Waarom houden sommige mensen gezond gedrag jarenlang vol (en anderen steeds opnieuw beginnen)?

Geschreven door Kirsten Hogendoorn, Expert bij Personal Body Plan.

Waarom lukt het sommige mensen om jarenlang gezond te eten, regelmatig te bewegen en goed voor zichzelf te zorgen, terwijl anderen steeds opnieuw beginnen? Het antwoord is minder eenvoudig dan vaak wordt gedacht. Veel mensen schrijven succes toe aan motivatie of discipline. De wetenschap laat echter zien dat gezond gedrag ontstaat uit een samenspel van biologische, psychologische en sociale processen. Je slaap, stressniveau, energiebeschikbaarheid, emoties, gewoontes en omgeving bepalen allemaal hoeveel moeite een gezonde keuze op een bepaald moment kost [1–7]. 

Dat betekent niet dat motivatie onbelangrijk is. Integendeel. Motivatie speelt een belangrijke rol, maar staat niet op zichzelf. Ze verandert voortdurend onder invloed van wat er in je brein, lichaam en omgeving gebeurt. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat mensen gezond gedrag vaker volhouden wanneer het aansluit bij hun persoonlijke waarden en past binnen hun dagelijks leven [1–3]. 

In deze blog ontdek je waarom duurzame gedragsverandering veel meer is dan discipline alleen. Je leert hoe gedrag ontstaat, waarom gezonde keuzes soms moeiteloos voelen en op andere momenten juist veel energie kosten. Ook ontdek je waarom nieuwsgierig kijken naar je eigen gedrag vaak effectiever is dan jezelf verwijten dat je onvoldoende wilskracht hebt. 

Waarom lijken gezonde keuzes de ene periode bijna vanzelf te gaan, terwijl ze een paar weken later ineens veel meer moeite kosten? 

Misschien herken je het wel. Een tijd lang sport je regelmatig, eet je gevarieerd en voelt het alsof je een prettig ritme hebt gevonden. Daarna verandert er iets. Het wordt drukker op je werk, je slaapt een paar nachten slecht, er speelt iets in je privéleven of je dagelijkse planning loopt anders dan normaal. Ineens voelt dezelfde training veel zwaarder. Je kiest sneller voor een makkelijke maaltijd of slaat de wandeling over waar je eerder nauwelijks over hoefde na te denken. 

Veel mensen trekken dan dezelfde conclusie. 

"Ik ben mijn motivatie kwijt." 

Of misschien nog harder: 

"Ik heb gewoon te weinig discipline." 

Dat klinkt logisch. Maar klopt die conclusie eigenlijk wel? 

De meeste mensen weten namelijk prima wat gezond gedrag is. Ze weten dat voldoende beweging, gezonde voeding, slaap en herstel belangrijk zijn voor hun gezondheid. Toch blijkt kennis alleen zelden voldoende om gedrag jarenlang vol te houden. Dat roept een veel interessantere vraag op: waardoor ontstaat gedrag eigenlijk? 

Steeds meer onderzoek laat zien dat gedrag niet het gevolg is van één eigenschap, zoals motivatie of wilskracht. Gezonde keuzes ontstaan uit een voortdurend samenspel tussen je brein, je lichaam, je gedachten en de wereld om je heen. Hoe goed je hebt geslapen, hoeveel stress je ervaart, hoeveel energie beschikbaar is, welke gewoontes je hebt opgebouwd en hoe je omgeving eruitziet, beïnvloeden allemaal hoeveel moeite een gezonde keuze op dat moment kost [4–9]. 

Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van deze blog. 

Wanneer gezond leven tijdelijk moeilijk voelt, betekent dat niet automatisch dat je lui bent of onvoldoende discipline hebt. Vaak vertelt je gedrag iets over de omstandigheden waarin je je op dat moment bevindt. 

In plaats van jezelf af te vragen: 

"Waarom heb ik geen motivatie?" 

kun je jezelf misschien beter afvragen: 

"Waarom kost gezond gedrag mij op dit moment zoveel energie?" 

Die kleine verandering in perspectief maakt een groot verschil. De aandacht verschuift van jezelf veroordelen naar jezelf begrijpen. En juist dat vormt vaak de eerste stap naar duurzame gedragsverandering. 

In deze blog ontdek je hoe gedrag ontstaat, waarom motivatie voortdurend verandert en waarom sommige mensen gezonde gewoontes jarenlang weten vol te houden zonder dat ze iedere dag gemotiveerd hoeven te zijn. 

