualization of a healthy attitude toward oneself. Self and Identity, 2(2), 85–101. https://doi.org/10.1080/15298860309032 

[25] Zhang, Y., et al. (2024). Comprehending health behavior change and maintenance: A systematic review and meta-synthesis. American Journal of Health Behavior. https://doi.org/10.1080/19325037.2024.2338465 

[26] Alberts, L., Lyngs, U., & Lukoff, K. (2024). Designing for sustained motivation: A review of self-determination theory in behaviour change technologies. arXiv. https://arxiv.org/abs/2402.00121 

[27] Zhang, X., et al. (2025). A meta-analysis study evaluating the effects of sleep interventions on mental health outcomes. BMC Public Health, 25. https://doi.org/10.1186/s12889-025-23709-w 

[28] Sun, J., et al. (2025). Effects of mindfulness-based interventions on obesogenic eating behaviours: A systematic review and meta-analysis. Obesity Reviews. https://doi.org/10.1111/obr.13860 

[29] Huang, M., et al. (2025). A meta-analysis of self-compassion and attachment in adults. Psychology and Psychotherapy: Theory, Research and Practice, 98, 833–858. https://doi.org/10.1111/papt.12590 

 

Misschien vind je dit ook interessant

Personal Body Plan

Je personal trainer, coach en voedingsdeskundige in één.
Hoe werkt het?