Leerdoelen 

Na het lezen van deze blog kun je: 

  • Uitleggen waarom motivatie slechts één van de factoren is die gedrag beïnvloedt.  
  • Beschrijven hoe biologische, psychologische en sociale processen samen gezond gedrag sturen.  
  • Herkennen waarom gezonde keuzes de ene periode makkelijker zijn dan de andere.  
  • Analyseren welke factoren jouw eigen gedrag ondersteunen of juist belemmeren.  
  • Toepassen hoe je jouw leefstijl beter kunt laten aansluiten bij jouw dagelijks leven.  

Waarom motivatie niet het hele verhaal vertelt 

Wanneer mensen zeggen dat ze hun motivatie zijn kwijtgeraakt, klinkt het alsof motivatie iets is wat je kunt hebben of verliezen. Alsof er ergens in je hoofd een schakelaar zit die soms aanstaat en soms uit. 

In werkelijkheid werkt menselijk gedrag veel minder zwart-wit. 

Denk eens terug aan een periode waarin gezond leven bijna vanzelf ging. Misschien maakte je iedere ochtend een wandeling, sportte je drie keer per week of kookte je iedere avond zelf. Dat gedrag voelde waarschijnlijk heel normaal. Je hoefde jezelf er nauwelijks toe te zetten. 

Vergelijk dat eens met een periode waarin precies hetzelfde gedrag ineens veel moeilijker werd. Niet omdat je doelen veranderden, maar omdat je leven veranderde. Misschien sliep je slechter, ervaarde je meer stress, had je minder tijd of vroeg je werk tijdelijk veel mentale energie. 

De vraag is dan niet alleen of je minder gemotiveerd bent. 

De interessantere vraag is: 

Wat is er veranderd waardoor gezond gedrag nu meer energie kost? 

Die vraag sluit veel beter aan bij wat we tegenwoordig weten over menselijk gedrag. Gedrag ontstaat namelijk niet uit één enkele oorzaak. Het is het resultaat van een voortdurend samenspel tussen wat er in je lichaam gebeurt, hoe je brein de situatie inschat en de omgeving waarin je je bevindt [4–9]. 

Juist daarom is motivatie vaak geen startpunt, maar een uitkomst van dat hele proces. 

Gedrag ontstaat nooit door één oorzaak 

We zoeken graag naar één duidelijke verklaring voor ons gedrag. Dat is begrijpelijk. Het geeft houvast. 

Wanneer het lukt om gezond te leven, schrijven we dat vaak toe aan discipline of motivatie. Lukt het niet, dan zoeken we de oorzaak meestal ook bij onszelf. We denken dat we te weinig doorzettingsvermogen hebben of simpelweg niet gemotiveerd genoeg zijn. 

Stel je voor dat je na een lange werkdag naar huis rijdt. Vanmorgen besloot je nog dat je na je werk zou gaan sporten. Dat plan was oprecht. Maar onderweg merk je dat je moe bent. Je hebt nauwelijks geluncht, meerdere stressvolle vergaderingen gehad en thuis wacht nog een volle agenda. 

De sportschool is niet veranderd. 

Je doel is ook niet veranderd. 

Toch voelt de keuze ineens heel anders. 

Niet omdat je in een paar uur tijd minder discipline hebt gekregen, maar omdat de omstandigheden waarin je die keuze maakt zijn veranderd. Je energieniveau is lager, je aandacht is versnipperd en je lichaam heeft al veel inspanning geleverd. Al die factoren beïnvloeden hoeveel moeite sporten op dat moment kost. 

Dat verklaart waarom dezelfde persoon op maandag enthousiast kan trainen, terwijl diezelfde training op donderdag als een enorme opgave voelt. 

Je brein probeert je niet tegen te werken 

Wanneer gezond gedrag moeilijk voelt, hebben veel mensen het idee dat hun brein hen saboteert. 

In werkelijkheid probeert je brein juist voortdurend hetzelfde te doen: ervoor zorgen dat je voldoende energie en reserves hebt om de dag door te komen. 

Je brein is namelijk niet ontworpen om je zo gezond mogelijk te laten leven. Zijn belangrijkste taak is om je lichaam stabiel te houden en ervoor te zorgen dat je kunt omgaan met de uitdagingen die je tegenkomt. Om dat te kunnen doen verzamelt het voortdurend informatie over wat er in en om je heen gebeurt [4–7]. 

Hoe heb je geslapen? 

Heb je vandaag voldoende gegeten? 

Hoeveel stress ervaar je? 

Ben je ziek of herstellende? 

Hoeveel mentale inspanning heeft je werk gevraagd? 

Welke ervaringen heb je eerder opgedaan in vergelijkbare situaties? 

Op basis van al die informatie maakt je brein voortdurend voorspellingen. Het schat in hoeveel energie je waarschijnlijk nodig hebt en probeert je gedrag daarop af te stemmen. Binnen de neurowetenschappen wordt dit beschreven als predictive processing: het brein reageert niet alleen op wat er gebeurt, maar voorspelt voortdurend wat er waarschijnlijk gaat gebeuren en bereidt het lichaam daarop voor [4,5]. 

Daardoor kan dezelfde sportschool op maandag voelen als een leuke uitdaging en op donderdag als iets waar je ontzettend tegenop ziet. 

De sportschool is niet veranderd. 

Jij bent niet ineens minder gemotiveerd. 

De voorspelling die je brein maakt over de benodigde inspanning is veranderd. 

Je lichaam beïnvloedt hoe keuzes voelen 

Dat je brein voortdurend voorspellingen maakt, betekent niet dat alles alleen tussen je oren zit. 

Integendeel. 

Je lichaam levert continu informatie aan het brein. Denk aan signalen over je energiebeschikbaarheid, hormonen, ontstekingsreacties, slaapkwaliteit, spiervermoeidheid en voedingstoestand. Al die signalen helpen het brein om in te schatten hoeveel belasting je nog aankunt [6,7]. 

Daarom voelt gezond gedrag niet iedere dag hetzelfde. 

Na een ontspannen weekend met voldoende slaap voelt een training vaak heel anders dan na een week waarin je slecht hebt geslapen, lange dagen hebt gewerkt en weinig tijd voor herstel hebt gehad. 

Je lichamelijke belastbaarheid is simpelweg anders. 

Dat betekent niet dat sporten onmogelijk wordt. 

Wel dat dezelfde training meer mentale en fysieke inspanning kan vragen. 

Binnen de fysiologie wordt dit verklaard vanuit het principe van allostase. Het lichaam probeert zich voortdurend aan te passen aan veranderende omstandigheden. Wanneer de totale belasting langere tijd hoog is, wordt er meer energie ingezet om het evenwicht te bewaren. Daardoor kan er tijdelijk minder capaciteit beschikbaar zijn voor andere taken, zoals intensief sporten of het aanleren van nieuwe gewoontes [6,7]. 

Dit is een normale reactie van een lichaam dat voortdurend probeert zich aan te passen aan zijn omgeving. 

Waarom slaap, stress en voeding zoveel invloed hebben 

Waarschijnlijk heb je zelf wel eens ervaren dat je na een slechte nacht sneller zin hebt in zoete of energierijke producten. Misschien merk je ook dat je minder geduld hebt, sneller geïrriteerd raakt of minder zin hebt om te bewegen. 

Dat is geen toeval. 

Tijdens de slaap vinden allerlei herstelprocessen plaats die belangrijk zijn voor zowel je lichaam als je hersenen. Langdurig slaaptekort kan onder andere invloed hebben op aandacht, emotieregulatie, besluitvorming en de manier waarop je beloningen afweegt. Daardoor worden keuzes die direct iets opleveren vaak aantrekkelijker dan keuzes waarvan de voordelen pas later merkbaar zijn [8,9]. 

Stress werkt op een vergelijkbare manier. 

Een korte periode van stress is niet ongezond. Sterker nog, stress helpt je om te reageren op uitdagingen en tijdelijk beter te presteren. Problemen ontstaan vooral wanneer belasting en herstel langere tijd uit balans zijn. Het lichaam blijft dan energie investeren in het omgaan met die belasting, waardoor er minder capaciteit overblijft voor andere processen, zoals herstel, bewegen of het aanleren van nieuwe routines [6,7]. 

Ook voeding speelt hierin een rol. Wanneer je structureel te weinig energie of essentiële voedingsstoffen binnenkrijgt, kan dat invloed hebben op je herstel, energieniveau en fysieke prestaties. Gezond gedrag vraagt dan vaak meer inspanning dan wanneer je lichaam voldoende brandstof beschikbaar heeft. 

Het interessante is dat deze factoren elkaar voortdurend beïnvloeden. 

Slecht slapen kan ervoor zorgen dat je meer stress ervaart. 

Chronische stress kan invloed hebben op je eetgedrag. 

Een lage energie-inname kan herstel bemoeilijken. 

En minder herstel kan ervoor zorgen dat bewegen opnieuw meer energie kost. 

Gedrag ontstaat dus niet uit één los onderdeel, maar uit een systeem waarin brein, lichaam en omgeving elkaar voortdurend beïnvloeden. 

Ook je omgeving stuurt je gedrag 

Wanneer mensen denken aan gedragsverandering, richten ze zich vaak op zichzelf. Ze willen meer discipline ontwikkelen, sterker worden of meer motivatie voelen. Toch laat onderzoek zien dat gedrag niet alleen van binnenuit ontstaat. Ook de omgeving speelt een belangrijke rol [10,11]. 

Op je werk staan iedere ochtend gevulde koeken in de kantine. Thuis ligt er standaard een zak chips op tafel. Of juist andersom: je sporttas staat al klaar bij de voordeur en je koelkast ligt vol met producten die passen bij je doelen. 

In al deze situaties maak je nog steeds zelf een keuze. Maar de ene omgeving maakt gezond gedrag eenvoudiger dan de andere. 

Ons brein probeert namelijk voortdurend zo efficiënt mogelijk met energie om te gaan. Wanneer een keuze weinig denkwerk vraagt, kost die meestal minder mentale inspanning. Daarom hebben kleine veranderingen in de omgeving vaak meer invloed dan mensen verwachten [10,11]. 

Denk bijvoorbeeld aan iemand die na het werk wil gaan sporten. Wanneer de sporttas al in de auto ligt en de route langs de sportschool loopt, wordt de drempel kleiner. Moet diezelfde persoon eerst naar huis, koken, op de bank gaan zitten en daarna opnieuw vertrekken, dan wordt diezelfde training ineens veel minder vanzelfsprekend. 

Dat betekent niet dat de tweede persoon minder gemotiveerd is. De keuze vraagt simpelweg meer energie. 

Juist daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat je wilt veranderen, maar ook naar de omgeving waarin dat gedrag plaatsvindt. Kleine aanpassingen kunnen ervoor zorgen dat gezond gedrag minder afhankelijk wordt van motivatie. 

Waarom houden sommige mensen gezond gedrag wél vol? 

Wanneer je jarenlang gezond gedrag ziet bij iemand anders, lijkt het soms alsof die persoon altijd gemotiveerd is. 

Maar vraag je diezelfde persoon hoe dat in de praktijk gaat, dan hoor je vaak iets anders. 

Ook zij hebben drukke weken. 

Ook zij hebben dagen waarop sporten minder aantrekkelijk voelt. 

Ook zij hebben momenten waarop ze liever op de bank blijven liggen. 

Het verschil zit meestal niet in het ontbreken van die momenten. Het verschil zit in de manier waarop zij daarmee omgaan. 

Duurzaam gedrag ontstaat namelijk zelden doordat iemand iedere dag zin heeft om gezonde keuzes te maken. Veel vaker ontstaat het doordat gezond gedrag geleidelijk onderdeel wordt van iemands dagelijkse leven. De keuze kost daardoor minder mentale inspanning en wordt steeds vanzelfsprekender [2,3,11]. 

Dat betekent niet dat motivatie verdwijnt. 

Wel dat motivatie steeds minder de enige drijvende kracht hoeft te zijn. 

Vergelijk het met tandenpoetsen. De meeste mensen worden niet iedere avond enthousiast van tandenpoetsen. Toch doen ze het vrijwel automatisch. Niet omdat ze iedere dag opnieuw gemotiveerd raken, maar omdat het gedrag onderdeel is geworden van hun dagelijkse routine. 

Met bewegen, voeding of slaap kan iets vergelijkbaars gebeuren. Hoe vaker gedrag wordt herhaald in een stabiele context, hoe minder bewust je erover hoeft na te denken. Dat proces noemen we gewoontevorming [11,12]. 

Het is belangrijk om daarbij te beseffen dat een gewoonte niet betekent dat je nooit meer hoeft na te denken. Ook gezonde gewoontes kunnen tijdelijk worden verstoord door ziekte, stress, een verhuizing of een drukke periode. Toch blijkt uit onderzoek dat eerder aangeleerde gedragspatronen vaak sneller terugkomen dan gedrag dat nooit een gewoonte is geworden [11]. 

Niet alle motivatie is hetzelfde 

Tot nu toe hebben we vooral gekeken naar de factoren die gedrag beïnvloeden. Maar motivatie speelt natuurlijk nog steeds een belangrijke rol. 

Alleen is motivatie veel minder zwart-wit dan vaak wordt gedacht. 

Binnen de Zelfdeterminatietheorie maken onderzoekers onderscheid tussen verschillende vormen van motivatie [1–3]. 

Aan de ene kant staat gecontroleerde motivatie. Hierbij wordt gedrag vooral gestuurd door druk van buitenaf of door gevoelens van schuld, schaamte of de behoefte om aan verwachtingen te voldoen. 

Iemand sport bijvoorbeeld omdat hij bang is om aan te komen. 

Of omdat anderen verwachten dat hij drie keer per week naar de sportschool gaat. 

Of omdat hij zich schuldig voelt wanneer hij een training overslaat. 

Dat soort motivatie kan zeker werken. Soms zelfs maandenlang. 

Maar het kost vaak veel mentale energie om dat vol te houden. 

Aan de andere kant staat autonome motivatie

Hierbij sluit gedrag aan bij persoonlijke waarden en doelen. Iemand beweegt omdat hij zich fitter wil voelen, energie wil hebben om met zijn kinderen te spelen of kracht belangrijk vindt om gezond ouder te worden. 

Het gedrag voelt dan minder als iets wat moet en meer als iets wat past bij de persoon die iemand wil zijn. 

Onderzoek laat zien dat juist deze vorm van motivatie sterker samenhangt met langdurige gedragsverandering, meer volhouden en een grotere kans dat gezond gedrag onderdeel wordt van iemands leefstijl [1–3]. 

Van moeten naar willen 

Dat betekent overigens niet dat gezonde keuzes altijd leuk moeten zijn. 

Vrijwel niemand heeft iedere training evenveel zin. 

Niemand staat iedere ochtend enthousiast op om groenten af te wegen of een lunch voor te bereiden. 

Het verschil zit ergens anders. 

Mensen die gezond gedrag jarenlang volhouden, laten hun keuzes vaak minder afhangen van hun gevoel van dat moment. Ze hebben een duidelijke reden waarom dat gedrag belangrijk voor hen is. 

Daardoor verandert ook de vraag die ze zichzelf stellen. 

Niet: 

"Heb ik vandaag genoeg motivatie?" 

Maar: 

"Past deze keuze bij het leven dat ik wil leiden?" 

Dat lijkt misschien een klein verschil, maar psychologisch is het groot. 

Wanneer gedrag aansluit bij je identiteit en persoonlijke waarden, hoeft motivatie minder hard te werken. Gezond gedrag wordt dan steeds meer onderdeel van wie je bent, in plaats van iets wat je voortdurend moet volhouden. 

Dat betekent niet dat het altijd makkelijk wordt. 

Wel dat het minder afhankelijk wordt van de grillen van motivatie. 

Hoe ontstaat autonome motivatie? 

Autonome motivatie is niet iets waarmee je wordt geboren. Het is ook geen karaktereigenschap die sommige mensen wel hebben en anderen niet. 

Autonome motivatie ontwikkelt zich geleidelijk. Ze ontstaat wanneer gezond gedrag steeds beter aansluit bij wat iemand belangrijk vindt én wanneer iemand ervaart dat hij of zij dat gedrag daadwerkelijk kan volhouden [1–3]. 

Dat laatste is belangrijk. 

Veel mensen denken dat motivatie ervoor zorgt dat je in actie komt. In werkelijkheid werkt het vaak ook andersom. Juist door in actie te komen kunnen motivatie en vertrouwen groeien. 

Stel dat iemand zich voorneemt om vijf keer per week te gaan sporten. De eerste weken lukt dat niet. De planning blijkt te ambitieus, het herstel schiet tekort en na een paar drukke weken voelt het alsof het plan is mislukt. 

Vergelijk dat eens met iemand die begint met twee trainingen per week. Dat doel is haalbaar. De trainingen worden volgehouden en na een paar weken merkt die persoon dat hij zich fitter voelt, sterker wordt en meer energie krijgt. 

Die positieve ervaringen versterken het vertrouwen dat gezond gedrag haalbaar is. Daardoor groeit de motivatie om ermee door te gaan. 

Gedragsverandering verloopt dus vaak niet volgens de volgorde: 

Motivatie → Gedrag 

Veel vaker ziet het proces er zo uit: 

Kleine stap → Positieve ervaring → Meer vertrouwen → Meer motivatie → Nieuw gedrag. 

Waarom succeservaringen zo belangrijk zijn 

Volgens psycholoog Albert Bandura speelt zelfeffectiviteit hierbij een centrale rol. Zelfeffectiviteit is het vertrouwen dat je hebt in je eigen vermogen om bepaald gedrag succesvol uit te voeren [13]. 

Mensen met een hoge zelfeffectiviteit geloven niet dat alles vanzelf gaat. 

Ze geloven vooral dat ze met uitdagingen kunnen omgaan. 

Dat lijkt een klein verschil, maar het heeft grote gevolgen voor gedrag. 

Wanneer iemand vertrouwen heeft dat hij na een drukke werkweek tóch een training kan aanpassen in plaats van overslaan, is de kans groter dat gezond gedrag behouden blijft. Iemand die weinig vertrouwen heeft in zijn eigen mogelijkheden ziet dezelfde situatie eerder als bewijs dat het toch niet gaat lukken. 

Zelfeffectiviteit ontstaat niet door positieve gedachten alleen. 

De sterkste bron van zelfvertrouwen bestaat uit eigen ervaringen. Iedere keer dat iemand merkt dat gezond gedrag lukt, groeit het vertrouwen dat het de volgende keer opnieuw mogelijk is [13]. 

Juist daarom zijn kleine, haalbare stappen vaak krachtiger dan grote, ambitieuze plannen. 

Je brein leert van herhaling 

Elke keer dat je bepaald gedrag herhaalt, leert je brein iets. 

Dat betekent niet dat er na één wandeling of één gezonde maaltijd direct nieuwe gewoontes ontstaan. Wel worden neurale verbindingen steeds efficiënter wanneer gedrag regelmatig wordt herhaald. Dit proces noemen we neuroplasticiteit [14]. 

Neuroplasticiteit betekent letterlijk dat het brein zich kan aanpassen op basis van ervaringen. 

Wanneer je jarenlang gewend bent om na een stressvolle dag op de bank te ploffen met snacks, heeft je brein geleerd dat deze combinatie voorspelbaar is. Die verbinding verdwijnt niet ineens wanneer je besluit gezonder te gaan leven. 

Maar het goede nieuws is dat ook nieuwe verbindingen kunnen ontstaan. 

Wanneer je regelmatig een andere keuze maakt, bijvoorbeeld eerst een korte wandeling voordat je gaat eten of na het werk direct naar de sportschool rijdt, krijgt je brein nieuwe ervaringen. Naarmate die ervaringen zich vaker herhalen, worden ook die patronen steeds sterker. 

Dat is precies waarom gedragsverandering tijd kost. 

Niet omdat mensen onvoldoende discipline hebben, maar omdat het brein nieuwe voorspellingen en nieuwe routines moet leren. 

Terugval hoort bij gedragsverandering 

Veel mensen zien een terugval als bewijs dat ze hebben gefaald. 

Gedragsverandering verloopt zelden in een rechte lijn. Vrijwel iedereen krijgt te maken met periodes waarin gezond gedrag tijdelijk minder goed lukt [2,11]. 

Dat betekent niet dat alle vooruitgang verloren is. 

Nieuwe gewoontes verdwijnen meestal niet na een paar dagen of weken waarin het minder goed gaat. Eerder opgebouwde neurale verbindingen blijven bestaan. Daardoor blijkt het vaak makkelijker om een oude gezonde routine opnieuw op te pakken dan om helemaal opnieuw te beginnen [11,14]. 

Na een vakantie voelen de eerste trainingen vaak wat onwennig, maar meestal duurt het geen maanden voordat je weer terug bent op je oude niveau van routine. 

Dat komt omdat je brein die patronen al eerder heeft geleerd. 

Terugval betekent daarom meestal niet dat je opnieuw bij nul begint. Het betekent vooral dat je tijdelijk in andere omstandigheden terecht bent gekomen. 

De vraag wordt dan niet: 

"Waarom lukt het mij niet?" 

Maar: 

"Welke omstandigheden maken gezond gedrag op dit moment moeilijker, en wat heb ik nodig om mijn routine weer op te pakken?" 

Alleen al die andere manier van kijken maakt gedragsverandering vaak duurzamer. Je hoeft niet perfect te zijn om vooruitgang te boeken. Je hoeft vooral bereid te zijn om steeds opnieuw terug te keren naar gedrag dat past bij jouw doelen en jouw leven. 

Wat kun je hiervan leren? 

Wanneer je begrijpt hoe gedrag ontstaat, verandert vaak ook de manier waarop je naar jezelf kijkt. 

Veel mensen reageren op een moeilijke periode door harder hun best te doen. Ze maken strengere regels, leggen de lat hoger of proberen zichzelf extra te motiveren. Dat kan tijdelijk werken, maar lost meestal niet de oorzaak van het probleem op. 

Vaak is het zinvoller om eerst te onderzoeken waarom gezond gedrag op dat moment zoveel moeite kost. 

Misschien slaap je al weken slecht. 

Misschien vraagt je werk tijdelijk meer energie. 

Misschien ben je aan het herstellen van een ziekte of blessure. 

Of misschien past je huidige plan simpelweg niet meer bij de fase van je leven. 

Wanneer je die onderliggende factoren begrijpt, kun je oplossingen kiezen die beter aansluiten bij jouw situatie. Soms betekent dat dat je tijdelijk minder traint. Soms helpt het juist om je maaltijden beter voor te bereiden of eerder naar bed te gaan. In een andere situatie is het aanpassen van je planning of omgeving veel effectiever dan nóg harder proberen gemotiveerd te zijn. 

Duurzaam gezond gedrag draait daarom niet om perfect uitvoeren, maar om blijven aanpassen. 

Kleine veranderingen zijn vaak duurzamer dan grote plannen 

Veel leefstijlveranderingen beginnen met een grote dosis enthousiasme. 

Vanaf maandag gezond eten. 

Vijf keer per week sporten. 

Geen suiker meer. 

Tienduizend stappen per dag. 

Dat soort plannen voelt vaak motiverend. Maar juist doordat ze zo ambitieus zijn, sluiten ze niet altijd aan bij het dagelijks leven. Wanneer het plan vervolgens een keer niet lukt, ervaren veel mensen dat als een mislukking. Daardoor neemt het vertrouwen af en wordt de kans groter dat iemand helemaal stopt. 

Onderzoek naar gedragsverandering laat juist zien dat kleine, haalbare veranderingen vaak beter vol te houden zijn dan grote veranderingen die veel mentale energie vragen [2,3,11]. 

Een wandeling van twintig minuten die je drie maanden volhoudt, levert uiteindelijk meer op dan een perfect schema dat na drie weken verdwijnt. 

Hetzelfde geldt voor voeding. Eén extra portie groente per dag lijkt misschien weinig. Toch kan zo'n kleine gewoonte, wanneer deze jarenlang wordt volgehouden, veel meer invloed hebben dan een streng dieet dat slechts korte tijd vol te houden is. 

Duurzame vooruitgang ontstaat meestal niet door uitzonderlijke inspanningen, maar door gedrag dat past binnen het gewone leven. 

Nuance en complexiteit 

Hoewel we steeds meer weten over gedragsverandering, bestaat er geen formule die voor iedereen hetzelfde werkt. 

Gedrag wordt beïnvloed door genetische aanleg, persoonlijkheid, opvoeding, eerdere ervaringen, fysieke gezondheid, slaap, stress, emoties, financiële situatie, sociale steun en de omgeving waarin iemand leeft. Bovendien veranderen al deze factoren voortdurend. 

Synthese: gedrag ontstaat in een systeem 

Wanneer we terugkijken op de centrale vraag van deze blog, wordt duidelijk dat gezond gedrag nooit losstaat van de rest van het leven. 

Je brein probeert voortdurend te voorspellen hoeveel energie nodig is om toekomstige situaties aan te kunnen. Je lichaam levert signalen over herstel, slaap, voeding, stress en belastbaarheid. Je gedachten, emoties en eerdere ervaringen beïnvloeden hoe je situaties interpreteert. Tegelijkertijd bepaalt je omgeving mede welke keuzes gemakkelijk of juist moeilijk worden. 

Binnen de Brain–Body–Mind–Life-visie zijn deze onderdelen daarom niet van elkaar te scheiden. 

Brain beïnvloedt hoe je situaties voorspelt, leert en beslissingen neemt. 

Body bepaalt mede hoeveel energie beschikbaar is en hoe belastbaar je bent. 

Mind geeft betekenis aan ervaringen, vormt overtuigingen en beïnvloedt motivatie en zelfvertrouwen. 

Life omvat de omgeving waarin al deze processen plaatsvinden: werk, gezin, sociale contacten, cultuur, planning en dagelijkse routines. 

Geen van deze onderdelen werkt op zichzelf. 

Een slechte nachtrust beïnvloedt niet alleen je lichaam, maar ook je concentratie, emoties, eetlust en motivatie. Langdurige werkstress heeft niet alleen invloed op je mentale welzijn, maar ook op herstel, hormonen en beweeggedrag. En een ondersteunende omgeving maakt gezonde keuzes vaak makkelijker, zelfs wanneer motivatie tijdelijk lager is. 

Juist doordat al deze factoren elkaar voortdurend beïnvloeden, is leefstijl geen verzameling losse gewoontes, maar een dynamisch systeem. 

Conclusie 

Waarom houden sommige mensen gezond gedrag jarenlang vol, terwijl anderen steeds opnieuw beginnen? 

Het antwoord ligt meestal niet in meer discipline of een sterkere persoonlijkheid. 

Duurzaam gezond gedrag ontstaat uit een samenspel van biologische, psychologische en sociale processen. Slaap, stress, voeding, herstel, emoties, gewoontes, eerdere ervaringen en de omgeving bepalen samen hoeveel moeite gezond gedrag op een bepaald moment kost. 

Mensen die hun leefstijl langdurig volhouden zijn daarom niet per se beter gemotiveerd. Vaak hebben zij een leefstijl opgebouwd die past bij hun persoonlijke waarden, aansluit bij hun dagelijkse leven en ruimte laat voor veranderingen en tegenslagen. 

Dat betekent ook dat terugval niet automatisch een teken van falen is. Het is vaak een signaal dat de omstandigheden zijn veranderd. Door nieuwsgierig te onderzoeken welke factoren daarbij een rol spelen, ontstaat ruimte om gedrag opnieuw aan te passen in plaats van het volledig op te geven. 

Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze blog. 

De vraag is niet of je genoeg discipline hebt. 

De vraag is of jouw leefstijl past bij het leven dat je vandaag leidt. 

Wanneer gezonde keuzes aansluiten bij wie je bent, rekening houden met je omstandigheden en steeds opnieuw kunnen worden aangepast, wordt gedragsverandering niet iets wat je een paar weken volhoudt, maar iets dat onderdeel kan worden van je leven. 

Bronnen

  1. Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. W.H. Freeman.  
  1. Clark, A. (2013). Whatever next? Predictive brains, situated agents, and the future of cognitive science. Behavioral and Brain Sciences, 36(3), 181–204. https://doi.org/10.1017/S0140525X12000477  
  1. Friston, K. (2010). The free-energy principle: A unified brain theory? Nature Reviews Neuroscience, 11(2), 127–138. https://doi.org/10.1038/nrn2787  
  1. Lally, P., van Jaarsveld, C. H. M., Potts, H. W. W., & Wardle, J. (2010). How are habits formed? Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998–1009. https://doi.org/10.1002/ejsp.674  
  1. Lowe, C. J., Reichelt, A. C., & Hall, P. A. (2019). The prefrontal cortex and obesity: A health neuroscience perspective. Trends in Cognitive Sciences, 23(4), 349–361. https://doi.org/10.1016/j.tics.2019.01.005  
  1. McEwen, B. S., & Wingfield, J. C. (2010). What is in a name? Integrating homeostasis, allostasis and stress. Hormones and Behavior, 57(2), 105–111. https://doi.org/10.1016/j.yhbeh.2009.09.011  
  1. Medic, G., Wille, M., & Hemels, M. E. H. (2017). Short- and long-term health consequences of sleep disruption. Nature and Science of Sleep, 9, 151–161. https://doi.org/10.2147/NSS.S134864  
  1. Ntoumanis, N., Ng, J. Y. Y., Prestwich, A., Quested, E., Hancox, J. E., Thøgersen-Ntoumani, C., Deci, E. L., Ryan, R. M., Lonsdale, C., & Williams, G. C. (2021). A meta-analysis of self-determination theory-informed intervention studies in the health domain. Health Psychology Review, 15(2), 214–244. https://doi.org/10.1080/17437199.2020.1718529  
  1. Rhodes, R. E., Liu, S., Lithopoulos, A., Zhang, C. Q., & Garcia-Barrera, M. A. (2019). Correlates of perceived physical activity habit: A systematic review and meta-analysis. Sports Medicine, 49(2), 325–341. https://doi.org/10.1007/s40279-018-1012-0  
  1. Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. Guilford Press.  
  1. Sallis, J. F., Owen, N., & Fisher, E. B. (2015). Ecological models of health behavior. In K. Glanz, B. K. Rimer, & K. Viswanath (Eds.), Health behavior: Theory, research, and practice (5th ed., pp. 43–64). Jossey-Bass.  
  1. Singh, G., Tait, G., & Christensen, H. (2024). Time to form a habit: A systematic review and meta-analysis. Healthcare, 12(17), 1718. https://doi.org/10.3390/healthcare12171718  
  1. Teixeira, P. J., Marques, M. M., Silva, M. N., Brunet, J., Duda, J. L., Haerens, L., La Guardia, J., Lindwall, M., Lonsdale, C., Markland, D., Ryan, R. M., Patrick, H., Sebastião, E., & Hagger, M. S. (2020). A classification of motivation and behavior change techniques used in self-determination theory-based interventions in health contexts. Motivation Science, 6(4), 438–455. https://doi.org/10.1037/mot0000172  
  1. Wood, W., & Rünger, D. (2016). Psychology of habit. Annual Review of Psychology, 67, 289–314. https://doi.org/10.1146/annurev-psych-122414-033417 

 

Misschien vind je dit ook interessant

Personal Body Plan

Je personal trainer, coach en voedingsdeskundige in één.
Hoe werkt het?